Kamer­vragen aan de ministers van LNV en VROM over stijgende vlees­con­sumptie en prijzen


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieu over stijgende vleesconsumptie en prijzen.

  1. Kent u het bericht “consumptie en prijzen van vlees zullen stijgen”?1
  2. Deelt u de mening van de directeur van DLV Diergroep dat de prijzen van kippen- en varkensvlees in de komende 10 jaar met 20 tot 30% zullen stijgen, als gevolg van toenemende export? Zo neen, hoe taxeert u dan de consumptie-ontwikkeling van dierlijke producten voor de komende 10 jaar?
  3. Hoe beoordeelt u de uitspraak van Bens dat inspanningen om de vleesconsumptie te beperken geen effect zullen hebben op de Europese consumptie?
  4. Bent u voornemens een pleidooi in Europa te houden voor vermindering van de vleesconsumptie gelet op het feit dat het kabinet vlees het “meest milieubelastende onderdeel van ons voedselpakket” heeft genoemd? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?
  5. Welke invloed verwacht u van uw inspanningen om vleesexport naar China mogelijk te maken, in termen van prijsontwikkeling op de Nederlandse markt?
  6. Hoe beoordeelt u die prijsontwikkeling in termen van wenselijkheid?
  7. Bent u het eens met de uitspraak van ex-minister Veerman van LNV die stelt “het systeem is vastgelopen. We importeren voer, we exporteren varkens en de rommel houden we hier”?2 Zo ja, om welke reden zou u dan export van Nederlands varkensvlees naar China willen bevorderen? Zo neen, waarom niet?
  8. Deelt u de mening dat een hogere prijs van dierlijke eiwitten de consumptie zal kunnen afremmen? Zo ja, wat gaat u hiermee doen in uw beleid? Zo neen, bent u voornemens andere middelen dan prijseffecten in te zetten om de consumptie van dierlijke eiwitten te ontmoedigen?
  9. Kunt u aangeven waarom andere vormen van milieuonvriendelijk gedrag actiever ontmoedigd worden door de overheid dan de consumptie van dierlijke eiwitten? Hoe beoordeelt u dit verschil in termen van keuzevrijheid van de consument?

1 Agrarisch Dagblad 21-10-08
2 Milieudefensie Magazine, 2003 & Boeren met toekomst, Milieudefensie 2007, pag. 3

Antwoorddatum: 23 nov. 2008

Geachte Voorzitter,

Hierbij zend ik u, mede namens de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) antwoorden op de vragen van het Kamerlid Thieme (PvdD) over de stijgende vleesconsumptie en prijzen.

  1. Kent u het bericht “consumptie en prijzen van vlees zullen stijgen”?

    Ja
  2. Deelt u de mening van de directeur van DLV Diergroep dat de prijzen van kippen- en varkensvlees in de komende 10 jaar met 20 tot 30% zullen stijgen, als gevolg van toenemende export? Zo neen, hoe taxeert u dan de consumptieontwikkeling van dierlijke producten voor de komende 10 jaar?

    Ja, volgens de OECD-FAO (Organisation for Economic Co-operation and Development-Food and Agricultural Organization) Agricultural Outlook 2008-2017 stijgen internationaal de vleesprijzen de komende 10 jaar ongeveer 20%. Dat getal zal ook doorwerken op de interne EU-markt.
  3. Hoe beoordeelt u de uitspraak van de heer Bens dat inspanningen om de vleesconsumptie te beperken geen effect zullen hebben op de Europese consumptie?

    Gegeven de lage prijselasticiteit van de vraag zullen ze zeer beperkte effecten hebben.
  4. Bent u voornemens een pleidooi in Europa te houden voor vermindering van de vleesconsumptie, gelet op het feit dat het kabinet vlees het “meest milieubelastende onderdeel van ons voedselpakket” heeft genoemd? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

    Ik ga de Europese consument niet aanspreken op vermindering van de vleesconsumptie. Consumenten maken hun eigen keuzes. In de Nederlandse context wil ik consumenten informeren over de gevolgen van voedselkeuzen en wil ik stimuleren dat de duurzame keuze makkelijker wordt. In de nota Voedsel en consument die binnenkort verschijnt, zal ik nader ingaan op mijn ambities op dit punt. Ik hoop dat Nederlandse initiatieven op dit punt navolging vinden.
  5. Welke invloed verwacht u van uw inspanningen om vleesexport naar China mogelijk te maken in termen van prijsontwikkeling op de Nederlandse markt?

    Een zeer beperkte invloed.
  6. Hoe beoordeelt u die prijsontwikkeling in termen van wenselijkheid?

    Die beoordeel ik als positief.
  7. Bent u het eens met de uitspraak van ex-minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit die stelt “het systeem is vastgelopen. We importeren voer, exporteren varkens en de rommel houden we hier”? Zo ja, om welke reden zou u dan de export van Nederlands varkensvlees naar China willen bevorderen? Zo neen, waarom niet?

    Ik ben het met mijn voorganger eens dat de Nederlandse veehouderij op een duurzame manier moet plaatsvinden. In mijn toekomstvisie heb ik aangegeven, dat de veehouderij een duurzaamheidsprong zal moeten maken waardoor zij over 15 jaar integraal duurzaam is. Ook op mondiaal niveau is verduurzaming van de voorziening van voedsel een belangrijk thema. Ik wil dit thema internationaal agenderen, want alleen met verduur¬zaming op mondiaal niveau kunnen we zoden aan de dijk zetten.

    De export van varkensvlees is vooral van belang voor vierkantsverwaarding van het slachtdier.
    Door culturele verschillen is er ook een verschil in waardering van het nut van delen van het geslachte dier voor voedingsdoeleinden. Daardoor is een groter deel van het dier voor dit doel bruikbaar dan alleen bij afzet in Europa mogelijk zou zijn en kan in China waardevol en kostbaar voedsel ten goede komen.
  8. Deelt u de mening dat een hogere prijs van dierlijke eiwitten de consumptie zal kunnen afremmen? Zo ja, wat gaat u hiermee doen in uw beleid? Zo neen, bent u voornemens andere middelen dan prijseffecten in te zetten om de consumptie van dierlijke eiwitten te ontmoedigen?

    Dat is maar in beperkte mate het geval zoals uit een rapport van MNP en CPB blijkt. Overigens, niet het beleid maar marktprocessen dienen dit te bewerkstelligen.
  9. Kunt u uiteenzetten waarom andere vormen van milieuonvriendelijk gedrag actiever ontmoedigd worden door de overheid dan de consumptie van dierlijke eiwitten? Hoe beoordeelt u dit verschil in termen van keuzevrijheid van de consument?

    Het is niet duidelijk op welke andere vormen van milieuonvriendelijk gedrag wordt gedoeld. Het consumeren van dierlijke eiwitten is niet a priori milieuonvriendelijk gedrag. Dit is onder meer afhankelijk van de aard en hoeveelheid van de producten die worden geconsumeerd. Ik ga de consument geen voedingspatroon voorschrijven. De consument maakt hierin zijn eigen keuze. Wel wil ik de consument helpen om duurzaam te consumeren. Ik wil stimuleren dat de consument voldoende informatie krijgt om een keuze te kunnen maken en dat er vervolgens ook voldoende aanbod is. In 2009 start het Voedingscentrum een publiekscampagne over duurzaamheid en voedsel.

    DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
    VOEDSELKWALITEIT,




    G. Verburg