Kamer­vragen aan de ministers van LNV en van Justitie over de hand­having van het verbod op het couperen van honden


Indiendatum: feb. 2010

Vragen van het lid Ouwehand (Partij voor de Dieren) aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Justitie over de handhaving van het verbod op het couperen van honden

1. Kent u de berichtgeving in het Noordhollands Dagblad waarin verhaald wordt over de handel in pups waarvan oren en/of staart zijn gecoupeerd1?

2. Hoe beoordeelt u de analyse van dierenartsen dat er uit Polen en andere (Oost-Europese) landen pitbullpups op bestelling worden gekocht, gecoupeerd en vervolgens in Nederland verkocht?

3. Heeft u zicht op de handelsstromen die door deze dierenarts worden geschetst? Zo neen, waarom niet?

4. Kunt u bevestigen dat er in Nederland honden als boxers, rottweilers en dobermannpinchers rondlopen met gecoupeerde staart en/of oren? Zo ja, hoe verhoudt dit zich tot het in Nederland geldende verbod op het couperen van honden? Zo neen, waar baseert u dat op?

5. Op welke wijze wordt het Nederlandse coupeerverbod gehandhaafd? Kunt u aangeven hoe vaak sinds de inwerkingtreding van het verbod overtredingen zijn geconstateerd en hoe vaak overtreding ook heeft geleid tot beboeting of andere sanctionering? Is het waar dat ook na proces verbaal van de AID een boete meestal uitblijft en wat is uw oordeel daarover?

6. Welke inzet heeft u tot nu toe gepleegd om het Nederlandse coupeerverbod te handhaven ten aanzien van de handel in honden die in het buitenland worden gecoupeerd?

7. Deelt u de mening dat het onwenselijk is om de mogelijkheid open te laten in Nederland een gecoupeerde hond aan te schaffen terwijl in ons land een verbod geldt op het couperen van honden? Zo ja, bent u bereid de mogelijkheden te onderzoeken het bezit van gecoupeerde honden in principe strafbaar te stellen?

8. Kunt u aangeven of op Nederlandse hondenshows gecoupeerde honden worden getoond? Zo ja, hoe verhoudt dat zich tot het Nederlandse coupeerverbod en op welke wijze wilt u hier een einde aan maken?

9. Kunt u een overzicht geven van de tot nu toe geboekte resultaten van de uitvoering van de Motie-Ouwehand2 over maatregelen tegen de malafide hondenhandel? Welke plaats heeft de handel in gecoupeerde honden hierin?

1 “Lobby tegen gecoupeerde oren” en “Sluitend bewijs couperen heel lastig”, Noordhollands Dagblad, 12 februari 2010
2 Kamerstuk 28286-192

Indiendatum: feb. 2010
Antwoorddatum: 22 apr. 2010

Geachte Voorzitter,

Hierbij stuur ik u, mede namens de minister van Justitie, de antwoorden op de vragen van het lid Ouwehand (PvdD) betreffende de handhaving van het verbod op het couperen van honden.

Vraag 1
Kent u de berichtgeving in het Noordhollands Dagblad waarin verhaald wordt over de handel in pups waarvan oren en/of staart zijn gecoupeerd? ¹)

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Hoe beoordeelt u de analyse van dierenartsen dat er uit Polen en andere (Oost-Europese) landen pitbullpups op bestelling worden gekocht, gecoupeerd en vervolgens in Nederland verkocht?

Vraag 3
Heeft u zicht op de handelsstromen die door deze dierenarts worden geschetst? Zo nee, waarom niet?

Antwoord vraag 2 en 3
Mij bereiken inderdaad signalen dat dit in de praktijk gebeurt. De schaal waarop dit voorkomt, is vanwege het vrij verkeer van goederen binnen de EU en het vervoer van honden tussen de lidstaten niet eenvoudig in beeld te brengen.

Vraag 4
Kunt u bevestigen dat er in Nederland honden als boxers, rottweilers en dobbermannpinchers rondlopen met gecoupeerde staart en/of oren? Zo ja, hoe verhoudt dit zich tot het in Nederland geldende verbod op het couperen van oren en staarten van honden? Zo nee, waar baseert u dat op?

Vraag 6
Welke inzet heeft u tot nu toe gepleegd om het Nederlandse coupeerverbod te handhaven ten aanzien van de handel in honden die in het buitenland worden gecoupeerd?

Vraag 7
Deelt u de mening dat het onwenselijk is om de mogelijkheid open te laten in Nederland een gecoupeerde hond aan te schaffen terwijl in ons land een verbod geldt op het couperen van oren en staarten van honden? Zo ja, bent u bereid de mogelijkheden te onderzoeken het bezit van gecoupeerde honden in principe strafbaar te stellen?

Antwoord vraag 4, 6 en 7
Op grond van artikel 40 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren is het verrichten van ingrepen waarvoor geen diergeneeskundige noodzaak bestaat verboden, behoudens de bij dat artikel aangewezen ingrepen. Op grond van artikel 41, derde lid, is het verboden om dieren waarbij een verboden ingreep heeft plaatsgevonden, te kopen en te verkopen.

Desondanks kunnen er inderdaad gecoupeerde honden in Nederland rondlopen. Een particulier kan een hond in het buitenland gekocht hebben. Het is voor een particulier niet verboden om een gecoupeerde hond in zijn bezit te hebben. De reden dat er niet voor is gekozen het bezit van gecoupeerde honden strafbaar te stellen, houdt verband met het feit dat dit een overtreding zou opleveren, waaraan door de overtreder, al zou hij dat willen, niet zo maar een eind zou kunnen worden gemaakt. Daarvoor zou hij zijn hond óf moeten verkopen -hetgeen onder die omstandigheden welhaast onmogelijk zou zijn - óf moeten doden. Dit laatste is uiteraard niet de bedoeling van het coupeerverbod.

Het is in Nederland niet verboden om een in het buitenland rechtmatig gecoupeer­de hond te verkopen, aan te bieden, te kopen of tentoon te stellen. Een dergelijk verbod zou in strijd zijn met het gemeenschapsrecht. Voor een uiteenzetting van de juridische achtergrond verwijs ik naar een uitspraak het College van beroep voor het bedrijfsleven van 26 juni 2002 (LJN: AE4672) over dit onderwerp.

Ik vind het treurig en onwenselijk dat mensen puur omwille van het uiterlijk van de hond bereid zijn dieren in het buitenland een dergelijke welzijnsonvriendelijke ingreep te laten ondergaan. Zoals hiervoor uiteengezet, is deze handelswijze echter niet altijd strafbaar.

Vraag 5
Op welke wijze wordt het Nederlandse coupeerverbod gehandhaafd? Kunt u uiteenzetten hoe vaak sinds de inwerkingtreding van het verbod overtredingen zijn geconstateerd en hoe vaak overtreding ook heeft geleid tot beboeting of andere sanctionering Is het waar dat ook na een proces-verbaal van de Algemene Inspectiedienst (AID) een boete meestal uitblijft, en wat is uw oordeel daarover?

Antwoord
In het kader van onder andere controles op de naleving van het Honden- en kattenbesluit, wordt tevens bekeken of de dieren geen verboden ingrepen hebben ondergaan. Indien overtredingen worden geconstateerd, wordt hier tegen opgetreden. Uit gegevens van het OM blijkt dat er de afgelopen 5 jaar gemiddeld 12 processen-verbaal per jaar zijn opgemaakt voor overtredingen van artikel 40 en 41 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. In een meerderheid van de gevallen waarin een proces-verbaal is opgemaakt, wordt gedagvaard. De politierechter legt in ongeveer de helft van de gevallen een sanctie op.

Vraag 8
Kunt u uiteenzetten of op Nederlandse hondenshows gecoupeerde honden worden getoond? Zo ja, hoe verhoudt dat zich tot het Nederlandse coupeerverbod en op welke wijze wilt u hier een einde aan maken?

Antwoord
De Raad van Beheer op kynologisch gebied (RvB) heeft voor de door haar erkende tentoonstellingen een reglement op basis waarvan deelname van aan de oren gecoupeerde honden verboden is, voor alle honden die na een bepaalde datum zijn geboren. Van de RvB heb ik vernomen dat op door hen erkende tentoon­stellingen bij uitzondering een gecoupeerde staart wordt gezien bij buitenlandse honden. Voor de vraag hoe zich dit verhoudt tot het Nederlandse coupeerverbod, verwijs ik naar mijn antwoorden op vraag 4, 6 en 7.

Vraag 9
Kunt u een overzicht geven van de tot nu toe geboekte resultaten ten aanzien van de uitvoering van de Motie-Ouwehand over maatregelen tegen de malafide hondenhandel? Welke plaats heeft de handel in gecoupeerde honden hierin?

Antwoord
Zoals aangegeven bij vraag 5 wordt het toezicht op het verbod op couperen meegenomen in het kader van controles van onder andere het Honden- en kattenbesluit. Voor de uitvoering van de motie Ouwehand verwijs ik u naar de lijst van vragen en antwoorden over de eerste voortgangsrapportage over de Nota Dierenwelzijn en de Nationale Agenda Diergezondheid (Kamerstukken II, 2008–2009, 28 286, nr. 287) en mijn beantwoording van Kamervragen van 16 november (aanhangsel handelingen II, 2009-2010, nr. 658).

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN

VOEDSELKWALITEIT,

G. Verburg

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer