Aanvul­lende vragen Partij voor de Dieren over het illegale midde­len­ge­bruik door rozen­telers


Indiendatum: feb. 2010

Aanvullende vragen van de fractie van de Partij voor de Dieren over het illegale middelengebruik door rozentelers


1. Is het waar dat bij meer dan de helft van de bezochte telers verboden middelen zijn aangetroffen?

2. Wanneer en op hoeveel bedrijven heeft de AID bij controles verboden middelen aangetroffen?

3. Welke illegale middelen heeft de AID aangetroffen bij de telers, en in welke concentraties?

4. Heeft de AID sancties opgelegd aan de telers bij wie verboden middelen zijn aangetroffen? Zo ja, hoe vaak, hoe vaak aan hetzelfde bedrijf en welke sancties waren dat? Zo neen, waarom niet en deelt u de mening dat wanneer overtredingen worden geconstateerd er dan ook sancties opgelegd moeten worden om de overtredingen ook daadwerkelijk te stoppen?

5. Hoe vaak wordt er door de AID gecontroleerd op het middelengebruik bij telers?

6. Kunt u uitleggen hoe het kan dat het probleem van het gebruik van illegale middelen in de rozenteelt al vijf jaar speelt, waarom is er niet eerder daadkrachtig opgetreden hiertegen?

7. Kunt u voor de verschillende illegale middelen aangeven waarom zij niet zijn toegelaten en wat de consequenties voor natuur, milieu, dier en mens zijn wanneer deze middelen toch worden gebruikt?

Indiendatum: feb. 2010
Antwoorddatum: 28 mei 2010

1. Uit de uitzending van Argos blijkt dat er recente cijfers van de Algemene Inspectiedienst (AID) (zouden) zijn. Het zou gaan om cijfers aangaande telers in Nederland, niet in bijvoorbeeld Afrika. De commissie ontvangt graag deze cijfers en uw reactie hierop.

3. Is het waar dat bij meer dan de helft van de bezochte telers verboden middelen zijn aangetroffen?

4. Wanneer en op hoeveel bedrijven heeft de AID bij controles verboden middelen aangetroffen?

5. Welke illegale middelen heeft de AID aangetroffen bij de telers, en in welke concentraties?

Onderstaand worden de vragen 1 en 3 t/m 5 beantwoord.

In 2009 zijn 83 van de 218 snijrozentelers gecontroleerd. In gewasmonsters van 48 bedrijven zijn werkzame stoffen van gewasbeschermingsmiddelen geconstateerd die niet in Nederland zijn toegelaten in de rozenteelt. In 2008 zijn 50 bedrijven gecontroleerd. Bij 28 bedrijven zijn werkzame stoffen aangetoond van niet goedgekeurde middelen; 20 telers hebben een boete gekregen, drie telers een waarschuwing en bij vijf telers zijn geen maatregelen getroffen.

Van de 20 bedrijven die een bestuurlijke boete kregen zijn tien bedrijven inmiddels gestopt, failliet of overgestapt op een andere teelt. De resterende tien bedrijven zijn in 2009 opnieuw gecontroleerd (deze maken deel uit van de 83 gecontroleerde bedrijven). Bij 8 bedrijven werden opnieuw niet toegelaten middelen geconstateerd. Deze bedrijven zullen in 2010 opnieuw worden gecontroleerd.

Bij de drie telers die in 2008 alleen een waarschuwing hebben gekregen, zijn in 2009 geen verboden middelen meer aangetroffen.
De volgende werkzame stoffen zijn aangetroffen in 2008 en 2009: acefaat, bifenthrin, carbofuran, cyhexatin, epoxiconazool, etoxazool, fenpropimorf, methamidophos en spiroxamine. De concentraties werkzame stof variëren van 0,01 tot 250 mg/kg.

Spiroxamine is een toegelaten werkzame stof in de EU, maar als middel niet in Nederland toegelaten.
Twee stoffen (epoxiconazool en fenpropimorf) hebben wel een toelating in Nederland, maar niet voor de snijrozenteelt. Etoxazool (insecticide) is sinds september 2009 wel toegelaten in de snijrozenteelt. De overige vijf stoffen zijn niet toegelaten in de EU.

2. De commissie verzoekt dat het middelengebruik in de rozenteelt wordt betrokken bij de evaluatie van de Wet Duurzame Gewasbescherming.
Over het verzoek voor deze evaluatie wordt u binnenkort separaat geïnformeerd.

6. Heeft de AID sancties opgelegd aan de telers bij wie verboden middelen zijn aangetroffen? Zo ja, deelt u de mening dat wanneer overtredingen worden geconstateerd er dan ook sancties opgelegd moeten worden om de overtredingen ook daadwerkelijk te stoppen?

7. Hoe vaak wordt er door de AID gecontroleerd op middelengebruik bij telers?

8. Kunt u uitleggen hoe het kan dat het probleem van het gebruik van illegale middelen in de rozenteelt al 5 jaar speelt, waarom is er niet eerder hiertegen opgetreden?

Voor de opgelegde sancties verwijs ik naar het antwoord op vraag 1 en 3 t/m 5.
Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden is ook de handhaving opnieuw tegen het licht gehouden. In het kader van het programmatisch handhaven is in 2007 een risicoanalyse voor de diverse doelgroepen uitgevoerd waarbij twee risico’s het zwaarste wogen: de kans op niet-naleving van de belangrijkste regels en het middelenverbruik door de doelgroep. Op basis hiervan zijn de rozentelers als één van de hoog risicodoelgroepen geclassificeerd. De handhavingsactiviteiten zijn hierna geïntensiveerd. Voorts is onderzoek gedaan naar de motieven van niet-naleven en risico’s voor werknemers en consument. Tot slot heeft de AID de sector geïnformeerd over de risico’s van niet-naleven en scherpere controles aangekondigd. Deze handhavingsactiviteiten hebben vooralsnog niet geresulteerd in een sterk verbeterde naleving, zodat ik mij beraad op verdergaande stappen, waaronder die met betrekking tot de sanctionering.

Motivatie niet naleven
De redenen voor al of niet naleven zijn diffuus. Uit een inventarisatie blijkt dat de rozentelers die wel naleven (circa 50%) goed uit de voeten kunnen met het beschikbare pakket aan toegelaten gewasbeschermingsmiddelen. Deze telers geven ook aan gebruik te maken van minder gevoelige rassen en zetten biologische bestrijders in. Verschillende factoren lijken van invloed te zijn op niet-naleving:
– beschikbare gewasbeschermingsmaatregelen (mede afhankelijk van rassenkeuze),
– weinig kennisdoorstroming vanwege lage organisatiegraad telers,
– concurrentie vanuit het buitenland,
– ongunstig investeringsklimaat, en
– innovatie vooral gericht op energie omdat dit een groter deel van de bedrijfskosten uitmaakt dan gewasbescherming.

Strikte handhaving
Als is vastgesteld dat een niet-toegelaten middel op het gewas is gebruikt, maakt de AID een boeterapport op. Het boetebureau van de VWA legt vervolgens aan de hand van het boeterapport een bestuurlijke boete op. Met de inwerkingtreding van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden zijn deze bedragen verhoogd: 2000 euro bedraagt de standaard bestuurlijke boete bij een eerste overtreding en 3000 euro bij een tweede overtreding. Bij een derde overtreding in vijf jaar tijd maakt de AID proces-verbaal op, zodat de zaak via het strafrecht wordt behandeld. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval kan soms worden volstaan met een waarschuwing en worden afgezien van een sanctie.

Uitgangspunt voor de handhaving is dat een overtreding zoveel mogelijk moet worden voorkomen en dat op een reeds begane overtreding een sanctie volgt. Het is niet altijd mogelijk om overtredingen ook daadwerkelijk te stoppen, omdat overtredingen meestal achteraf door de AID (onder andere uit monsteranalyses) worden geconstateerd. Wanneer de AID overtredingen op heterdaad constateert, worden direct maatregelen genomen om de overtreding te doen stoppen.

Ook dit jaar gaat de AID rozentelers controleren. De recidivisten van 2009 zullen opnieuw worden gecontroleerd. Naast deze controle acties zal binnenkort in overleg met LTO worden nagegaan op welke wijze de problemen in de rozenteelt kunnen worden opgelost.

9. Kunt u voor de verschillende illegale middelen uiteenzetten waarom zij niet zijn toegelaten en wat de consequenties voor natuur, milieu, dier en mens zijn wanneer deze middelen toch worden gebruikt?

Bij illegale middelen kan onderscheid worden gemaakt tussen a) middelen die werkzame stoffen bevatten die in de Europese Unie in het geheel niet zijn toegestaan, b) middelen die in Nederland niet zijn toegelaten en c) middelen die wel in Nederland zijn toegelaten, maar niet voor de rozenteelt.

Voor de middelen genoemd onder a is nergens in de Unie een toelating verstrekt of zijn deze komen te vervallen. Voor deze middelen geldt dat er geen enkele veilige toepassing is vastgesteld (vijf aangetroffen werkzame stoffen behoren tot dit type). Voor de middelen genoemd onder b is in Nederland geen toelating verstrekt, maar mogelijkerwijs in andere lidstaten wel. Spiroxamine is niet toegelaten in Nederland, maar in andere lidstaten wel in de graanteelt).

De oorzaken voor het ontbreken van toelatingen als bedoeld onder b en c kunnen economisch (te kleine afzetmarkt) of inhoudelijk (geen veilige toepassing) van aard zijn. Het gevolg is dat er geen toelating wordt aangevraagd bij het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) of dat deze wordt afgewezen of na herbeoordeling is vervallen.
Middelen uit de c-categorie hebben weliswaar een toelating in Nederland en zijn dus beoordeeld door het Ctgb, maar niet voor de bewuste toepassing in de rozenteelt onder glas. (Epoxiconazool is toegelaten in de graanteelt, maar niet in de rozenteelt; fenpropimorf is toegelaten voor stokrozen maar niet voor snijrozen).

Voor de toegelaten teelten, niet zijnde de rozenteelt, is de toepassing van het middel bij een juist gebruik veilig en zijn de effecten voor mens, dier en milieu aanvaardbaar. Deze effecten zijn echter niet beoordeeld voor de werknemers in de rozenteelt, de consument en het milieu. Met andere woorden: hier is niet met zekerheid te zeggen wat de effecten zullen zijn. Daarom is een niet-toegelaten toepassing verboden.

10. Kunt u een inzicht geven in de gezondheidsrisico’s voor werknemers van de aangetroffen bestrijdingsmiddelen?
Voor toegelaten gewasbeschermingsmiddelen zijn de gezondheidsrisico’s voor werknemers beoordeeld en bij het werken volgens de voorschriften aanvaardbaar bevonden. Van de niet toegelaten middelen zijn deze risico’s niet beoordeeld. Er is dus niet bekend wat de risico’s zijn. De middelen die in andere EU-lidstaten zijn toegelaten, zijn daar beoordeeld, wat betekent dat de gezondheidsrisico’s onder de landbouw- en milieucondities van de andere lidstaat aanvaardbaar worden geacht.

11. Is de arbeidsinspectie alert op de risico’s van het gebruik van illegale bestrijdingsmiddelen voor werknemers? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoeveel capaciteit wordt er ingezet op controle? Hoe groot is de pakkans en tegen hoeveel bedrijven (absoluut en procentueel) zijn maatregelen getroffen?
De Arbeidsinspectie ziet toe op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen vanuit het perspectief van veilig en gezond werken.
De nadruk ligt daarbij op het gebruik van de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen tijdens en na toepassing van gewasbeschermingsmiddelen en op naleving van de voorschriften voor herbetreding van percelen en kassen na toepassing van deze middelen. De daartoe strekkende aanwijzingen op het etiket zijn daarbij leidend. Bij het uitoefenen van haar toezichthoudende taak controleert de Arbeidsinspectie niet of het een etiket van een toegelaten of een niet toegelaten bestrijdingsmiddel betreft. Het toezicht op de aanwezigheid en het gebruik van illegale gewasbeschermingsmiddelen berust bij de AID.

12. Heeft u inzicht in het gebruik van beschermende maatregelen voor werknemers tegen bestrijdingsmiddelen in de rozenkwekerij en wat doet u om dit gebruik te bevorderen?
De Arbeidsinspectie beschikt niet over specifieke informatie over beschermende maatregelen voor werknemers tegen (resten van) gewasbeschermingsmiddelen in de rozenteelt.
In 2007 is wel een algemeen inspectieproject in de glastuinbouw (waaronder 53% sierteelt) uitgevoerd. In het kader van dat project zijn (onder andere) controles uitgevoerd op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de daarbij te treffen beschermende maatregelen. Daarbij zijn in 25% van de bedrijven overtredingen aangetroffen op het gebied van opslag en gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Deze overtredingen hadden in 54% van de gevallen betrekking op de herbetredingsvoorschriften (inclusief het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen). In 27% van de gevallen was sprake van gebrekkige opslag, en in 7% van de gevallen was de blootstelling van werknemers aan de middelen niet beoordeeld.
Om het verantwoord omgaan met gewasbeschermingsmiddelen in de glastuinbouw te bevorderen, verschijnt binnenkort een zogenaamde branchebrochure voor de glastuinbouw, waarin onder andere de belangrijkste regels op dit gebied nader worden toegelicht en waarin is beschreven hoe de Arbeidsinspectie en de overige, bevoegde toezichthouders toezicht houden op de naleving van deze regels.