Kamer­vragen aan de ministers van LNV en V&W over onge­lukken met reewild


Vragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Verkeer & Waterstaat

  1. Kent u het bericht 'Veel meer ongelukken met reewild dan officieel geregistreerd' (1) ?

  2. Bent u van mening dat de registratie van het aantal verkeersongelukken met reeën en andere wilde dieren toereikend is en een goed beeld vormt van het werkelijke aantal aanrijdingen met reeën en andere wilde dieren? Zo ja, waar blijkt dat uit en hoe verhoudt zich dat tot de cijfers van de Duitse politie en de schattingen van de Wild Beheer Eenheden? Zo neen, welke maatregelen gaat u nemen om de registratie te verbeteren?

  3. Bent u van mening dat melding van aanrijdingen met wilde dieren gestimuleerd zou moeten worden om zo een beter zicht te krijgen op het werkelijke aantal aanrijdingen? Zo ja, welke maatregelen gaat u hiervoor nemen en wanneer? Zo neen, waarom niet?

  4. Bent u van mening dat het registratie van aanrijdingen waarbij in het wild levende dieren betrokken zijn gecentraliseerd zou moeten worden? Zo ja, op welke wijze gaat u deze centrale registratie vormgeven en wanneer? Zo neen, waarom niet?

  5. Bent u van mening dat registratie van aanrijdingen met wilde dieren geen taak is voor belanghebbenden zoals Wild Beheer Eenheden? Zo ja, welke instantie wilt u deze taak geven? Zo neen, waarom vindt u registratie door een belanghebbende instantie toelaatbaar?

  6. Bent u bereid te bevorderen dat er een overzicht komt van plaatsen waar veel in het wild levende dieren oversteken zodat deze plaatsen gemarkeerd kunnen worden in navigatiesystemen. Zo ja, op welke termijn en op welke wijze? Zo neen, waarom niet?

  7. Bent u bereid om op plaatsen waar veel wilde dieren oversteken snelheidsbeperkingen in de nachtelijke uren in te voeren. Zo ja, op welke termijn? Zo neen, waarom niet?


(1) uit het Dagblad van het Noorden d.d. 11 mei 2007 http://www.dvhn.nl/nieuws/noorden/article1867704.ece

Antwoorddatum: 12 jul. 2007

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u, mede namens minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat, het antwoord toekomen op de vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) over verkeers¬ongelukken met in het wild levende dieren.

1
Kent u het bericht 'Veel meer ongelukken met reewild dan officieel geregistreerd'?

Ja.

2
Deelt u de mening dat de registratie van het aantal verkeersongelukken met reeën en andere in het wild levende dieren toereikend is en een goed beeld vormt van het werkelijke aantal aanrijdingen met reeën en andere wilde dieren? Zo ja, waar blijkt dit uit en hoe verhoudt zich dit tot de cijfers van de Duitse politie en de schattingen van de Wildbeheer Eenheden? Zo neen, welke maatregelen gaat u nemen om de registratie te verbeteren?

Het huidige registratiesysteem is mijns inziens toereikend. De aanrijdingen met wilde dieren op rijkswegen worden geregistreerd door de Dienst Weg- en Waterbouwkunde. Op provinciaal niveau spelen de Faunabeheereenheden een belangrijke rol. Een goede registratie van het aantal verkeersslachtoffers onder wilde dieren is ook van belang voor het opstellen van faunabeheerplannen, waar de faunabeheereenheden ook verantwoor¬delijk voor zijn.
Of de registratie een goed beeld geeft van het werkelijk aantal aanrijdingen hangt samen met de mate waarin aanrijdingen worden gemeld. Daarom wordt gestimuleerd om aanrijdingen te melden bij de meldkamer van het regionale politiekorps en op de website www.wildaanrijding.nl. Om in aanmerking te komen voor verzekering bij een aanrijding is melding overigens vaak verplicht.
Voor de verkeersveiligheid op provinciale wegen zijn Gedeputeerde Staten van de provincies verantwoordelijk. Gedeputeerde Staten kunnen ook aan de ontheffingverlening op grond van faunabeheerplannen voorwaarden verbinden aan de registratie.

3
Deelt u de mening dat melding van aanrijdingen met in het wild levende dieren gestimu¬leerd zou moeten worden om zo een beter zicht te krijgen op het werkelijke aantal aanrijdingen? Zo ja, welke maatregelen gaat u hiervoor nemen en wanneer? Zo neen, waarom niet?

Ja. Hiervoor zie ik een belangrijke rol weggelegd voor Gedeputeerde Staten van de provincies, de politie en faunabeheereenheden. De zorgplicht (artikel 2 Flora- en fauna¬wet) bepaalt dat men een lijdend dier niet aan zijn lot over mag laten. Daarbij hoort mijns inziens dat men een aanrijding meldt, zodat het lijden van het aangereden dier kan worden beperkt. Een aanrijding met een wild dier kan worden gemeld bij de regionale politie. Zie ook mijn antwoord op vraag 2.

4
Deelt u de mening dat registratie van aanrijdingen, waarbij in het wild levende dieren betrokken zijn gecentraliseerd zou moeten worden? Zo ja, op welke wijze gaat u deze centrale registratie vormgeven en wanneer? Zo neen, waarom niet?

Nee. De Dienst Weg- en Waterbouwkunde van het ministerie van Verkeer en Waterstaat registreert nu reeds de aanrijdingen met wilde dieren op rijkswegen. Voor provinciale en lokale wegen hoeft dit mijns inziens niet centraal te worden geregeld.

5
Deelt u de mening dat registratie van aanrijdingen met in het wild levende dieren geen taak is voor belanghebbenden zoals Wildbeheer Eenheden? Zo ja, welke instantie wilt u deze taak geven? Zo neen, waarom is registratie door een belanghebbende instantie toelaatbaar?

Nee. Ik denk dat dit een taak is die goed bij de andere taken van de faunabeheereenheden past. Daarbij hebben de faunabeheereenheden mijns inziens geen bijzonder belang. Zie ook mijn antwoord op vraag 2.

6
Bent u bereid te bevorderen dat er een overzicht komt van plaatsen waar veel in het wild levende dieren oversteken, zodat deze plaatsen gemarkeerd kunnen worden in navigatie¬systemen? Zo ja, op welke termijn en op welke wijze? Zo neen, waarom niet?

Op plaatsen waarvan bekend is dat daar veel wilde dieren oversteken worden nu al maatregelen genomen.
Zo zijn in het Meerjarenplan Ontsnippering de maatregelen benoemd om de mogelijk¬heden tot oversteken voor wilde dieren via passages over en onder weg en spoor te verbeteren.

Hierdoor worden leefgebieden met elkaar verbonden en vermindert de kans dat dieren worden aangereden. Via geleidingshekken worden de dieren naar de passages gelokt.
Daarnaast is er voor de weggebruiker een systeem van waarschuwingsborden langs wegen waar veel wild oversteekt. Dit systeem voldoet. Eventueel kan de provincie besluiten tot aanvullende maatregelen, zoals snelheidsbeperkingen op een bepaald traject.
Het waarschuwen van weggebruikers via navigatiesystemen vind ik een sympathiek idee, waarvan ik de uitwerking graag aan de markt overlaat.

7
Bent u bereid om op plaatsen waar veel in het wild levende dieren oversteken snelheids¬beperkingen in de nachtelijke uren in te voeren. Zo ja, op welke termijn? Zo neen, waarom niet?

Zie mijn antwoord op vraag 6.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg