Kamer­vragen aan de ministers van LNV en V&W over het grote aantal dieren als slacht­offer van verkeer


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de minister van Verkeer en Waterstaat over het grote aantal dieren als slachtoffer van verkeer.

  1. Kent u het bericht “Dieren moeten voortdurend oversteken”?1
  2. Is het waar dat in het wild levende dieren gemiddeld na elke kilometer die ze afleggen een lokale weg tegenkomen, en dat dat als oorzaak moet worden gezien van het feit dat er jaarlijks honderdduizenden dieren worden doodgereden? Zo neen, waarin is de werkelijkheid anders dan het bericht?
  3. Deelt u de opvatting van de onderzoekers dat er verkeersluwe gebieden zouden moeten worden ingesteld in regio’s waar veel in het wild levende dieren voorkomen en dat wegen zoveel als mogelijk is om dergelijke verkeersluwe gebieden geleid zouden moeten worden? Zo neen, waarom niet?
  4. Vormt het onderzoek voor u aanleiding om meer nachtelijke snelheids- en toegangsbeperkingen in te stellen op lokale wegen (door ze bijvoorbeeld alleen in de nachtelijke uren toegankelijk te laten zijn voor bestemmingsverkeer). Zo neen, waarom niet?
  5. Deelt u de mening dat in beeldvorming en beleid dieren te vaak als daders van verkeersonveilige situaties worden aangemerkt, terwijl ze veeleer slachtoffer zijn van gemotoriseerd verkeer dat dientengevolge eerder als ‘dader’ aan te merken valt? Zo ja, bent u bereid de slachtoffers meer bescherming te bieden, ook in het belang van de verkeersveiligheid? Zo neen, waarom niet?

1 Agrarisch Dagblad 2 december 2008, www.agd.nl/1065757/Nieuws/Artikel/Dieren-moeten-voortdurend-oversteken.htm

Antwoorddatum: 17 feb. 2009

Geachte Voorzitter,

Hierbij geef ik, mede namens mijn ambtsgenoot van Verkeer en Waterstaat, antwoord op de schriftelijke vragen van het lid Thieme (PvdD) over het grote aantal dieren als slacht­offer van verkeer.

1
Kent u het bericht ‘Dieren moeten voortdurend oversteken’? 1)

Ja.

2
Is het waar dat in het wild levende dieren gemiddeld na elke kilometer die ze afleggen een lokale weg tegenkomen en dat dat als oorzaak moet worden gezien voor het feit dat er jaarlijks honderdduizenden dieren worden doodgereden? Zo neen, waarin is de werke­lijkheid anders dan het bericht?

Volgens onderzoekers van Wageningen Universiteit komt een dier gemiddeld om de 1300 meter een lokale weg tegen. Uit het nieuwsbericht van Wageningen Universiteit 2) volgt niet dat er jaarlijks honderdduizenden dieren worden doodgereden. Wel wordt verwezen naar Vereniging Das & Boom en de Vereniging voor Zoogdieren en Zoogdier­kunde. Deze geven aan dat respectievelijk tweederde van de ongeveer vijfhonderd dassen die jaarlijks sneuvelen in het verkeer wordt aangereden op een secundaire weg en jaarlijks meer dan honderdduizend egels sneuvelen als gevolg van gemotoriseerd verkeer.

3 en 4
Deelt u de opvatting van de onderzoekers dat er verkeersluwe gebieden zouden moeten worden ingesteld in regio’s waar veel in het wild levende dieren voorkomen en dat wegen zoveel als mogelijk is om dergelijke verkeersluwe gebieden geleid zouden moeten worden? Zo neen, waarom niet?
Vormt het onderzoek voor u aanleiding om meer nachtelijke snelheids- en toegangs­beperkingen in te stellen op lokale wegen (door ze bijvoorbeeld alleen in de nachtelijke uren toegankelijk te laten zijn voor bestemmingsverkeer)? Zo neen, waarom niet?

Nee. Ik wil daarbij vooropstellen dat het Rijk geen zeggenschap heeft over het wegennet van de andere overheden.
Overigens worden al maatregelen toegepast om de verkeersluwte in gebieden te bevorderen. Delen van de Veluwe zijn reeds in de nachtelijke uren ontoegankelijk voor gemotoriseerd verkeer. Op provinciale wegen geldt in veel gevallen een snelheids­beperking rond belangrijke grofwildwissels. Daarnaast wordt de weggebruiker door middel van bebording en in sommige gevallen van dynamische informatiepanelen attent gemaakt op het voorkomen van grofwild in de berm. Op de provinciale wegen geldt een maximumsnelheid van 80 km/h en in sommige gevallen 60 km/h. Verdere verlaging van de snelheid stuit op veel bezwaren van de plaatselijke bevolking.
Ik ben daarom van mening dat het verkeersluw maken van (delen van) de gehele Veluwe de mobiliteit van de bewoners onevenredig sterk inperkt.

5
Deelt u de mening dat in beeldvorming en beleid dieren te vaak als daders van verkeers­onveilige situaties worden aangemerkt, terwijl ze veeleer slachtoffer zijn van gemotori­seerd verkeer, dat dientengevolge eerder als ‘dader’ aan te merken valt? Zo ja, bent u bereid de slachtoffers meer bescherming te bieden, ook in het belang van de verkeers­veiligheid? Zo neen, waarom niet?

Een dergelijke beeldvorming is mij niet bekend. Overigens dienen inzake verkeersveilig­heid zowel de wegbeheerder als de weggebruiker verantwoordelijkheid te nemen.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg

1) Agrarisch Dagblad, 2 december 2008; http://www.agd.nl/1065757/Nieuws/Artikel/Dieren-moeten-voortdurend-oversteken.htm
2) http://www.wur.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/081127Das.htm