Kamer­vragen aan de ministers van LNV en Justitie over het afschieten van katten


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Justitie over het afschieten van katten

1. Kunt u aangeven hoeveel personen en/of categorieën van personen per provincie zijn aangewezen om verwilderde katten af te schieten? Gaat het hierbij om wildbeheereenheden, particuliere jachtaktehouders of anderen?
2. Kunt u aangeven op welke wijze aangetoond dient te worden dat verwilderde katten schade aanrichten aan de fauna in een bepaald gebied alvorens opdracht wordt gegeven om de dieren af te schieten? Om hoeveel schade gaat het hierbij, op welke wijze wordt deze gemeten en door wie?
3. Op welke wijze wordt nagegaan of er een andere bevredigende oplossing bestaat voor het beperken van mogelijke schade door katten alvorens overgegaan wordt tot het afschieten van katten? Kunt u aangeven in welke situaties wordt overgegaan tot het neutraliseren van verwilderde kattenpopulaties?
4. Kunt u aangeven of en zo ja, in hoeveel gevallen een faunabeheerplan wordt opgesteld alvorens toestemming wordt gegeven om de katten af te schieten?
5. Kunt u aangeven op welke wijze en door wie de effecten worden gemonitord van het afschot van verwilderde katten in het kader van beheer en schadebestrijding?
6. Worden er metingen verricht van het aantal verwilderde katten in een bepaald gebied? Zo ja, door wie, op welke wijze en bent u bereid inzicht te geven in de resultaten van deze metingen? Zo neen, welke doelstellingen worden er gehanteerd bij het “beperken van de stand van verwilderde katten” 1) en op welke wijze wordt gecontroleerd of deze worden behaald zonder hiertoe metingen te verrichten?
7. Kunt u aangeven op welke wijze wordt gecontroleerd of de personen aan wie door Gedeputeerde Staten toestemming is verleend om verwilderde katten af te schieten, het gebied waarin zij actief zijn, kennen en dus ook weten welke katten verwilderd zijn en welke niet 2)?
8. Hoe groot zijn de genoemde gebieden gemiddeld? Acht u het realistisch dat de voor een bepaald gebied aangewezen jagers alle katten in het betreffende gebied kennen en derhalve katten met een eigenaar weten te herkennen en onderscheiden van (verwilderde) katten zonder eigenaar? Zo ja, waar baseert u dat op? Zo neen, op welke wijze wordt voorkomen dat katten met een eigenaar worden afgeschoten?
9. Worden afgeschoten katten gecontroleerd op de aanwezigheid van een chip, zodat een eventuele eigenaar op de hoogte kan worden gesteld van de dood van zijn of haar kat?
10. Op welke wijze is de toepassing van diervriendelijke methoden om de stand van verwilderde katten te beperken, zoals castratie en sterilisatie, onderzocht en wat waren hiervan de resultaten? Indien dit niet is onderzocht, hoe komt u tot de uitspraak dat toepassing hiervan buiten de bebouwde kom praktisch niet haalbaar is 3)?
11. Kunt u aangeven welke definitie u hanteert voor het begrip ‘buiten de bebouwde kom’? Vallen industrieterreinen, campings, havengebieden onder deze definitie?
12. Hoe komt u tot de uitspraak dat gemeenten op de hoogte zijn van de toepassing van diervriendelijke methoden om de stand van verwilderde katten te beperken binnen de bebouwde kom? Wordt er vanuit uw ministerie informatie verstrekt over deze methoden richting gemeenten? Zo neen, bent u bereid hiertoe over te gaan?
13. Kunt u aangeven of en zo ja, op welke wijze afstemming plaatsvindt tussen gemeenten en provincies met betrekking tot de aanpak van problematiek rondom verwilderde katten? Bent u bereid dergelijke afstemming te stimuleren?
14. Bent u bereid de toepassing van diervriendelijke methoden voor het beperken van eventuele schade door katten te stimuleren of tenminste te onderzoeken, zowel binnen als buiten de bebouwde kom? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn? Zo neen, waarom niet?
15. Bent u op de hoogte van het besluit van uw Vlaamse collega’s om de jacht op katten te verbieden ? Zo ja, hoe beoordeelt u dit besluit?
16. Bent u bereid het Vlaamse voorbeeld te volgen? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn? Zo neen, waarom niet?


1) Aanhangsel van de Handelingen, vergaderjaar 2007-2008, nr. X (Antwoorden vragen lid Thieme over het afschieten van katten met kenmerk 2070821000, verstuurd op 29 juli 2008)
2) Zie 1)
3) Zie 1)

Antwoorddatum: 17 sep. 2008

Geachte Voorzitter,

Hierbij stuur ik u mijn antwoorden op vragen van het lid Thieme (PvdD) over het afschieten van katten (ingezonden 8 augustus 2008).

  1. Kunt u uiteenzetten hoeveel personen en/of categorieën van personen per provincie zijn aangewezen om verwilderde katten af te schieten? Gaat het hierbij om wildbeheereenheden, particuliere jachtaktehouders of anderen?
    Neen. Ik heb daarover geen informatie
  2. Kunt u uiteenzetten op welke wijze aangetoond dient te worden dat verwilderde katten schade aanrichten aan de fauna in een bepaald gebied alvorens opdracht wordt gegeven om de dieren af te schieten? Om hoeveel schade gaat het hierbij, op welke wijze wordt deze gemeten en door wie?

    Het staat vast dat verwilderde katten schade aanrichten aan de fauna. Artikel 67, eerste lid, onder d, van de Flora- en faunawet eist niet dat sprake is van dreiging van “belangrijke schade” om personen of categorieën van personen aan te wijzen om verwilderde katten te bestrijden.
  3. Op welke wijze wordt nagegaan of er een andere bevredigende oplossing bestaat voor het beperken van mogelijke schade door katten alvorens overgegaan wordt tot het afschieten van katten? Kunt u uiteenzetten in welke situaties wordt overgegaan tot het neutraliseren van verwilderde kattenpopulaties?

    Om schade aan de fauna te voorkomen, moeten verwilderde katten uit het veld verwijderd worden. Daarvoor zijn verschillende methoden. Verwilderde katten kunnen behalve worden geschoten, ook levend worden gevangen met de kastval.
    Het Besluit beheer en schadebestrijding dieren maakt gebruik van de kastval voor dat doel mogelijk. Ook verwilderde katten die in het veld levend worden gevangen, zullen moeten worden gedood. Castreren of steriliseren en daarna weer loslaten is in de bebouwde omgeving een optie, maar niet in het veld. Ook gecastreerde of gesteriliseerde verwilderde katten richten in het veld immers schade aan aan de fauna.
    Zie verder mijn antwoord op vraag 8 van uw eerdere set vragen over hetzelfde onderwerp.1
  4. Kunt u uiteenzetten of en zo ja, in hoeveel gevallen een faunabeheerplan wordt opgesteld alvorens toestemming wordt gegeven om de katten af te schieten?

    De verwilderde kat is geen beschermde inheemse soort. Faunabeerplannen voor de bestrijding van verwilderde katten zijn daarom niet aan de orde.
  5. Kunt u uiteenzetten op welke wijze en door wie de effecten worden gemonitord van het afschot van verwilderde katten in het kader van beheer en schadebestrijding?

    Monitoring van de effecten van afschot van verwilderde katten is niet aan de orde. Zie mijn antwoorden op vraag 2 en 3.
  6. Worden er metingen verricht van het aantal verwilderde katten in een bepaald gebied?
    Zo ja, door wie, op welke wijze en bent u bereid inzicht te geven in de resultaten van deze metingen? Zo neen, welke doelstellingen worden er gehanteerd bij het “beperken van de stand van verwilderde katten”3 en op welke wijze wordt gecontroleerd of deze worden behaald zonder hiertoe metingen te verrichten?

    Kunt u uiteenzetten op welke wijze wordt gecontroleerd of de personen aan wie door Gedeputeerde Staten toestemming is verleend om verwilderde katten af te schieten, het gebied waarin zij actief zijn kennen en dus ook weten welke katten verwilderd zijn en welke niet?4

    Er worden geen metingen verricht. In het geval van niet-inheemse soorten die schade toebrengen aan de fauna moet zo veel mogelijk worden gestreefd naar een nulstand. Over aantallen in het veld voorkomende verwilderde katten en waar deze zich bevinden, is voldoende kennis aanwezig bij jagers, grondgebruikers, terreinbeheerders en anderen die zich frequent in het veld ophouden.

    In het veld levende verwilderde katten zijn, in tegenstelling tot als huisdier gehouden katten, territoriaal en schuw. Iedereen met enige ervaring in het veld kan in voorkomende gevallen vaststellen of al dan niet sprake is van een verwilderde kat.
  7. Zie antwoord 6.
  8. Hoe groot zijn de genoemde gebieden gemiddeld? Acht u het realistisch dat de voor een bepaald gebied aangewezen jagers alle katten in het betreffende gebied kennen en derhalve katten met een eigenaar weten te herkennen en onderscheiden van (verwilderde) katten zonder eigenaar? Zo ja, waar baseert u dat op? Zo neen, op welke wijze wordt voorkomen dat katten met een eigenaar worden afgeschoten?

    Zie mijn antwoorden op de vragen 1 en 6 en 7.
  9. Worden afgeschoten katten gecontroleerd op de aanwezigheid van een chip, zodat een eventuele eigenaar op de hoogte kan worden gesteld van de dood van zijn of haar kat?

    Voor zover mij bekend, is hier geen sprake van.
  10. Op welke wijze is de toepassing van diervriendelijke methoden om de stand van verwilderde katten te beperken, zoals castratie en sterilisatie, onderzocht en wat waren hiervan de resultaten? Indien dit niet is onderzocht, hoe komt u tot de uitspraak dat toepassing hiervan buiten de bebouwde kom praktisch niet haalbaar is?2

    Zie mijn antwoord op vraag 3.
  11. Kunt u uiteenzetten welke definitie u hanteert voor het begrip ‘buiten de bebouwde kom’? Vallen industrieterreinen, campings, havengebieden onder deze definitie?

    Er kan onderscheid gemaakt worden tussen veld, als bedoeld in de Flora- en faunawet, en de bebouwde omgeving.
  12. Hoe komt u tot de uitspraak dat gemeenten op de hoogte zijn van de toepassing van diervriendelijke methoden om de stand van verwilderde katten te beperken binnen de bebouwde kom? Wordt er vanuit uw ministerie informatie verstrekt over deze methoden richting gemeenten? Zo neen, bent u bereid hiertoe over te gaan?

    Dierenbescherming beschouwt zowel voorlichting als het daadwerkelijk vangen en castreren of steriliseren van zwerfkatten als haar taak en voert deze taken ook uit. Daarnaast biedt het Kenniscentrum Dierplagen (KAD) informatie aan gemeenten via een website, cursussen en adviezen, onder meer over het beperken van overlast door verwilderde katten. LNV heeft het opzetten van de website financieel ondersteund.
  13. Kunt u uiteenzetten of en zo ja, op welke wijze afstemming plaatsvindt tussen gemeenten en provincies met betrekking tot de aanpak van problematiek rondom verwilderde katten? Bent u bereid dergelijke afstemming te stimuleren?

    Zie mijn antwoord op vraag 12.
  14. Bent u bereid de toepassing van diervriendelijke methoden voor het beperken van eventuele schade door katten te stimuleren of tenminste te onderzoeken, zowel binnen als buiten de bebouwde kom? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn? Zo neen, waarom niet?

    Neen. Zie mijn antwoorden op de vragen 3 en 12. Naar de effecten van castratie en sterili¬satie op populaties zwerfkatten is voldoende onderzoek gedaan in Engeland. Het is op grond van de resultaten van dergelijk onderzoek dat Dierenbescherming is overgegaan tot de activiteiten als bedoeld in mijn antwoord op vraag 12.
  15. Bent u op de hoogte van het besluit van uw Vlaamse collega’s om de jacht op katten te verbieden?5 Zo ja, hoe beoordeelt u dit besluit?

    Bent u bereid het Vlaamse voorbeeld te volgen? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn? Zo neen, waarom niet?

    Ja. Ik stel vast dat nu in Vlaanderen vergelijkbare regelgeving wordt ingevoerd als met de inwerkingtreding van de Flora- en faunawet in Nederland en dat als gevolg daarvan ook in Vlaanderen door jagers niet langer vrijelijk op verwilderde katten kan worden geschoten.
  16. Zie antwoord 15.

    DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
    VOEDSELKWALITEIT,

    G. Verburg

1. Aanhangsel van de Handelingen, vergaderjaar 2007-2008, nr. 3135
2. Zie 1
3. Zie 1
4. Zie 1
5. http://publicatie-62.vlaanderen.be/servlet/Satellite?c=NB_Nieuwsbericht&cid=1205994453316&lang=NL&lyt=1106745974281&p=1106745974384&pagename=nieuwsberichten%2FNB_Nieuwsbericht%2FNieuwsbericht&site=nieuwsberichten