Kamer­vragen aan de ministers van LNV en Justitie over aanvulling op de kamer­vragen inzake roof­vo­gel­ver­volging van 17 april 2007


Indiendatum: jun. 2007

Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Justitie over aanvulling op de kamervragen inzake roofvogelvervolging van 17 april 2007

1. Kent u het bericht “Jagerstrio zaait jarenlang dood en verderf onder roofdieren” (1) waaruit blijkt dat drie jachtaktehouders uit Hardenberg zijn aangehouden die jarenlang beschermde roofvogels en roofdieren hebben vergiftigd en geschoten?

2. Is het juist dat de richtlijn “herziening richtlijn jachtakten” van 19 april 2000 aan de korpschefs nog steeds van toepassing is? Zo ja, bent u van mening dat het een verouderde richtlijn betreft en dat aanscherping van de richtlijn, mede in het licht van de toenemende agressie tegen beschermde roofdieren, een effectief middel is om bijvoorbeeld roofvogeldoding terug te dringen? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn wilt u de richtlijn vervangen of aanscherpen. Zo neen, waarom niet en kunt u aangeven op welke wijze u dan toenemende agressie tegen beschermde roofdieren wilt voorkomen en aanpakken?

3. Deelt u de mening dat vergunningenhouders, waaronder jachtaktehouders, welke opzettelijk beschermde diersoorten doden en hiervoor veroordeeld zijn, definitief niet meer in het bezit mogen komen van een jachtakte en dat artikel 39, onder H van de Flora en Faunawet hierop aanpassing behoeft? Zo ja, bent u bereid de richtlijn “herziening richtlijn jachtakte” en artikel 39 onder H van de Flora en Faunawet conform het gestelde in vraag 4 aan te passen en zo ja op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet en kunt u uitleggen waarom u accepteert dat veroordeelde jachtaktehouders nog steeds in het bezit kunnen blijven of kunnen komen van een jachtakte?


Bijlagen:
Artikel “Jagerstrio zaait jarenlang dood en verderf onder roofdieren”.
Herziening richtlijn jachtakten, 19 april 2000


(1) Dagblad van het Noorden d.d. 1 juni 2007

Indiendatum: jun. 2007
Antwoorddatum: 16 jul. 2007

Geachte Voorzitter,

Hierbij beantwoord ik, mede namens de minister van Justitie, de vragen van het lid Thieme (PvdD) over roofvogelvervolging.

1
Kent u het bericht “Jagerstrio zaait jarenlang dood en verderf onder roofdieren” , waaruit blijkt dat drie jachtaktehouders uit Hardenberg zijn aangehouden die jarenlang beschermde roofvogels en roofdieren hebben vergiftigd en geschoten?

Ik heb kennisgenomen van het bericht “Jagerstrio zaait jarenlang dood en verderf onder roofdieren” in het Dagblad van het Noorden van 1 juni 2007.

2
Is het waar dat de richtlijn “herziening richtlijn jachtakten” van 19 april 2000 aan de korpschefs nog steeds van toepassing is? Zo ja, deelt u de mening dat het een verouderde richtlijn betreft en dat aanscherping van de richtlijn, mede in het licht van de toenemende agressie tegen beschermde roofdieren, een effectief middel is om bijvoorbeeld roofvogeldoding terug te dringen? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn wilt u de richtlijn vervangen of aanscherpen. Zo neen, waarom niet en kunt u aangeven op welke wijze u dan de toenemende agressie tegen beschermde roofdieren wilt voorkomen en aanpakken?

Ik neem aan dat u de herziene Richtlijn intrekking jachtakten van 19 april 2000 (Stcrt. 2000, 81) bedoelt. Het gaat hier om een richtlijn inzake de toepassing van bepalingen van de Jachtwet over het intrekken van jachtakten. Desbetreffende bepalingen zijn per 1 april 2002 inhoudelijk vrijwel ongewijzigd opgenomen in de Flora- en faunawet. Hoewel de richtlijn verwijst naar de oude artikelen van de Jachtwet geldt de richtlijn onverminderd voor de intrekking van jachtakten onder het regime van de Flora- en faunawet. Dat geldt ook voor het onderdeel van de richtlijn dat stelt dat op het doden van beschermde vogels intrekking van de jachtakte zou moeten volgen.
Ik heb uw Kamer bij brief van 27 juni 2007 ingelicht over maatregelen om roofvogelvervolging, roofvogeldoding daarbij inbegrepen, door jagers te voorkomen. Eén van de maatregelen betreft het intrekken van jachtakten van jagers die zich schuldig maken aan roofvogelvervolging. Deze maatregel is opgenomen in de Interventiestrategie roofvogelvervolging van het Openbaar Ministerie.

3
Deelt u de mening dat vergunningenhouders, waaronder jachtaktehouders, welke opzettelijk beschermde diersoorten doden en hiervoor veroordeeld zijn, definitief niet meer in het bezit mogen komen van een jachtakte en dat artikel 39, onder H van de Flora- en Faunawet hierop aanpassing behoeft? Zo ja, bent u bereid de richtlijn “herziening richtlijn jachtakte” en artikel 39 onder H van de Flora- en Faunawet conform het gestelde in vraag 4 aan te passen? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet en kunt u uitleggen waarom u accepteert dat veroordeelde jachtaktehouders nog steeds in het bezit kunnen blijven of kunnen komen van een jachtakte?

Neen, op grond van artikel 39, eerste lid, aanhef en onder j, van de Flora- en faunawet wordt een jachtakte geweigerd indien de aanvrager in de twee jaren voorafgaande aan het verzoek tot het verkrijgen van een jachtakte veroordeeld is voor het doden van beschermde dieren. Indien meer dan twee jaar na zo’n veroordeling een verzoek ter verkrijging van een jachtakte wordt gedaan, wordt - zoals bij ieder verzoek - naar de omstandigheden van het geval beoordeeld of tot verlening wordt overgegaan. Een veroordeling in het verleden kan ook dan een verlening van de jachtakte in de weg staan.
Ik geef de voorkeur aan deze op het desbetreffende geval toegesneden beoordeling boven het automatisch voorgoed weigeren van een jachtakte na een veroordeling. Het is een algemeen beginsel dat een sanctie in een evenredige verhouding moet staan tot de ernst van de feiten. Overigens kan bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid om te jagen worden ontzegd. In dat geval kan de desbetreffende persoon gedurende de tijd voor welke die bevoegdheid is ontzegd geen jachtakte verkrijgen (zie artikel 39, eerste lid, aanhef en onder i, van de Flora- en faunawet).
Wat betreft het in bezit kunnen blijven van een jachtakte heb ik in het antwoord op vraag 2 aangegeven dat bij roofvogeldoding intrekking van de jachtakte past.


DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,




G. Verburg



1. Dagblad van het Noorden, 1 juni 2007.

Interessant voor jou

Kamervragen aan de ministers van LNV en VROM over de uitbreiding van varkensschuren in Marle

Lees verder

Kamervragen aan de ministers van LNV en VROM over het stimuleren van weidegang

Lees verder

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer