Kamer­vragen aan de ministers van EZ, LNV en VROM over de uitbreiding van gas- en olie­bo­ringen in de Noordzee


Indiendatum: aug. 2007

Vragen van het lid Ouwehand (Partij voor de Dieren) aan de ministers van Economische Zaken, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu over de uitbreiding van gas- en olieboringen in de Noordzee

d.d. 28-8-2007

1. Kent u de berichten “Wintershall breidt uit in Noordzee” 1) en “Groene lichtjes op zee wijzen vogels de weg” 2)?

2. Kunt u aangeven welke extra activiteiten Wintershall zal ondernemen, of deze activiteiten belastend zullen/kunnen zijn voor natuur en milieu en of ze vergunningplichtig zijn?

3. Is er een milieueffectrapportage noodzakelijk voor uitbreiding van activiteiten van een dergelijke omvang? Zo ja, heeft deze plaatsgevonden? Zo neen, waarom niet?

4. Bent u bereid aanvullende regels te stellen aan de verlichting van boorplatforms om vogelsterfte tijdens de trek te voorkomen of tot een minimum te beperken? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

5. Deelt u de mening van Milieuadviseur Marquenie dat “pas als alle bedrijven hun platforms met groene lichten volhangen grote zwermen vogels bij platforms tot het verleden zullen behoren”? Zo ja, op welke wijze wilt u hieraan gevolg geven in uw beleid terzake? Zo neen, waarom niet?


1) Volkskrant, 28-08-07
2) Volkskrant, 24-08-07

Indiendatum: aug. 2007
Antwoorddatum: 10 okt. 2007

Antwoord van minister Van der Hoeven (Economische Zaken).

1. Ja.

2. Uit de informatie verstrekt door Wintershall blijkt dat zij tot 2010 € 300 miljoen willen investeren in het
verkrijgen van vergunningen voor nieuwe gebieden van het Nederlandse, Duitse, Engelse, Deense en Noorse deel van de Noordzee en willen investeren in de zoektocht naar aardolie en aardgas. Voor het
Nederlandse deel van de Noordzee zullen de activiteiten bestaan uit een verkenningsonderzoek, het winnen van aardgas uit een recent gevonden reservoir en het opsporen van aardolie en aardgas door middel van boringen. Verdere opsporings- en winningsactiviteiten zijn afhankelijk van de resultaten van studies en onderzoeken. Mijnbouwactiviteiten kunnen belastend zijn voor natuur en milieu. In wet- en regelgeving en bij vergunningverlening wordt daarmee rekening gehouden. Voor een verkenningsonderzoek zijn algemene regels op grond van het Mijnbouwbesluit van toepassing. Het
oprichten of in stand houden van een winningsplatform en het boren naar aardgas en/of aardolie zijn
vergunningplichtig op grond van de Mijnbouwwet. Bij het verlenen van mijnbouwmilieuvergunningen
wordt aandacht besteed aan de milieuaspecten van de desbetreffende activiteiten. Aan de
mijnbouwmilieuvergunning worden ter bescherming van het milieu voorschriften verbonden,
bijvoorbeeld ten aanzien van licht, lucht, energiegebruik en afvalstoffen.

3. In het Besluit milieueffectrapportage 1994 is vastgesteld in welke gevallen een milieueffectrapportage moet worden opgesteld, alvorens een mijnbouwactiviteit mag worden verricht. Ten behoeve van de besluitvorming ten aanzien van de verlening van een mijnbouwmilieuvergunning voor een nieuwe winningsplatform met een dagproductie van minimaal 500.000 meer m3 aardgas of van minimaal 500 ton aardolie moet een milieueffectrapport worden gemaakt. De voorgenomen winning van aardgas uit het bovengenoemde reservoir overschrijdt de productiegrens van 500.000 m3
aardgas per dag en dus moet er een milieueffectrapport gemaakt worden. De milieueffectrapportage-procedure zal naar verwachting binnen een aantal maanden worden gestart. Hierbij wordt het integrale
afwegingskader voor vergunningverlening op basis van het Integraal Beheerplan Noordzee 2015
(IBN 2015, 8 juli 2005) betrokken.

4. en 5. Op basis van de Mijnbouwregeling zijn voorschriften gesteld ten aanzien van verlichting betreffende de veiligheid van de scheepvaart en de mijnbouwinstallatie (platform). Aan de mijnbouwmilieuvergunning worden voorschriften verbonden om nadelige effecten van de verlichting
op het milieu te beperken. De buitenverlichting op de mijnbouwinstallatie blijft ter bescherming van het milieu beperkt tot het niveau dat noodzakelijk is voor het verrichten van de nodige werkzaamheden of ter voorkoming van gevaar. Dit houdt in dat de lampen uitsluitend branden voor zover dit voor het verrichten van werkzaamheden of in verband met de veiligheid noodzakelijk is. Door gerichte verlichting van de werkvloer wordt de uitstraling van het licht op de omgeving zoveel mogelijk voorkomen. De verlichting op het platform L15 van de Nederlandse Aardolie Maatschappij is een proefproject. Het onderzoek naar het effect van groene verlichting op trekvogels loopt tot het einde van dit jaar. Afhankelijk van de resultaten van dit onderzoek zal ik mij beraden of het wenselijk is om de wet- en regelgeving met betrekking tot verlichting van mijnbouwinstallaties aan te passen.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer