Kamer­vragen aan de ministers van BZK, Justitie en LNV over het bewust dood­rijden van een beschermde diersoort en het dood­schieten van gezel­schaps­dieren


Vragen van het lid Thieme aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Justitie en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het bewust doodrijden van een beschermde diersoort en het doodschieten van gezelschapsdieren

  1. Kent u het bericht op Birdpix (1) waarin melding wordt gedaan van het bewust doodrijden van een beschermd dier (een knobbelzwaan) te Jaarsveld?
  2. Is het waar dat, ondanks het feit dat er foto’s en getuigen van het voorval waren en de vermoedelijke dader bekend is, er geen aangifte werd opgenomen wegens staking van de politie?
  3. Kunt u aangeven of de politie na afloop van de staking de aangifte alsnog in behandeling heeft genomen? Zo ja, met welk gevolg? Zo neen, waarom niet?
  4. Bent u bereid te onderzoeken of door het Openbaar Ministerie alsnog vervolging kan worden ingesteld wegens het doden van een beschermd dier? Zo neen, waarom niet?
  5. Bent u van mening dat bij overtreding van de Flora- en faunawet in het algemeen adequaat wordt opgetreden door opsporingsinstanties en het OM? Zo ja, waarop baseert u die mening? Zo neen, waarom niet?
  6. Bent u van mening dat bij dierenmishandeling en het doden van dieren in het algemeen adequaat wordt opgetreden door opsporingsinstanties en het OM? Zo ja, waarop baseert u die mening? Zo neen, waarom niet?
  7. Kent u het bericht ‘Onze kat is geen dood voorwerp' (2), waarin wordt bericht over het niet opvolgen van een aangifte van het doodschieten van een kat?
  8. Hoe verhoudt het niet instellen van een onderzoek in geval van een dergelijk misdrijf zich volgens u tot het voornemen uit het regeerakkoord om dierenmishandeling strenger te gaan bestraffen?
  9. Bent u bereid alsnog een onderzoek in te stellen naar aanleiding van deze aangifte? Zo neen, waarom niet?

(1) http://www.birdpix.nl/viewtopic.php?t=3734
(2) http://www.gelderlander.nl/nijmegen/2570574/Onze-kat-is-geen-dood-voorwerp.ece?startshow=null&startSlide=null

Antwoorddatum: 26 mrt. 2008

Vraag 1
Kent u het bericht, waarin melding wordt gedaan van het bewust doodrijden van een beschermd dier (een knobbelzwaan) te Jaarsveld?

Antwoord 1
Ja.

Vraag 2
Is het waar dat, ondanks het feit dat er foto’s en getuigen van het voorval waren en de vermoedelijke dader bekend is, er geen aangifte werd opgenomen wegens staking van de politie?

Vraag 3
Kunt u aangeven of de politie na afloop van de staking de aangifte alsnog in behandeling heeft genomen? Zo ja, met welk gevolg? Zo neen, waarom niet?

Vraag 4
Bent u bereid te onderzoeken of door het Openbaar Ministerie (OM) alsnog vervolging kan worden ingesteld wegens het doden van een beschermd dier? Zo neen, waarom niet?

Antwoord 2, 3 en 4
Op 1 februari 2008 heeft een getuige van het incident hiervan melding gemaakt bij de politie. Omdat het een stakingsdag betrof, heeft de politie conform het gehanteerde protocol, de volgende dag contact opgenomen met de melder. De gegevens betreffende deze melding zijn vastgelegd in het bedrijfsprocessensysteem van de politie.
De politie heeft deze zaak opgepakt en heeft inmiddels een aantal personen omtrent het incident gehoord. Het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie zal op basis van de gegevens uit het onderzoek een beslissing omtrent verdere vervolging nemen. Op dit moment kan hierover nog geen uitspraak worden gedaan.

Vraag 5
Deelt u de mening dat bij overtreding van de Flora- en faunawet in het algemeen adequaat wordt opgetreden door opsporingsinstanties en het OM? Zo ja, waarop baseert u die mening? Zo neen, waarom niet?

Vraag 6
Deelt u de mening dat bij dierenmishandeling en het doden van dieren in het algemeen adequaat wordt opgetreden door opsporingsinstanties en het OM? Zo ja, waarop baseert u die mening? Zo neen, waarom niet?

Antwoord 5 en 6
Ja, wij hebben geen aanwijzigen dat in het algemeen niet adequaat wordt opgetreden inzake overtredingen van de Flora- en faunawet en bij dierenmishandeling en het doden van dieren. Desalniettemin kan de handhaving van natuur- en dierenwelzijnregelgeving op sommige punten worden geoptimaliseerd. Derhalve is onder meer gestart met het project Programmatisch Handhaven Natuurwetgeving, waarover de minister van LNV de Kamer eerder per brief van 19 september 2007 heeft geïnformeerd (Kamerstukken 2007-2008, 31200 XIV, nr. 7). De handhaving van de Flora- en faunawet is onderdeel van dit project. In de Nota Dierenwelzijn is aangegeven dat ook voor de handhaving van dierenwelzijnsregelgeving een handhavingsprogramma wordt geformuleerd (Kamerstukken 2007-2008, 28286, nr. 76). Voorts is opsporing en vervolging van delicten op het gebied van dierenwelzijn, waar overtredingen ten aanzien van dieren van de Flora- en faunawet en dierenmishandeling en het doden van dieren in het algemeen toe behoren, door het Functioneel Parket voor de komende jaren als prioriteit aangemerkt.

Vraag 7
Kent u het bericht “Onze kat is geen dood voorwerp” 2), waarin wordt bericht over het niet opvolgen van een aangifte van het doodschieten van een kat?

Antwoord 7
Ja.

Vraag 8
Hoe verhoudt het niet instellen van een onderzoek in geval van een dergelijk misdrijf zich tot het voornemen uit het regeerakkoord om dierenmishandeling strenger te gaan bestraffen?

Antwoord 8
In het regeerakkoord is het voornemen neergelegd om de strafmaat voor dierenmishandelaars te verhogen en om dierenmishandelaars een verbod op het houden van dieren te kunnen opleggen. De mogelijkheid om dierenmishandelaars strenger te straffen, staat los van de vraag of in een concreet geval onderzoek naar een misdrijf wordt ingesteld. De beslissing om onderzoek in te stellen is onder meer afhankelijk van de vraag of er voldoende aanknopingspunten zijn.

Vraag 9
Bent u bereid alsnog een onderzoek in te stellen naar aanleiding van deze aangifte? Zo neen, waarom niet?

Antwoord 9
De eigenaar van de kat heeft aangifte gedaan van het feit dat zijn kat is beschoten met een luchtbuks. De kat is de volgende dag geopereerd en heeft het incident overleefd. Aangezien er geen getuigen zijn en de aangever zelf ook niet weet wie de dader is, biedt de aangifte te weinig aanknopingspunten om de dader op te sporen. Dit is door de politie per brief aan de aangever gemeld. In deze brief is tevens opgenomen dat de zaak alsnog wordt onderzocht indien er nieuwe ontwikkelingen zijn. Tot op heden hebben zich geen nieuwe ontwikkelingen voorgedaan.