Kamer­vragen aan de ministers van BuZa en van LNV over de arbeids­om­stan­dig­heden van de plukkers van tomaten van Ahold


1. Kent u het bericht ‘Plukkers VS: Ahold koopt met slavernij besmette tomaten[1]’?

2. Hoe beoordeelt u de beschuldigingen van de arbeidersorganisatie over wat zij noemen ‘moderne slavernij in de agrarische sector’? Kunt u aangeven of deze beschuldigingen op waarheid berusten?

3. Is het waar dat dochteronderdelen van Ahold tomaten afnemen van producenten die al eerder zijn veroordeeld voor het uitbuiten van werknemers? Zo neen, op welke gegevens baseert u dit?

4. Is het mogelijk dat de tomaten die bij deze producenten afgenomen zijn ook in Nederland te koop zijn? Zo neen, waar baseert u dat op?

5. Is het waar dat in Amerika veel tomatenplukkers werken tegen hongerlonen, geen betaling krijgen voor overuren, geen recht op organisatie hebben en geen toeslagen uitgekeerd krijgen? Zo neen, op welke gegevens baseert u dat? Zo ja, hoe beoordeelt u dit?

6. Deelt u de mening dat een deel van de verantwoordelijkheid voor de arbeidsomstandigheden bij de afnemer van de producten ligt? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan? Zo neen, waarom niet?

7. Deelt u de mening van de Coalition Immokalee Workers dat de tomaten van Ahold besmet zijn door slavernij?

8. Bent u bereid naar aanleiding van deze misstanden Ahold aan te spreken op zijn verantwoordelijkheid jegens de arbeidsomstandigheden bij zijn leveranciers? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

[1] Agrarisch Dagblad, woensdag 14 april 2010, p. 10

Antwoorddatum: 1 jun. 2010

Antwoorden op Vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de ministers van Buitenlandse Zaken en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de arbeidsomstandigheden van de plukkers van de tomaten van Ahold (ingezonden 16 april 2010).
Antwoord van minister Verhagen (Buitenlandse Zaken), mede namens de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (ontvangen 1 juni 2010).

Vraag 1. Kent u het bericht «Plukkers VS: Ahold koopt met slavernij besmette tomaten»?

Ja.

Vraag 2. Hoe beoordeelt u de beschuldigingen van de arbeidersorganisatie over wat zij noemen «moderne slavernij in de agrarische sector»? Kunt u aangeven of deze beschuldigingen op waarheid berusten?

Deze kwestie verdient een adequate reactie van Ahold. Afhankelijk van deze reactie kan de Nederlandse stichting Okia het Coalition Immokalee Worker’s (CIW) adviseren een klacht in te dienen bij de Amerikaanse rechter of melding te doen bij het Nationaal Contactpunt (NCP) voor de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen in de Verenigde Staten. Uitgangspunt van de OESO is namelijk dat het NCP van het land waar de vermeende «misdraging» heeft plaatsgevonden de zaak behandelt.

Vraag 3. Is het waar dat dochteronderdelen van Ahold tomaten afnemen van producenten die al eerder zijn veroordeeld voor het uitbuiten van werkne-mers? Zo nee, op welke gegevens baseert u dit?

Als het inderdaad zo is dat deze leveranciers al door de Amerikaanse rechter zijn veroordeeld, dan is het de verantwoordelijkheid van de Amerikaanse autoriteiten om te handhaven.

Vraag 4. Is het mogelijk dat de tomaten die bij deze producenten afgenomen zijn ook in Nederland te koop zijn? Zo nee, waar baseert u dat op?

De export van tomaten uit de Verenigde Staten naar Nederland is gering, wel is er enige export van verwerkte tomaten. In 2008 werd voor 6,1 miljoen dollar uitgevoerd naar Nederland waarvan 5,4 miljoen dollar aan verwerkte tomaten (Bron: UN/Comtrade). Het is daarom onwaarschijnlijk dat er tomaten van de betreffende tomatenkwekers in Nederland te koop zijn.

Vraag 5. Is het waar dat in Amerika veel tomatenplukkers werken tegen hongerlonen, geen betaling krijgen voor overuren, geen recht op organisatie hebben en geen toeslagen uitgekeerd krijgen? Zo nee, op welke gegevens baseert u dat? Zo ja, hoe beoordeelt u dit?

Zie antwoord op vraag 2.

Vraag 6. Deelt u de mening dat een deel van de verantwoordelijkheid voor de arbeidsomstandigheden bij de afnemer van de producten ligt? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan? Zo nee, waarom niet?

Ketenverantwoordelijkheid betekent dat elk bedrijf in de keten een bepaalde verantwoordelijkheid draagt voor de sociale (arbeids)omstandigheden waarin het product wordt vervaardigd. Het is niet gemakkelijk om, los van de concrete omstandigheden van een bedrijf, een eenduidig antwoord te geven op de vraag tot hoe ver de invloed en maatschappelijke verantwoordelijkheid van een bedrijf reiken. Ook de SER geeft in zijn laatste advies geen exact antwoord op deze vraag. Van een bedrijf mag niettemin worden verwacht dat het de invloed die het heeft ook ruimhartig aanwendt om verantwoordelijk-heid te nemen in de keten. Verschillende elementen spelen mee bij het vaststellen van de mogelijkheden hiervoor waaronder de machtsverhoudin-gen, complexiteit, lengte en transparantie van de productieketen. Het NCP kan bepalen in hoeverre een bedrijf haar ketenverantwoordelijkheid (niet) genomen heeft. Versterking van de capaciteit van NCP’s en betrokkenheid van het business and human rights framework van VN Speciaal Vertegenwoordi-ger John Ruggie zijn onderdeel van de Nederlandse inzet tijdens aanstaande revisie van de OESO-richtlijnen, met als doel de bescherming van mensen-rechten te verbeteren.

Vraag 7. Deelt u de mening van de Coalition Immokalee Workers dat de tomaten van Ahold besmet zijn door slavernij?

Zie antwoord op vraag 2.

Vraag 8. Bent u bereid naar aanleiding van deze misstanden Ahold aan te spreken op zijn verantwoordelijkheid jegens de arbeidsomstandigheden bij zijn leveran-ciers? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

Ahold heeft aangegeven deze kwestie serieus te nemen en een onderzoek te zijn begonnen. Ook heeft Ahold de Coalition Immokalee Workers uitgenodigd voor een gesprek.