Kamer­vragen aan de minister van LNV over de bijzondere omstan­dig­heden van met Q-koorts besmette melk­scha­pen­be­drijven met bedreigde land­bouw­rassen


Vragen van hert lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de bijzondere omstandigheden van met Q-koorts besmette melkschapenbedrijven met bedreigde landbouwrassen

1. Bent u bekend met de uitzonderlijke situatie waarin melkschapenbedrijven met zeldzame landbouwhuisdierrassen zoals het Friese melkschaap in verkeren?

2. Bent u bekend met het feit dat duurmelken bij melkschapen geen mogelijkheid is? Zo ja, hoe beoordeelt u de consequenties hiervan?

3. Is het mogelijk om de dieren die niet geruimd zijn op besmette bedrijven herhaald individueel te testen gedurende 1 jaar om vast te stellen welke dieren wel en niet besmet zijn, bijvoorbeeld door het afnemen van meerdere vaginaalswabs? Zo ja, bent u bereid een regeling voor te bereiden die dit mogelijk maakt? Zo neen, waarom niet en waarom is het dan wel mogelijk om bokken individueel te testen?

4. Welke maatregelen bent u bereid te nemen om de melkschapenhouders met bedreigde landbouwrassen tegemoet te komen?

5. Deelt u mijn zorg dat zeldzame landbouwhuisdierrassen zouden kunnen verdwijnen als gevolg van het ruimingsbeleid? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke wijze wilt u dit voorkomen?

Antwoorddatum: 17 jun. 2010

Geachte Voorzitter,

Hierbij stuur ik u de antwoorden op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over de bijzondere omstandigheden van met Q-koorts besmette melkschapenbedrijven met bedreigde landbouwrassen (ingezonden 21 april 2010).

Vraag 1
Bent u bekend met de uitzonderlijke situatie waarin melkschapenbedrijven met zeldzame landbouwhuisdierrassen zoals het Friese melkschaap verkeren?

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Bent u bekend met het feit dat duurmelken bij melkschapen geen mogelijkheid is? Zo ja, hoe beoordeelt u de consequenties hiervan?

Antwoord
Ja. Het feit dat melkschapen niet duurgemolken kunnen worden, heeft financiële consequenties voor de veehouders. Hun bron van inkomsten valt weg als de schapen geen melk meer geven. Door het fok- en aanvoerverbod kunnen deze schapen niet vervangen worden. Hoe groot de financiële consequenties voor een individuele veehouder zijn, hangt af van verschillende factoren zoals de spreiding in het aflamseizoen en (op een besmet bedrijf) het aantal geruimde dieren.

Vraag 3
Is het mogelijk om de dieren die niet geruimd zijn op besmette bedrijven herhaald individueel te testen gedurende 1 jaar om vast te stellen welke dieren wel en niet besmet zijn, bijvoorbeeld door het afnemen van meerdere vaginaalswabs? Zo ja, bent u bereid een regeling voor te bereiden die dit mogelijk maakt? Zo nee, waarom niet en waarom is het dan wel mogelijk om bokken individueel te testen?

Antwoord
Het is niet mogelijk om bij achtergebleven dieren op besmette bedrijven onderscheid te maken tussen besmette en onbesmette dieren. Herhaaldelijk testen van individuele dieren geeft geen zekerheid over een negatieve uitslag, omdat de dieren intermitterend uitscheiden.

Hierdoor blijft het risico bestaan dat positieve dieren niet tijdig gedetecteerd worden. Als deze dieren alsnog drachtig worden, vormen ze opnieuw een bron van infectie. Bokken vormen geen direct risico voor de volksgezondheid. De kans dat een herhaald negatief geteste bok geiten kan infecteren, wordt zeer klein geacht. Daarom is het wel toegestaan om bokken op basis van een herhaald negatieve testuitslag in te zetten voor de fokkerij.

Vraag 4
Welke maatregelen bent u bereid te nemen om de melkschapenhouders met bedreigde landbouwrassen tegemoet te komen?

Antwoord
Er zijn verschillende maatregelen voor door Q-koorts getroffen bedrijven. In deze maatregelen wordt geen onderscheid gemaakt tussen geiten- of schapen­bedrijven. Op 25 mei jl. is het project ‘Kans’ van start gegaan. In dit project bied ik veehouders begeleiding ten aanzien van de financieel-economische situatie in de nabije toekomst. Het beoogt ondernemers te faciliteren bij heroriëntatie. Daarnaast kunnen bedrijven in acute liquiditeitsproblemen gebruik gaan maken van de regeling voor advisering van bedrijven bij liquiditeitsproblemen. Ondernemers die in financiële moeilijkheden zitten, kunnen in het kader van deze maatregel subsidie krijgen voor een onafhankelijk advies over hoe zij de financiële problemen kunnen aanpakken. De Garantstelling Landbouw geeft ondernemers in bepaalde gevallen de mogelijk­heid een beroep op de overheid te doen voor het afsluiten van een lening voor investeringen.

Ten slotte is er een regeling voor zelfstandige bedrijven die door maatregelen in het kader van bestrijding van een dierziekte op de rand van een faillissement staan. Deze regeling is per 1 juni in werking getreden en is opengesteld voor de door Q-koorts getroffen bedrijven (zie Kamerbrief van 7 april 2010, TK 32123 XIV, nr. 192).

Vraag 5
Deelt u de zorg dat zeldzame landbouwhuisdierrassen zouden kunnen verdwijnen als gevolg van het ruimingsbeleid? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze wilt u dit voorkomen?

Antwoord
Het Friese/Zeeuwse melkschaap behoort tot een zeldzaam schapenras. Op basis van aantallen dieren en analyse van genetische diversiteit is het ras kwetsbaar. Op dit moment zijn er twee besmet verklaarde melkschapenbedrijven met het Friese/Zeeuwse melkschaap. Het aantal geruimde dieren en dieren met een levenslang fokverbod op deze twee besmette bedrijven vormen geen bedreiging voor het voortbestaan van het ras.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN

VOEDSELKWALITEIT,

G. Verburg