Kamer­vragen aan de minister van VWS en OCW over onzorg­vuldige uitvoering dier­proeven


Indiendatum: mei 2007

Vragen van het lid Ouwehand (PvdD) aan de ministers van VWS en OCW over onzorgvuldige uitvoering dierproeven

  1. Kent u het bericht “Zinloos muisgebruik” (1) over onzorgvuldigheid bij de uitvoering van dierproeven?

  2. Deelt u de conclusie van mevrouw Ohl, hoogleraar proefdierkunde aan de Universiteit Utrecht, dat in het belang van de betrouwbaarheid van onderzoeksgegevens een standaardprotocol voor proefdieronderzoek noodzakelijk is? Zo ja, welk vervolg gaat u hieraan geven? Zo neen, waarom niet?

  3. Deelt u de conclusie dat in het belang van de betrouwbaarheid van onderzoeksgegevens de protocollen van de dierexperimentencommissies openbaar dienen te zijn? Zo ja, bent u bereid de protocollen van dierexperimentencommissies openbaar te maken? Zo neen, waarom niet?

  4. Acht u het van belang dat de verschillende dierexperimentencommissies volgens gelijke procedures, protocollen en werkwijzen de hen opgedragen taken krachtens de Wet op de dierproeven uitvoeren? Kunt u aangeven in hoeverre in de huidige uitvoeringspraktijk sprake is van gelijke werkwijzen? Kunt u aangeven of u het nodig acht meer uniformiteit te realiseren in de proefdierkundige en ethische toetsing van dierproeven? Zo ja, hoe gaat u daar invulling aan geven? Zo neen, waarom niet?

  5. Deelt u de opvatting dat in het belang van de betrouwbaarheid van onderzoeksgegevens wetenschappers niet alleen hun onderzoeksresultaten maar ook de tussenliggende stappen uit hun onderzoek dienen te publiceren? Zo ja, welke maatregelen gaat u treffen om publicatie van de tussenliggende stappen te bewerkstelligen? Zo neen, waarom niet?

  6. Ohl stelt dat onderzoekers vaak te weinig weten van dieren, en stelt daarom voor om een database aan te leggen met gegevens over laboratoriumdieren. Bent u bereid om deze aanbeveling te volgen? Zo ja, op welke termijn en op welke wijze? Zo neen, waarom niet? Acht u de specifieke aandacht voor proefdieronderzoek en het welzijn van proefdieren in de respectievelijke opleidingen van proefdieronderzoekers en laboratoriummedewerkers voldoende in termen van duur, inhoud en kwaliteit? Zo ja, kunt u uw mening toelichten? Zo neen, kunt u aangeven of en op welke wijze u in dit kader verbeteringen gaat realiseren?

  7. Bent u bereid om in Nederland onderzoek te laten verrichten naar onzorgvuldigheid bij de uitvoering van dierproeven, zoals dat in het Verenigd Koninkrijk is gedaan door wetenschappers van de London School of Hygiene and Tropical Medicine (2) ? Zo ja, op welke termijn? Zo neen, waarom niet?

(1) ‘Zinloos muisgebruik’, NRC Handelsblad 28-04-2007, Wetenschapsbijlage, blz.46
(2) Ibid.

Indiendatum: mei 2007
Antwoorddatum: 7 jun. 2007

In de onderstaande antwoorden stelt de minister dat de uniformiteit van DEC-adviezen voldoende is gewaarborgd en dat de VWA toezicht houdt op de naleving van de DEC reglementen. Wij zullen het functioneren van de VWA op dit punt kritisch blijven volgen en de minister bij de eerstvolgende gelegenheid vragen of hij kan aangeven in hoeverre er daadwerkelijk controles worden uitgevoerd door de VWA om te verifiëren of de DECs zich houden aan hun eigen reglement. Verder zullen wij de minister in herinnering brengen dat hij in deze brief zelf erkent dat de middelen voor de ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven beperkt zijn.

Brief met het antwoord van de minister van VWS:


Hierbij zend ik u, mede namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Oudehand (Partij voor de Dieren) over onzorgvuldige uitvoering van dierproeven (2060714320).


1.
Kent u het bericht «Zinloos muisgebruik» over onzorgvuldigheid bij de uitvoering van dierproeven?

Ja. In een ingezonden brief heeft de Universiteit Utrecht aangegeven dat de meeste uitspraken van hoogleraar Proefdierkunde Ohl onjuist geciteerd zijn.


2.
Deelt u de conclusie van mevrouw Ohl, hoogleraar proefdierkunde aan de Universiteit Utrecht, dat in het belang van de betrouwbaarheid van onderzoeksgegevens een standaardprotocol voor proefdieronderzoek noodzakelijk is? Zo ja, welk vervolg gaat u hieraan geven? Zo neen, waarom niet?

Er bestaan vele eisen waaraan proefdieronderzoek moet voldoen. Zo staan er in de huidige wet- en regelgeving duidelijke eisen waaraan het onderzoeksplan moet voldoen. Het bevat alle onderwerpen die omschreven moeten worden. Daarnaast zijn er voor diverse proeven (inter)nationaal voorgeschreven standaarden of protocollen beschikbaar. Deze worden vastgesteld en bijgesteld in expertmeetings.
Uit de ingezonden brief blijkt dat professor Ohl niet heeft gezegd dat het ontbreekt aan een standaardprotocol voor proefdieronderzoek, maar dat het ontbreekt aan een standaardprotocol voor het weergeven van eigenschappen van dieren.


3.
Deelt u de conclusie dat in het belang van de betrouwbaarheid van onderzoeksgegevens de protocollen van de dierexperimentencommissies openbaar dienen te zijn? Zo ja, bent u bereid te bevorderen dat de protocollen van dierexperimentencommissies openbaar gemaakt worden? Zo neen, waarom niet?

Openheid is een van de drie onderwerpen die in de evaluatie van de Wet op de dierproeven (Wod) aan de orde komt. In het zogenaamde “bottom up” proces is dit aan de orde gekomen in één van de bijeenkomsten (zie ook mijn antwoorden op de vragen van 26 april). De uitkomsten van dit proces zal ik aan de Tweede Kamer melden. Ik kan hierop nu niet vooruitlopen.
Volgens de ingezonden brief heeft professor Ohl niet gezegd dat het een probleem is dat de protocollen van de dierexperimentencommissies niet openbaar zijn.


4.
Acht u het van belang dat de verschillende dierexperimentencommissies volgens gelijke procedures, protocollen en werkwijzen de hen opgedragen taken krachtens de Wet op de dierproeven uitvoeren? Kunt u aangeven in hoeverre in de huidige uitvoeringspraktijk sprake is van gelijke werkwijzen? Acht u het nodig meer uniformiteit te realiseren in de proefdierkundige en ethische toetsing van dierproeven? Zo ja, hoe gaat u daar invulling aan geven? Zo neen, waarom niet?

De verschillende dierexperimentcommissies (DECs) behandelen verschillende typen onderzoek. Onderzoek dat wordt uitgevoerd bij een contract-onderzoekslaboratorium moet vaak op andere kritische punten worden beoordeeld dan bijvoorbeeld bij een fundamenteel wetenschappelijk onderzoeksgroep. Alle DECs moeten erkend worden en leggen daarvoor een reglement voor aan de Centrale Commissie Dierexperimenten (CCD). De CCD beoordeelt het reglement door het te toetsen aan het referentiereglement dat door de CCD is opgesteld. Dit zorgt ervoor dat de werkwijzen van de DECs is geborgd. De VWA is de aangewezen toezichthouder voor de Wod en mag controleren of de DEC zich houdt aan zijn eigen reglement. Daarnaast is in de Wod omschreven welke zaken de DEC in ieder geval dient te toetsen. Door deze voorzieningen is er, gezien de pluriformiteit van het dierexperimentele werk, een voldoende mate van uniformiteit.


5.
Deelt u de opvatting dat in het belang van de betrouwbaarheid van onderzoeksgegevens wetenschappers niet alleen hun onderzoeksresultaten, maar ook de tussenliggende stappen
uit hun onderzoek dienen te publiceren? Zo ja, welke maatregelen gaat u treffen om publicatie van de tussenliggende stappen te bewerkstelligen? Zo neen, waarom niet?

Nee, de overheid stelt niet de regels vast waaraan de publicatie van onderzoeksresultaten moeten voldoen. De vrijheid van onderzoek staat voorop en de onderzoeker is verantwoordelijk voor het publiceren van de onderzoeksresultaten wanneer deze daarvoor rijp zijn. Tussentijdse onderzoeksgegevens publiceren levert slechts administratieve rompslomp op en doet geen recht aan de vele wegen waarlangs in het onderzoek ontdekkingen gedaan worden.


6.
Bent u bereid de aanbeveling van mevrouw Ohl om een database aan te leggen met gegevens over laboratoriumdieren te volgen? Zo ja, op welke termijn en op welke wijze?
Zo neen, waarom niet? Acht u de specifieke aandacht voor proefdieronderzoek en het welzijn van proefdieren in de respectievelijke opleidingen van proefdieronderzoekers en
laboratoriummedewerkers voldoende in termen van duur, inhoud en kwaliteit? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo neen, kunt u aangeven of en op welke wijze u in dit kader verbeteringen gaat realiseren?

Gezien de beperkte middelen voor de ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven heeft het opstarten van een database geen prioriteit.
De aandacht voor proefdieronderzoek en het welzijn van proefdieren in de opleidingen is voldoende. Dit geldt voor de uitgebreide opleidingen voor dierverzorgers, biotechnici, onderzoekers en proefdierdeskundigen. De Nederlandse opleidingseisen zijn hoger dan in de EU. De Europese koepelorganisatie van experts op het gebied van laboratorium dieren (Federation of European Laboratory Animal Science Associations (FELASA) heeft eisen opgesteld waaraan werknemers met verschillende opleidingsniveaus moeten voldoen. De minimum opleidingseisen van FELASA zijn beduidend lager dan in de Nederlandse wetgeving is vastgesteld.


7.
Bent u bereid in Nederland onderzoek te laten verrichten naar onzorgvuldigheid bij de uitvoering van dierproeven, zoals dat in het Verenigd Koninkrijk is gedaan door wetenschappers van de London School of Hygiene and Tropical Medicine? Zo ja, op welke termijn? Zo neen, waarom niet?

Het is niet zinvol dit onderzoek te herhalen. Als de resultaten van dit onderzoek in het artikel juist zijn weergegeven is dit een duidelijk signaal dat zowel de voorbereiding als de uitvoering en de interpretatie van de resultaten altijd zeer zorgvuldig dient te geschieden. De onderzoekers kunnen hiermee hun voordeel doen.


De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,



dr. A. Klink

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer