Kamer­vragen aan de minister van VROM over het initi­atief in Gent om een dag per week vege­ta­risch te eten om het broei­kas­effect tegen te gaan


Indiendatum: mei 2009

Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van VROM over het initiatief in Gent om één dag per week vegetarisch te eten om het broeikaseffect tegen te gaan

  1. Kent u het bericht ‘Gent gaat vegetarisch voor klimaat’1?
  2. Deelt u de mening dat een stimuleringscampagne om een dag in de week geen vlees te eten een zeer positieve uitwerking zou kunnen hebben op de klimaatdoelstellingen van het kabinet?
  3. Deelt u de mening van het Instituut voor Milieuvraagstukken van de VrijeUniversiteit2 dat één vleesvrije dag per week voor de Nederlandse bevolking zou kunnen leiden tot het behalen van de gehele CO2-reductiedoelstelling van het kabinet voor huishoudens voor 2010 en gelijk zou staan aan het van de weg halen van één miljoen auto’s? Zo nee, waarom niet? Welke reductie zou in dat geval volgens u kunnen worden bereikt met één vleesloze dag per week?
  4. Kent u de uitkomsten van de scenariostudie van het Britse kabinet naar de klimaateffecten van een dieet zonder dierlijke eiwitten3? Zo nee, bent u bereid die ter inzage te vragen bij uw Britse ambtsgenoot? En kunt u de uitkomsten van deze studie delen?
  5. Bent u bereid zelf een scenariostudie te laten doen naar de klimaateffecten van een dieet zonder dierlijke eiwitten? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?
  6. Kunt u aangeven waarom het kabinet tot dusver wel heeft opgeroepen tot vermindering van het autogebruik, het elektriciteitsverbruik, het waterverbruik en het papierverbruik, maar niet tot vermindering van de consumptie van dierlijke eiwitten? Kunt u concreet aangeven hoeveel meer milieueffecten te verwachten waren van de genoemde bewustwordingscampagnes in relatie tot een bewustwordingscampagne rond de klimaatgevolgen van de consumptie van dierlijke eiwitten?
  7. Deelt u de mening dat het initiatief van het gemeentebestuur van Gent toe te juichen is en navolging in Nederland verdient? Zo ja, op welke wijze bent u bereid deze navolging te stimuleren of te bewerkstelligen? Zo nee, waarom niet?

1 http://www.nos.nl/nos/artikelen/2009/05/art000001C9D3AFF89C9E6C.html , 14-05-2009
2
http://www.meatthetruth.nl/download/besparingstabel.pdf
3 http://www.dailymail.co.uk/news/article-458242/The-secret-plans-turn-vegetarian.html

Indiendatum: mei 2009
Antwoorddatum: 25 jun. 2009

Vraag 1
Kent u het bericht «Gent gaat vegetarisch voor klimaat»?

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Deelt u de mening dat een stimuleringscampagne om één dag in de week geen vlees te eten een zeer positieve uitwerking zou kunnen hebben op de klimaatdoelstellingen van het kabinet?

Antwoord
Ja, dat is mogelijk. In het rapport “De milieueffecten van Nederlandse consumptie van eiwitrijke producten”, stelt Blonk Milieuadvies (oktober 2008) dat deze winst tussen 0,4 en 1,1 Mton/jaar CO2-eq zou kunnen schelen. Dit in het geval dat vlees die dag volledig zou worden vervangen door plantaardig eiwit. Daartoe is het wel van belang dat er een voldoende gevarieerd en aansprekend aanbod is. In dat licht stimuleert het Kabinet dat de consument wordt voorzien van goede informatie, en dat het aanbod van duurzame eiwitproducten verbetert. Overigens geven andere maatregelen een vergelijkbare duurzaamheidswinst, zoals het eten volgens de ´Schijf van Vijf´. Daarnaast zouden we in Nederland minder eten kunnen weggooien. Samen met mijn collega van LNV en het bedrijfsleven zoek ik naar manieren om de hoeveelheid voedsel en tussenproducten die we weggooien te verminderen.

Vraag 3
Deelt u de mening van het Instituut voor Milieuvraagstukken van de Vrije Universiteit dat één vleesvrije dag per week voor de Nederlandse bevolking zou kunnen leiden tot het behalen van de gehele
CO2-reductiedoelstelling van het kabinet voor huishoudens voor 2010 en gelijk zou staan aan het van de weg halen van één miljoen auto’s? Zo nee, waarom niet? Welke reductie zou in dat geval volgens u kunnen worden bereikt met één vleesloze dag per week?

Antwoord
Zie vraag 2.

Vraag 4
Kent u de uitkomsten van de scenariostudie van de Britse regering naar de klimaateffecten van een dieet zonder dierlijke eiwitten? Zo nee,
bent u bereid die ter inzage te vragen bij uw Britse ambtsgenoot? Kunt u de uitkomsten van deze studie delen?

Antwoord
Nee, ik ben wel bereid die studie ter inzage op te vragen.

Vraag 5
Bent u bereid zelf een scenariostudie te laten doen naar de klimaateffecten van een dieet zonder dierlijke eiwitten?
Zo ja, op welke termijn en wijze?
Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Zo’n studie is al uitgevoerd: zie vraag 2. Ik ben voornemens om samen met de ministers Verburg en Koenders voor het zomerreces een Beleidsagenda Duurzame Voedselsystemen naar de Tweede Kamer te sturen. Daarin worden de verdere beleidsvoornemens op het onderwerp eiwitconsumptie gepresenteerd.

Vraag 6
Kunt u uiteenzetten waarom het kabinet tot dusver wel heeft opgeroepen tot vermindering van het autogebruik, het elektriciteitsverbruik, het waterverbruik en het papierverbruik, maar niet tot vermindering van de consumptie van dierlijke eiwitten? Kunt u concreet uiteenzetten hoeveel meer milieueffecten te verwachten waren van de genoemde bewustwordingscampagnes in relatie tot een bewustwordingscampagne rond de klimaatgevolgen van de consumptie van dierlijke eiwitten?

Antwoord
Het kabinet is zich bewust van het belang van een verduurzaming van de eiwitconsumptie. Deze uitdaging maakt deel uit van het thema ´Biodiversiteit, Voedsel en Vlees´, een van de zes prioritaire thema´s uit de Kabinetsbrede Aanpak Duurzame ontwikkeling (KADO). In dat kader zijn minister Verburg mede namens collega Koenders en mijzelf voornemens om nog voor het zomerreces een beleidsagenda Duurzame Voedselsystemen naar de Kamer sturen. Daarin maken wij onze beleidsvoornemens op dit vlak zichtbaar.

Vraag 7
Deelt u de mening dat het initiatief van het gemeentebestuur van Gent toe te juichen is en navolging in Nederland verdient? Zo ja, op welke
wijze bent u bereid deze navolging te stimuleren of te bewerkstelligen?

Antwoord
Zie vraag 5 en 6.

Hoogachtend,
de minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,


dr. Jacqueline Cramer