Kamer­vragen aan de minister van LNV, VROM en EZ over over gmo-vrij logo


Indiendatum: aug. 2009

Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en van Economische Zaken over gmo-vrij logo.

1. Kent u het bericht 'Nieuw logo gmo-vrij in Duitsland’1?

2. Bent u met mij van mening dat consumenten gemakkelijker dan nu het geval is moeten kunnen beoordelen of voor levensmiddelen genetisch gemanipuleerde organismen zijn gebruikt? Zo ja, op welke wijze zou u deze keuzevrijheid voor consumenten willen bevorderen? Zo neen, waarom niet?

3. Is het juist dat vlees en melkproducten die in ons land verkocht worden in het overgrote deel van de gevallen afkomstig zijn van dieren die voer met genetisch gemanipuleerde bestanddelen hebben gekregen? Zo ja, bent u met mij van mening dat de consument op de hoogte zou moeten zijn van dit gegeven via de verpakking van genoemde producten?Zo neen, welk deel van de vlees- en melkproducten ia dan afkomstig van dieren die voeder met gmo's hebben gekregen, kunt u specifiek zijn in uw antwoord naar diersoorten?

4. Bent u bereid te onderzoeken of de nieuwe Duitse consumenteninformatie in meerdere Europese landen gevoerd wordt en of het logo ook in Nederland zou kunnen worden ingevoerd? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

5. Hoe kunnen consumenten een verantwoorde vrije keuze maken ten opzichte van gmo's wanneer hen niet duidelijk is dat hun producten met gebruikmaking van gmo's tot stand zijn gekomen?

6. Waarin verschillen uw afwegingen van die van de Duitse overheid ter zake?

7. Bent u met mij van mening dat binnen de huidige regelgeving op het gebied van consumenteninformatie alleen voor plantaardige eiwitten voor consumenten is vast te stellen dat bij de productie gebruik gemaakt is van gmo's en niet bij dierlijke eiwitten? Zo ja, acht u dit een wenselijke situatie uit oogpunt van keuzevrijheid voor consumenten en waarom?

8. Klopt het dat alleen consumenten van biologische vlees- en zuivelproducten op dit moment zeker kunnen weten dat de producten afkomstig zijn van een gmo-vrije productiewijze? Welk deel van de Nederlandse aankopen van vlees- en melkproducten is van biologische herkomst en is de conclusie juist dat voor het overige percentage onzekerheid bij consumenten bestaat ten aanzien van het gebruik van gmo's in het productieproces?

9. Bent u met mij van mening dat consumenten op elk moment en ten aanzien van elk product zekerheid zouden moeten kunnen hebben over de toepassing van het gebruik ban gmo's in het productieproces? Zo ja op welke wijze en termijn wilt u dit mogelijk maken? Zo neen, waarom niet?

1http://www.meatandmeal.nl/nieuws/marketing-sales/7237/nieuw-logo-'gmo-vrij'-in-duitsland.html

Indiendatum: aug. 2009
Antwoorddatum: 18 okt. 2009

Antwoord van minister Verburg (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit), mede namens de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van
Economische Zaken (ontvangen 19 oktober 2009)

1
Ja.

2
Ik ben van mening dat de bestaande regelgeving de keuzevrijheid van de consument voldoende waarborgt.
Zowel op Europees, als nationaal niveau is regelgeving opgesteld die de consument in staat moeten stellen
om te beoordelen of levensmiddelen bereid zijn met gebruik van genetische modificatie. Als levensmiddelen en diervoeders geheel of gedeeltelijk uit genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) bestaan of daarmee zijn
geproduceerd, moet dit op grond van de Europese verordening voor ggo-levensmiddelen en diervoeders met een ggo-aanduiding op het etiket vermeld worden.

3, 5 en 9
Voor mijn antwoord verwijs ik naar de Kamerstukken II 2006–2007, 27 428, nr. 84. Het kabinet vindt het van belang dat de consument inzicht heeft in het productieproces van voedingsmiddelen, ook wat betreft het gebruik van ggo’s in het productieproces. Etikettering is een instrument om de consument te informeren over het product en het productieproces.

4 en 6
Nederland heeft al een dergelijk systeem. Producenten kunnen in Nederland op grond van het Warenwetbesluit nieuwe voedingsmiddelen gebruikmaken van de aanduiding » bereid zonder gentechniek» als aan de voorwaarden uit dit besluit is voldaan. Bij het opstellen van dit Warenwetbesluit is aangesloten bij een vergelijkbare regelgeving die in 1998 in Duitsland in werking trad. De Duitse overheid heeft in 2008 deze
regelgeving aangepast. De voorwaarden waar producenten aan moeten voldoen om zuivel- en vleesproducten met de aanduiding «ohne gentech» op de Duitse markt te brengen, zijn vergaand versoepeld. De Duitse overheid heeft de regelgeving aangepast zodat meer producenten aan de voorwaarden kunnen voldoen. Deze producenten mogen het nieuwe logo gebruiken. De voorwaarden van de oude regeling waren dermate streng dat de betekenis van de regelgeving in de praktijk marginaal was. De nieuwe Duitse «ohne gentech»-regelgeving sluit het gebruik van gentech en ggo’s in het productieproces niet uit:
– Genetisch gemodificeerd diervoeder mag gevoerd worden in de eerste productiestadia van het dier vóórdat het levensmiddel geproduceerd wordt. Zo mag het voer van melkvee ggo’s bevatten tot 3 maanden voordat de melkproductie start.
– Na deze productiestadia, mag het voer in alle gevallen 0,9% in de Europese Unie (EU) toegelaten ggo’s
bevatten, op voorwaarde dat de aanwezigheid van deze ggo’s onvoorzien is.
– Het voer mag additieven en geneesmiddelen geproduceerd met genetisch gemodificeerde micro-organismen bevatten.

Ik ben geen voorstander van een vergaande versoepeling van Nederlandse voorwaarden waar producenten aan moeten voldoen om de aanduiding «bereid zonder gentechniek» te mogen gebruiken.

7
Nee, de Europese verordening inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders maakt geen onderscheid tussen plantaardig en dierlijk materiaal. Ook levensmiddelen afkomstig van genetisch gemodificeerde dieren moeten op grond van de verordening geëtiketteerd worden.

8
In de biologische landbouw is het gebruik van ggo’s en van met of door ggo’s geproduceerde producten, met uitzondering van diergeneesmiddelen, uitgesloten. Het marktaandeel van biologisch verse zuivel, zonder kaas en boter was in 2008 4,3%. Het marktaandeel van kaas en boter 1,6%. Het marktaandeel van biologisch vers vlees was 2,2%. Consumenten kunnen voor wat betreft het overige percentage er vanuit gaan dat er ggo-grondstoffen
gebruikt zijn in het diervoer.