Kamer­vragen aan de minister van LNV over tussen­segment varkens­vlees.


Indiendatum: aug. 2009

1. Kent u het bericht 'Tussensegment vraagt andere houding consument'1?

2. Kunt u aangeven welk deel van het in Nederland geproduceerde varkensvlees wordt geconsumeerd door Nederlandse consumenten?

3. Bent u met mij van mening dat het beperkte aandeel dat Nederlanders hebben in de consumptie van Nederlands varkensvlees, inhoudt dat het koopgedrag van Nederlandse consumenten slechts in zeer beperkte mate van invloed kan zijn op het welzijn van de dieren? Zo neen, waarom niet?

4. Bent u met mij van mening dat waar het binnenlandse consumentengedrag niet anders dan van beperkte invloed kan zijn op de productiewijze van vlees, de overheid normstellend zal moeten optreden ten aanzien van de diervriendelijkheid van de productie? Zo neen, waarom niet?

5. Bent u met mij van mening dat de door de sector geuite wens om welzijnsvriendelijker geproduceerde varkens te produceren pas serieus genomen kan worden wanneer de sector zich inspant om onder buitenlandse afnemers bekendheid te geven aan dat streven via een op dat thema gerichte promotiecampagne en dat bij het ontbreken daarvan de roep vanuit de sector als onoprecht gezien moet worden? Zo neen, waarom niet?

6. Kunt u aangeven welke overheidsinspanningen er door de Nederlandse overheid zijn of worden ondernomen om buitenlandse afnemers van Nederlands varkensvlees te wijzen op de welzijnsonvriendelijke productiewijze van dit moment en de kennelijk gewenste welzijnsvriendelijker productiewijze die afhecht van het koopgedrag van die buitenlandse afnemers? Zo ja, kunt u specifiek zijn in uw antwoord? Zo neen, bent u dan met mij van mening dat verwijzingen naar consumentengedrag ten aanzien van welzijnsvriendelijker productie nogal obligaat zijn wanneer er geen pogingen worden gedaan dat consumentengedrag te beïnvloeden?

1www.syscope.wur.nl/NR/rdonlyres/51213DC5-E9F1-4F7A-8868-78D842B54AE5/19188/tussensegementvarkensvleesvraagtanderehoudingconsu.pdf

Indiendatum: aug. 2009
Antwoorddatum: 21 sep. 2009

Geachte Voorzitter,

Hierbij stuur ik u de antwoorden op de Kamervragen van het lid Thieme (PvdD) over tussensegment varkensvlees.

1
Kent u het bericht “Tussensegment vraagt andere houding consument?”

Ja.

2
Kunt u uiteenzetten welk deel van het in Nederland geproduceerde varkensvlees geconsumeerd wordt door Nederlandse consumenten?

De totale Nederlandse varkensvleesproductie (inclusief de levende varkens die in het buitenland zijn geslacht) bedroeg in 2008, 1.68 miljoen ton. Hiervan werd in 2008 ruim 410.000 ton in Nederland geconsumeerd. Dit is 25% van de Nederlandse productie aan vleesvarkens. De totale varkensvleesconsumptie in Nederland bedroeg in 2008 ruim 670.000 ton. Het verschil is toe te schrijven aan ingevoerd varkensvlees (circa 260.000 ton).

3
Deelt u de mening dat het beperkte aandeel dat Nederlanders hebben in de consumptie van Nederlands varkensvlees, inhoudt dat het koopgedrag van Nederlandse consumenten slechts in zeer beperkte mate van invloed kan zijn op het welzijn van de dieren? Zo nee, waarom niet?

Nee, de publieke opinie kan hier wel degelijk een grote rol spelen. Wanneer de consument een steeds grotere vraag naar zgn. tussensegment en/of biologisch geproduceerd varkensvlees heeft, zal de sector hierop inspelen. Deze consumentenvraag kan naast uit Nederland, ook uit andere lidstaten komen. Zo wordt een deel van het Nederlandse varkensvlees, als gevolg van een specifieke marktvraag volgens hogere standaarden dan de wettelijke minimumeisen voor dierenwelzijn, afgezet naar het Verenigd Koninkrijk.

4
Deelt u de mening dat waar het binnenlandse consumentengedrag niet anders dan van beperkte invloed kan zijn op de productiewijze van vlees, de overheid normstellend zal moeten optreden ten aanzien van de diervriendelijkheid van de productie. Zo nee, waarom niet?

Nee, de huidige productiewijze in de varkenshouderij voldoet aan de wettelijke eisen voor dierenwelzijn. In Nederland ligt een aantal welzijnseisen op een hoger niveau dan de Europese voorschriften. Daarnaast stimuleer ik via het convenant ‘Marktontwikkeling Verduurzaming dierlijke producten’, projecten die gericht zijn op een diervriendelijker manier van produceren. Op dit moment worden verschillende tussensegmenten varkensvlees op de markt gebracht. Marktpartijen verkennen in toenemende mate de marktmogelijkheden voor dergelijke concepten. De verwachting is dat eind van dit jaar meer duidelijkheid bestaat over de marktkansen van dit concept.

5
Deelt u de mening dat de door de sector geuite wens om welzijnsvriendelijker geproduceerd varkensvlees te produceren pas serieus genomen kan worden wanneer de sector zich inspant om onder buitenlandse afnemers bekendheid te geven aan dat streven via een op dat thema gerichte promotiecampagne en dat bij het ontbreken daarvan de roep vanuit de sector als onoprecht gezien moet worden? Zo nee, waarom niet?

Nee, de marktontwikkeling van welzijnsvriendelijker geproduceerd varkensvlees kan op meerdere manieren plaatsvinden.

6
Kunt u uiteenzetten welke overheidsinspanningen er door de Nederlandse overheid zijn of worden ondernomen om buitenlandse afnemers van Nederlands varkensvlees te wijzen op de welzijnsonvriendelijke productiewijze van dit moment en de kennelijk gewenste welzijnsvriendelijker productiewijze die afhangt van het koopgedrag van die buitenlandse afnemers? Zo ja, kunt u specifiek zijn in uw antwoord? Zo nee, bent u dan met mij van mening dat verwijzingen naar consumentengedrag ten aanzien van welzijnsvriendelijker productie nogal obligaat zijn wanneer er geen pogingen worden gedaan dat consumentengedrag te beïnvloeden?

Nee, de Nederlandse overheid heeft niet als taak consumenten in het buitenland voor te lichten over producten die volgens de wettelijke kaders zijn geproduceerd.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,




G. Verburg