Kamer­vragen aan de minister van LNV over verwaar­lozing pluimvee, invoering verbod op de verrijkte kooi, controles op naleving van EU vlees­kui­ken­richtlijn en voor­koming uitbraak vogelpest


Indiendatum: aug. 2007

Vragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over verwaarlozing pluimvee, invoering verbod op de verrijkte kooi, controles op naleving van EU vleeskuikenrichtlijn en voorkoming uitbraak vogelpest

1. Kent u de berichten ‘Pluimvee meest verwaarloosd’, ‘Extra reiniging en ontsmetting transport’, ‘Dierenbescherming uit kritiek rond richtlijn vleeskip’ (1) en ‘LTO waarschuwt voor besmetting via strooisel’?

2. Is het waar dat de 4.660 pluimveedieren die de afgelopen vijf jaar in beslag zijn genomen door inspectiediensten niet afkomstig zijn van professionele pluimveebedrijven zoals de heer Ad Kon stelt? Zo ja, op welke wijze kan voorkomen worden dat hobbydierenhouders hun pluimvee verwaarlozen of slecht behandelen, welke maatregelen gaat u hiervoor nemen en binnen welke termijn? Zo neen, van wat voor professionele pluimveebedrijven zijn de dieren in beslag genomen en om welke overtredingen ging het?

3. Kunt u aangeven welke misstanden de inspectiediensten de laatste vijf jaar hebben vastgesteld op pluimveebedrijven en wat daarvan de oorzaken zijn? Kunt u daarbij aangeven in hoeveel gevallen een bedrijf is beboet of op andere wijze gesanctioneerd voor overtredingen en welke overtredingen het betrof? Kunt u de betreffende gevallen specifiek duiden?

4. Kunt u aangeven of de inspectiediensten bij de controles van afgelopen jaar ook dode dieren heeft aangetroffen en wat hiervan de aantallen en soorten zijn?Kunt u de betreffende gevallen specifiek duiden?

5. Deelt u de mening dat het welzijn van kippen en ander pluimvee in de Nederlandse pluimveesector niet gegarandeerd is en daardoor misstanden kunnen ontstaan? Zo ja, op welke wijze wilt u de omstandigheden voor commercieel gehouden pluimvee op korte termijn verbeteren zodat verwaarlozing voorkomen kan worden? Zo neen, waaruit blijkt dat Nederlandse kippen en ander pluimvee onder voldoende welzijnsvriendelijke omstandigheden gehouden worden?

6. Kunt u aangeven waarom u naar aanleiding van de aangenomen motie Thieme c.s. (2) nog steeds geen verbod op de verrijkte kooi heeft ingesteld of een stand still in gang wilt zetten om zo daadwerkelijk uitvoering te geven aan de motie in plaats van af te wachten tot de presentatie van de onderzoeksresultaten en van de nota dierenwelzijn?

7. Kunt u aangeven waarom u het van belang acht de invoering van een verbod op de verrijkte kooi nog verder te vertragen, wat daarbij de voordelen zijn voor de miljoenen kippen die nu onder deplorabele omstandigheden in kooihuisvesting worden gehouden, tegen de wens van de Tweede Kamer?

8. Deelt u de mening dat u met het uitstel van een verbod op de verrijkte kooi, miljoenen kippen onnodig lang laat lijden in een huisvestingssituatie die door het Nederlandse parlement al vorig jaar is afgekeurd? Zo ja, op welke wijze wilt u het lijden van deze kippen zo snel mogelijk verminderen? Zo neen, waarom niet?

9. Deelt u de mening van de Dierenbescherming dat de controle op naleving van de EU vleeskuikenrichtlijn door het Productschap voor Pluimvee en Eieren (PPE) gezien kan worden als ‘de slager die zijn eigen vlees keurt’? Zo ja, op welke wijze wilt u de controles overdragen aan deskundige, onafhankelijke controleurs in dienst van de overheid? Zo neen, waarom niet?

10. Kunt u aangeven of en zo ja, op welke manier u aan de maatschappelijke bezwaren zoals verwoord door de Dierenbescherming tegemoet wilt komen?

11. Kunt u aangeven waarom het Productschap voor Pluimvee en Eieren (PPE) gerechtigd is zelf controles uit te voeren in het kader van de EU vleeskuikenrichtlijn, terwijl het hier een wettelijke taak van de overheid betreft? Kunt u daarbij ook aangeven op welke wijze u objectieve controle en onafhankelijkheid van de controleurs in dienst van het PPE garandeert? Wat geeft u het vertrouwen dat deze overheidstaak in goed handen zou zijn bij de sector zelf?

12. Deelt u de mening dat controleurs in dienst van een promotieorgaan van de pluimveesector nooit objectief en onafhankelijk kunnen zijn en dat er daarom een overheid is die toeziet op de adequate uitvoering van wettelijke richtlijnen en die een minimum niveau aan dierenwelzijn garandeert? Zo ja, welke verbeteringen gaat u doorvoeren bij de controles op naleving van EU richtlijnen? Zo neen, waarom niet en waar blijkt uit dat een Zelfstandig Bestuursorgaan kwalitatief betere, adequatere en efficiëntere controles kan uitvoeren dan een overheidsinstantie?

13. Kunt u aangeven of u een risico-inventarisatie heeft gemaakt van de kans dat dubbel ontsmette vrachtwagens toch het vogelpestvirus kunnen bevatten en wat daarvan de conclusies zijn? Zo neen, bent u voornemens dit onderzoek uit te voeren en tot die tijd levend pluimveetransporten en transport van broedeieren niet toe te staan?

14. Kunt u aangeven hoe het toestaan van vervoer van pluimvee zich dit verhoudt tot het voorzorgsprincipe om zorg te dragen voor diergezondheid én volksgezondheid?

15. Deelt u de mening dat een totaal vervoersverbod van pluimvee de beste garantie biedt om verspreiding van vogelpest te voorkomen? Zo ja, bent u voornemens een verbod in te stellen op internationaal vervoer van levend pluimvee? Zo neen, waarom niet?

16. Deelt u de mening dat de huidige kennis van verspreiding van vogelpest eerder duidt op verspreiding via handelsroutes dan via trekvogelroutes? Zo ja, betekent dit dat een vervoersverbod bij H5N1 uitbraken meer voor de hand ligt dan ophokplicht? Zo neen, waarom niet?


(1) Alledrie Agrarisch Dagblad, 29 augustus 2007

(2) Kamerstuk 30 800 XIV, nr 65

Indiendatum: aug. 2007
Antwoorddatum: 8 nov. 2007

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u de antwoorden toekomen op de vragen die gesteld zijn door het lid Thieme (PvdD) inzake verwaarlozing van pluimvee, invoering van een verbod op de verrijkte kooi, controles op naleving van de EU vleeskuikenrichtlijn en voorkoming van een uitbraak van vogelpest.

1
Kent u de berichten ‘Pluimvee meest verwaarloosd’, ‘Extra reiniging en ontsmetting transport’, ‘Dierenbescherming uit kritiek rond richtlijn vleeskip’ en ‘LTO waarschuwt voor besmetting via strooisel’?

Ja.

2 en 3
Is het waar dat de 4.660 pluimveedieren, die de afgelopen vijf jaar in beslag zijn genomen door inspectiediensten, niet afkomstig zijn van professionele pluimveebedrijven zoals de heer Ad Kon stelt? Zo ja, op welke wijze kan voorkomen worden dat hobbydierenhouders hun pluimvee verwaarlozen of slecht behandelen, welke maatregelen gaat u hiervoor nemen en binnen welke termijn? Zo neen, van wat voor professionele pluimveebedrijven zijn de dieren in beslag genomen en om welke overtredingen ging het?

Deelt u de mening dat het welzijn van kippen en ander pluimvee in de Nederlandse pluimveesector niet gegarandeerd is en daardoor misstanden kunnen ontstaan? Zo ja, op welke wijze wilt u de omstandigheden voor commercieel gehouden pluimvee op korte termijn verbeteren zodat verwaarlozing voorkomen kan worden? Zo neen, waaruit blijkt dat Nederlandse kippen en ander pluimvee onder voldoende welzijnsvriendelijke omstandigheden gehouden worden?

Het artikel ‘Pluimvee het meest verwaarloosd’ vermeldt het aantal pluimveedieren dat de afgelopen vijf jaar in beslag is genomen door de inspectiediensten. Een groot deel van deze in beslag genomen dieren bestond uit grote hoeveelheden fazanten.

Deze zijn in beslag genomen vanwege de overtreding van het verbod op het uitzetten van fazanten voor de jacht. Voor zowel particulieren als ondernemers is voor dierenmishandeling artikel 36 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwwd) en voor verwaar¬lozing van dieren artikel 37 Gwwd van toepassing. Naast deze algemene wetsartikelen is op pluimveehouders ook het Besluit welzijn landbouwhuisdieren en het Legkippenbesluit 2003 van toepassing. Deze wetgeving biedt voldoende kaders voor welzijnsvriendelijke omstandigheden waarop door de AID en LID gehandhaafd wordt.

4
Kunt u aangeven welke misstanden de inspectiediensten de laatste vijf jaar hebben vastgesteld op pluimveebedrijven en wat daarvan de oorzaken zijn? Kunt u daarbij aangeven in hoeveel gevallen een bedrijf is beboet of op andere wijze gesanctioneerd voor overtredingen en welke overtredingen het betrof? Kunt u de betreffende gevallen specifiek duiden?

Op pluimveebedrijven is de AID vooral administratieve tekortkomingen tegengekomen. Verder komt het soms voor dat verplichte entingen niet gegeven zijn, of dat er aan- of afvoer is van dieren op een Aviaire Influenza-verdacht bedrijf. Ook het houden van legkippen op een te kleine oppervlakte is enkele malen geconstateerd. Een andere geconstateerde overtreding is het zogenaamd omkatten van eieren.
De genoemde overtredingen zijn deels afgehandeld met een proces-verbaal, waarbij de pluimveehouder een sanctie kreeg opgelegd. In alle andere gevallen kreeg de pluimveehouder een schriftelijke waarschuwing waarbij na het verstrijken van de hersteltermijn opnieuw een inspectie heeft plaatsgevonden door de AID.
Mede uit privacy-overwegingen wil ik niet dieper ingaan op de genoemde overtredingen.

5
Kunt u aangeven of de inspectiediensten bij de controles van afgelopen jaar ook dode dieren heeft aangetroffen en wat hiervan de aantallen en soorten zijn? Kunt u de betreffende gevallen specifiek duiden?

Gezien de context van uw vragen neem ik aan dat u met “dode dieren” bedoelt “dood pluimvee”.
Zowel AID als LID treffen situaties aan waarin dood pluimvee aangetroffen wordt. Ik heb geen inzicht in de aantallen en soorten.

6, 7 en 8
Kunt u aangeven waarom u naar aanleiding van de aangenomen motie Thieme c.s. 3) nog steeds geen verbod op de verrijkte kooi heeft ingesteld of een stand still in gang wilt zetten om zo daadwerkelijk uitvoering te geven aan de motie in plaats van af te wachten tot de presentatie van de onderzoeksresultaten en van de nota dierenwelzijn?

Kunt u aangeven waarom u het van belang acht de invoering van een verbod op de verrijkte kooi nog verder te vertragen, wat daarbij de voordelen zijn voor de miljoenen kippen die nu onder deplorabele omstandigheden in kooihuisvesting worden gehouden, tegen de wens van de Kamer?
Deelt u de mening dat u met het uitstel van een verbod op de verrijkte kooi miljoenen kippen onnodig lang laat lijden in een huisvestingssituatie, die door het Nederlandse parlement al vorig jaar is afgekeurd? Zo ja, op welke wijze wilt u het lijden van deze kippen zo snel mogelijk verminderen? Zo neen, waarom niet?


Ten aanzien van de motie (TK 2006-2007, 30800 XIV, nr. 65) waarin gevraagd wordt om een verbod op de verrijkte kooi in de legpluimveehouderij, is mijn standpunt opgenomen in de nota Dierenwelzijn.

9, 10, 11 en 12
Deelt u de mening van de Dierenbescherming dat de controle op naleving van de Europese Vleeskuikenrichtlijn door het Productschap voor Pluimvee en Eieren (PPE) gezien kan worden als ‘de slager die zijn eigen vlees keurt’? Zo ja, op welke wijze wilt u de controles overdragen aan deskundige, onafhankelijke controleurs in dienst van de overheid? Zo neen, waarom niet?

Kunt u aangeven of u aan de maatschappelijke bezwaren zoals verwoord door de Dierenbescherming, tegemoet wilt komen? Zo ja, op welke manier?

Kunt u aangeven waarom het PPE gerechtigd is zelf controles uit te voeren in het kader van de Vleeskuikenrichtlijn, terwijl het hier een wettelijke taak van de overheid betreft? Kunt u daarbij ook aangeven op welke wijze u objectieve controle en onafhankelijkheid van de controleurs in dienst van het PPE garandeert? Wat geeft u het vertrouwen dat deze overheidstaak in goede handen zou zijn bij de sector zelf?
Deelt u de mening dat controleurs in dienst van een promotieorgaan van de pluimveesector nooit objectief en onafhankelijk kunnen zijn en dat er daarom een overheid is die toeziet op de adequate uitvoering van wettelijke richtlijnen en die een minimum niveau aan dierenwelzijn garandeert? Zo ja, welke verbeteringen gaat u doorvoeren bij de controles op naleving van Europese richtlijnen? Zo neen, waarom niet en waar blijkt uit dat een Zelfstandig Bestuursorgaan kwalitatief betere, adequatere en efficiëntere controles kan uitvoeren dan een overheidsinstantie?


Nee. Ik deel de mening niet dat de controle op naleving van de Europese Vleeskuikenrichtlijn door het Productschap voor Pluimvee en Eieren (PPE) niet objectief en onafhankelijk kan zijn. Controle van regelgeving door het PPE hoort tot de publieke en daarmee onafhankelijke taak die het PPE vervult.

13
Kunt u aangeven of u een risico-inventarisatie heeft gemaakt van de kans dat dubbel ontsmette vrachtwagens toch het vogelpestvirus kunnen bevatten en wat daarvan de conclusies zijn? Zo neen, bent u voornemens dit onderzoek uit te voeren en tot die tijd levend pluimveetransporten en transport van broedeieren niet toe te staan?

Na constatering van een uitbraak van vogelpest (AI) in een lidstaat legt de EU beperkende maatregelen op aan de getroffen lidstaat om (verdere) verspreiding van het AI-virus te voorkomen. Voor andere lidstaten is preventie (het voorkomen van introductie van het virus) van cruciaal belang. Zowel op Europees als nationaal niveau wordt hierbij het zogenaamde voorzorgsprincipe gehanteerd, hetgeen voor pluimveetransporten onder andere inhoudt dat:
- transport van levend pluimvee van en naar gebieden (beschermings- en toezichtsgebied) waar vogelgriep heerst verboden is,
- transport van en naar de rest van de getroffen lidstaat wel mogelijk is,
- reiniging en ontsmetting (R&O) van transportmiddelen voor levend pluimvee in het intracommunautaire handelsverkeer standaard verplicht is,
- Nederland er de voorkeur aan geeft om de vrachtwagens in Nederland nogmaals te laten ontsmetten, onder gecontroleerde omstandigheden (dubbele R&O).
Het gaat hierbij dus om transportmiddelen die niet uit het gebied komen waar vogelgriep daadwerkelijk heerst en die vervolgens tweemaal gereinigd en ontsmet worden. Het risico dat deze transportmiddelen alsnog het virus bevatten, is daarmee verwaarloosbaar.

14
Kunt u aangeven hoe het toestaan van vervoer van pluimvee zich verhoudt tot het voor¬zorgsprincipe om zorg te dragen voor diergezondheid én volksgezondheid?

Bovenstaand beleid maakt het risico op insleep van het AI-virus verwaarloosbaar klein, zodat de zorg voor diergezondheid én volksgezondheid voldoende is gewaarborgd.

15
Deelt u de mening dat een totaal vervoersverbod van pluimvee de beste garantie biedt om verspreiding van vogelpest te voorkomen? Zo ja, bent u voornemens een verbod in te stel¬len op internationaal vervoer van levend pluimvee? Zo neen, waarom niet?

Zie het antwoord op vraag 13.

16
Deelt u de mening dat de huidige kennis van verspreiding van vogelpest eerder duidt op verspreiding via handelsroutes dan via trekvogelroutes? Zo ja, betekent dit dat een ver¬voersverbod bij H5N1-uitbraken meer voor de hand ligt dan ophokplicht? Zo neen, waarom niet?

Bij de verspreiding van vogelgriep spelen naast de handel in pluimvee ook wilde vogels en andere factoren een rol. De individuele bijdragen van de mogelijke verspreidingsroutes is daarbij afhankelijk van vele factoren (hygiëne, vogeltrek, etc.). Bij uitbraken van vogel¬griep in derde landen of lidstaten worden daarom alle mogelijke insleep- en verspreidings¬routes nagegaan en worden voor elk van deze routes passende maatregelen genomen.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer