Kamer­vragen aan de minister van LNV over toestaan import chloor­kippen vanuit de Verenigde Staten


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) over toestaan import chloorkippen vanuit de Verenigde Staten

  1. Kent u het bericht `Europa wil verbod `chloorkip’ opheffen’? (1)
  2. Kunt u aangeven waarom chloorbehandeling van kippen aan het einde van de slachtlijn in Europa verboden is? Zo neen, waarom niet?
  3. Kunt u aangeven waarom in de Verenigde Staten wel gebruik wordt gemaakt van een chloorbehandeling en welke risico’s dit kan opleveren voor de volksgezondheid en het milieu?
  4. Deelt u de mening dat het toestaan van de import van chloorkippen ontoelaatbaar is, omdat deze in strijd is met de strengere eisen die worden gehanteerd door de Europese Unie waaraan de Europese kippensector moet voldoen? Zo ja, op welke wijze gaat u zich inzetten voor het handhaven van het importverbod van chloorkippen? Zo neen, waarom niet?
  5. Deelt u de mening dat versteviging van de economische relatie tussen de Verenigde Staten en Europa geen nadelige invloed mag hebben op de strengere eisen die Europa stelt ten aanzien van de voedselveiligheid en dierenwelzijn? Zo ja, hoe bent u voornemens dit te voorkomen? Zo neen, waarom niet?
  6. Kunt u aangeven of en in hoeverre de uitkomst van het onderzoekrapport van de EFSA (Europese Voedsel- en Warenautoriteit) gevolgen gaat hebben voor de Nederlandse vleesveiligheidsnormen? Zo ja, welke? Zo neen, waarom niet?
  7. Deelt u de mening dat Nederland het voorstel van eurocommissaris Günther Verheugen af dient te wijzen ongeacht of de import van chloorkippen van invloed is op de voedsel- en milieuveiligheid? Zo ja, bent u bereidt onderzoek te verrichten naar de mogelijkheden voor Nederland om, ondanks instemming van de Europese Unie, haar grenzen gesloten te houden voor risicovolle importproducten en de Kamer hierover op korte termijn te informeren? Zo neen, waarom niet?

(1) Volkskrant, 27 maart 2008

Antwoorddatum: 7 mei 2008

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u de antwoorden toekomen op de vragen van het Kamerlid Thieme (PvdD) over het toestaan van import chloorkippen vanuit de Verenigde Staten (VS).

1
Kent u het bericht ‘Europa wil verbod ‘chloorkip’ opheffen’? 1)

Ja.

2
Kunt u uiteenzetten waarom chloorbehandeling van kippen aan het einde van de slachtlijn in Europa verboden is? Zo neen, waarom niet?

Volgens de EU-hygiënewetgeving (Verordening 853/2004, artikel 3, punt 2) mogen geen andere stoffen dan water gebruikt worden om de buitenkant van producten van dierlijke oorsprong te reinigen, tenzij deze stoffen op EU-niveau officieel zijn toegelaten. Op dit moment zijn in Europa daarvoor geen middelen toegelaten.

3
Kunt u uiteenzetten waarom in de Verenigde Staten wel gebruik wordt gemaakt van een chloorbehandeling en welke risico’s dit kan opleveren voor de volksgezondheid en het milieu?

In de VS mogen bedrijven een decontaminatiebehandeling gebruiken om te voldoen aan de aldaar geldende eisen ten aanzien van microbiële besmetting van vlees. De middelen die in de VS worden gebruikt voor decontaminatie van pluimveevlees zijn aldaar toegelaten, waarbij tijdens de toelatingsprocedure de risico's voor volksgezondheid en milieu zijn beoordeeld. Ik verwijs u hierbij naar de rapportages van de Amerikaanse autoriteiten (USDA) hierover.




4
Deelt u de mening dat het toestaan van de import van chloorkippen ontoelaatbaar is, omdat deze in strijd is met de strengere eisen die worden gehanteerd door de Europese Unie, waaraan de Europese kippensector moet voldoen? Zo ja, op welke wijze gaat u zich inzetten voor het handhaven van het importverbod van chloorkippen? Zo neen, waarom niet?

In het algemeen geldt dat producten die niet aan de wettelijke EU-eisen op het gebied van volksgezondheid voldoen, niet geïmporteerd mogen worden. Op dit moment vindt nog Europees onderzoek plaats in verband met de toelaatbaarheid van bepaalde ontsmettings¬stoffen. Op basis van de resultaten van dit onderzoek zal de Europese Commissie (EC) haar stand¬punt innemen en desgewenst met een voorstel aan de lidstaten komen. Ik wil niet vooruit¬open op het nog lopende onderzoek en de interne discussie binnen de EC. Ik zal daarom een standpunt innemen, als alle relevante informatie beschikbaar is en een voorstel van de EC voorligt.

5
Deelt u de mening dat versteviging van de economische relatie tussen de VS en Europa geen nadelige invloed mag hebben op de strengere eisen die Europa stelt ten aanzien van de voedselveiligheid en dierenwelzijn? Zo ja, hoe bent u voornemens dit te voorkomen? Zo neen, waarom niet?

In het algemeen geldt dat de voedselveiligheid leidend moet zijn en niet ondergeschikt mag zijn aan handelsbelangen. Tevens is ook de continuïteit van de Europese hygiëne¬aanpak van groot belang. Ik zal deze belangrijke punten meenemen bij mijn reactie op eventuele voorstellen van de EC in deze zaak.

6
Kunt u uiteenzetten of en in hoeverre de uitkomst van het onderzoeksrapport van de EFSA (Europese Voedsel- en Waren Autoriteit) gevolgen gaat hebben voor de Nederlandse vleesveiligheidsnormen? Zo ja, welke? Zo neen, waarom niet?

De Nederlandse voedselveiligheidsnormen zijn de EU-normen. Het onderzoeksrapport van de EFSA heeft geen gevolgen voor deze normen omdat hierdoor de wetgeving niet wordt veranderd.

7
Deelt u de mening dat Nederland het voorstel van eurocommissaris Günter Verheugen af dient te wijzen ongeacht of de import van chloorkippen van invloed is op de voedsel- en milieuveiligheid? Zo ja, bent u bereid onderzoek te verrichten naar de mogelijkheden voor Nederland om, ondanks instemming van de Europese Unie, haar grenzen gesloten te houden voor risicovolle importproducten en de Kamer hierover op korte termijn te informeren? Zo neen, waarom niet?

Van een voorstel van commissaris Verheugen of de EC is nog geen sprake. Zoals hierboven gesteld, zal de EC op basis van het gedeeltelijk nog lopende onderzoek haar positie bepalen en dan pas een voorstel doen.
Hierin weegt zij de gevolgen voor voedsel- en milieuveiligheid mee. Ik heb er vertrouwen in dat de EC met een goed onderbouwd voorstel komt en zolang dat voorstel er nog niet is en daardoor niet op zijn merites kan worden beoordeeld, zie ik geen enkele reden om te gaan speculeren over de afwijzing ervan.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,



G. Verburg