Kamer­vragen aan de minister van LNV over pluimvee


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over pluimvee

1. Kent u de uitspraak van de Reclame Code Commissie met dossiernummer 2009/00773 over reclame uitingen waarin stichting Wakker Dier stelt dat ‘kippen gedurende hun hele leven in hun eigen poep staan’?

2. Deelt u het oordeel van de Reclame Code Commissie dat bij vleeskippenbedrijven de dieren feitelijk hun hele leven in hun eigen poep staan? Zo neen, waarom niet?

3. Is het waar dat vleeskippen gedurende hun hele leven in stallen staan die niet gereinigd worden gedurende de levensduur de kip? Zo neen, waarom niet?

4. Kunt u aangeven hoe lang het leven ( de periode tussen geboorte en slacht) van de gemiddelde slachtkip duurt en welke gemiddelde gewichtstoename de dieren in deze periode doormaken?

5. Is het waar dat kippen met tienduizenden bijeen staan op een ondergrond van zaagsel , dat verzadigd raakt door de uitwerpselen van de kippen waardoor pootgebreken ontstaan? Zo neen, waarom niet? Zo ja, hoe verhoudt zich dit met de erkenning van de intrinsieke waarde van de kip en inachtneming van de vrijheden van Brambell?

6. Klopt het dat de zure kippenpoep bijt in de poten van de kuikens, dat de kuikens hierdoor brandblaren hebben en dat uit recent indicatief wetenschappelijk onderzoek1 blijkt dat driekwart van de kuikens voetzoollaesies (ontstekingen; 73%) hebben de helft zelfs ernstige? Zo neen, waarop baseert u uw antwoord en bent u bereid tot het instellen van nader onderzoek? Zo ja, hoe verhoudt zich dit met de erkenning van de intrinsieke waarde van de kip en inachtneming van de vrijheden van Brambell?

7. Klopt het dat ook borstblaren, borstpukkels en andere verwondingen aan de huid en poten veroorzaakt of verergerd worden door het houderijsysteem? Zo neen, waarom niet? Zo ja, hoe verhoudt zich dit met de erkenning van de intrinsieke waarde van de kip en inachtneming van de vrijheden van Brambell?

8. Hoe kan het dat een NGO als Wakker Dier en een instantie als de Reclame Code Commissie eerder tot herkenning en erkenning van de ernstige problemen van vleeskuikens komen dan uw ministerie dat geacht wordt over het welzijn van de dieren te waken?

9. Bent u van mening dat het in korte tijd opgroeien van een kuiken tot een het slachtrijp is onder letterlijk ziekmakende omstandigheden in overeenstemming kan zijn met de erkenning van de intrinsieke waarde van het leven van dat kuiken?

10. Kunt u aangeven welk deel van het leven van het kuiken dan gezien moet worden als een erkenning van de belangen en het leven van het dier los van zijn nut voor de mens of in overeenstemming met de vrijheden van Brambell?

11. Kunt u het als minister voor uw verantwoording nemen dat een kuiken geboren wordt in een broedmachine met 50% kans om levend versnipperd te worden, met 73% kans op ernstige kwalen en met 100% kans om geen twee maanden oud te worden, louter om een goedkoop stuk vlees op te leveren dat met Europees belastinggeld wordt aanbevolen als ‘het meest veelzijdige stukje vlees’?

12. Kunt u zich voorstellen dat veel burgers een dergelijke handelwijze zien als een ernstige vorm van ontaarding die op geen enkele wijze te rijmen valt met begrippen als ‘rentmeesterschap’ en ‘duurzaamheid’ zonder die begrippen vergaand uit te hollen?

13. Is het waar dat consumenten maar een zeer beperkte invloed hebben op processen als deze omdat ze door de overheid onwetend worden gehouden van de problemen die kippen hebben (de problemen worden althans in geen enkele overheidscampagne benoemd), omdat ze van overheidswege producten als deze krijgen aanbevolen en omdat het overgrote deel van de aldus geproduceerde kippen voor de export bestemd is, die ongevoelig is voor de keuzes van Nederlandse consumenten?

14. Bent u bereid uw voornemen voor een verduurzaming van de productie van dierlijke eiwitten ook consequenties voor de kip zelf te laten krijgen? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze en welke duurzaamheidsconsequenties zullen die wijzigingen exact voor de kip gaan krijgen?

15. Bent u bereid te garanderen dat het houderijsysteem voor kippen zodanig veranderd wordt dat het overgrote deel van de kippen gedurende hun korte leven gegarandeerd geen enkel gebrek oploopt? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

1 http://www.welfarequality.net/downloadattachment/37756/18982/04-04-08_pluimveehouderij_voetzoollesies.pdf

Antwoorddatum: 11 feb. 2010

Geachte Voorzitter,

Hierbij stuur ik u de antwoorden op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over pluimvee.


Vraag 1
Kent u de uitspraak van de Reclame Code Commissie met dossiernummer 2009/00773 over reclame-uitingen waarin stichting Wakker Dier stelt dat ‘kippen gedurende hun hele leven in hun eigen poep staan’?

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Deelt u het oordeel van de Reclame Code Commissie dat bij vleeskippenbedrijven de dieren feitelijk hun hele leven in hun eigen poep staan? Zo nee, waarom niet?

Vraag 3
Is het waar dat vleeskippen gedurende hun hele leven in stallen staan die niet gereinigd worden gedurende de levensduur de kip? Zo nee, waarom niet?

Vraag 4
Kunt u uiteenzetten hoe lang het leven (de periode tussen geboorte en slacht) van de gemiddelde slachtkip duurt en welke gemiddelde gewichtstoename de dieren in deze periode doormaken?

Antwoorden vraag 2 t/m 4
Vleeskuikens worden gehouden in stallen met strooisel vanaf de leeftijd van 1 à 2 dagen tot de gemiddelde leeftijd van 40 dagen. In deze tijd neemt hun gewicht toe van ongeveer 40 gr tot gemiddeld ruim 2 kg. De stallen worden inderdaad niet gereinigd tijdens de mestperiode. Het verse strooisel (houtkrullen of tarwestro) dat aanwezig is in de stal bij aankomst van eendagskuikens is in principe voldoende om de uitwerpselen op te nemen. Het verwarmen van de stal in de beginperiode en de warmte van de dieren later helpen het strooisel droog te houden. Er wordt wel bijgestrooid indien natte plekken ontstaan.

Het drogen van het strooisel met de uitwerpselen is behalve voor de vleeskuikens zelf ook belangrijk om de ammoniakemissie beperkt te houden.

Om te kunnen voldoen aan de wettelijke ammoniakeisen (Besluit ammoniak­emissie huisvesting veehouderij) worden vleeskuikenstallen ingericht met lucht­behandelingssystemen waarmee strooisel gedroogd wordt.

Vraag 5
Is het waar dat kippen met tienduizenden bijeenstaan op een ondergrond van zaagsel, dat verzadigd raakt door de uitwerpselen van de kippen waardoor pootgebreken ontstaan? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe verhoudt zich dit met de erkenning van de intrinsieke waarde van de kip en inachtneming van de vrijheden van Brambell?

Vraag 6
Is het waar dat de zure kippenpoep bijt in de poten van de kuikens, dat de kuikens hierdoor brandblaren hebben en dat uit recent indicatief wetenschappelijk onderzoek 1) blijkt dat driekwart van de kuikens voetzoollaesies (ontstekingen; 73%) heeft, de helft zelfs ernstige? Zo nee, waarop baseert u uw antwoord en bent u bereid tot het instellen van nader onderzoek? Zo ja, hoe verhoudt zich dit met de erkenning van de intrinsieke waarde van de kip en inachtneming van de vrijheden van Brambell?

Vraag 11
Kunt u het voor uw verantwoordelijkheid nemen dat een kuiken geboren wordt in een broedmachine met 50% kans om levend versnipperd te worden, met 73% kans op ernstige kwalen en met 100% kans om geen twee maanden oud te worden, louter om een goedkoop stuk vlees op te leveren dat met Europees belastinggeld wordt aanbevolen als ‘het meest veelzijdige stukje vlees’?

Antwoord vraag 5, 6 en 11
De kuikens van vleesrassen worden allemaal ingezet voor de vleesproductie, zowel de hennetjes als de haantjes.

Er ontstaan inderdaad pootaandoeningen zoals hakdermatitis en voetzoollaesies bij een gedeelte van de vleeskuikens, vaak als gevolg van nat strooisel. Naar schatting zijn de helft van de voetzoollaesies ernstig.

De hier aangegeven cijfers komen van metingen die in najaar 2007 (dus in één seizoen) en in één slachterij zijn uitgevoerd. Volgens de betrokken onderzoekers van Wageningen UR zijn deze gegevens niet representatief voor de Nederlandse situatie. Desondanks zijn deze aandoeningen een punt van zorg omdat ze, in de ernstigste vorm, pijn veroorzaken bij de vleeskuikens en hun welzijn en gezond­heid aantasten. Om deze problemen aan te pakken, heb ik met de sector extra maatregelen hierover afgesproken, in het kader van de implementatie van de Vleeskuikenrichtlijn, bovenop de Europese wetgeving. Samen met de sector heb ik een afsprakenkader ondertekend in oktober 2009 ten behoeve van nader onder­zoek en normstelling voor deze aandoeningen vanaf 2011. Ik verwijs u naar mijn brief hierover (Kamerstukken II 2009/2010 28286 nr. 318).

Verder financiert mijn ministerie de ontwikkeling van nieuwe, duurzame systemen waar meer aandacht is voor het welzijn en de intrinsieke waarde van pluimvee (zie ook mijn antwoord op de vragen 14 en 15).

Vraag 7
Is het waar dat ook borstblaren, borstpukkels en andere verwondingen aan de huid en poten veroorzaakt of verergerd worden door het houderijsysteem? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe verhoudt zich dit met de erkenning van de intrinsieke waarde van de kip en inachtneming van de vrijheden van Brambell?

Vraag 8
Hoe kan het dat een niet-gouvernementele organisatie (NGO) als Wakker Dier en een instantie als de Reclame Code Commissie eerder tot herkenning en erkenning van de ernstige problemen van vleeskuikens komen dan uw ministerie, dat geacht wordt over het welzijn van de dieren te waken?

Antwoorden vraag 7 en 8
Borstblaren en borstpukkels komen vrijwel niet voor bij vleeskuikens, mestvlekken (bruinverkleuringen van de huid) en in een eerder stadium irritatie van de huid (roodverkleuring) komen soms voor. Onderzoekers geven aan dat het aantal borstirritaties bij vleeskuikens zal verminderen door het terugdringen van hakdermatitis en voetzoollaesies.

Ik heb de problemen van de vleeskuikens eerder onderkend en een aanpak hiervoor aangekondigd in de Nota Dierenwelzijn (Kamerstukken II 2007/2008 28286 nr. 76). Ook het afsprakenkader voor het welzijn van de vleeskuikens geeft hier uiting aan.

Vraag 9, 10, 12 en 13
Bent u van mening dat het in korte tijd opgroeien van een kuiken tot een het slachtrijp is onder letterlijk ziekmakende omstandigheden in overeenstemming kan zijn met de erkenning van de intrinsieke waarde van het leven van dat kuiken?

Vraag 10
Kunt u uiteenzetten welk deel van het leven van het kuiken gezien moet worden als een erkenning van de belangen en het leven van het dier, los van zijn nut voor de mens of in overeenstemming met de vrijheden van Brambell?

Vraag 11
Kunt u het als minister voor uw verantwoording nemen dat een kuiken geboren wordt in een broedmachine met 50% kans om levend versnipperd te worden, met 73% kans op ernstige kwalen en met 100% kans om geen twee maanden oud te worden, louter om een goedkoop stuk vlees op te leveren dat met Europees belastinggeld wordt aanbevolen als ‘het meest veelzijdige stukje vlees’?

Vraag 12
Kunt u zich voorstellen dat veel burgers een dergelijke handelwijze zien als een ernstige vorm van ontaarding, die op geen enkele wijze te rijmen valt met begrippen als ‘rentmeesterschap’ en ‘duurzaamheid’ zonder die begrippen vergaand uit te hollen?

Vraag 13
Is het waar dat consumenten maar een zeer beperkte invloed hebben op processen als deze omdat ze door de overheid onwetend worden gehouden van de problemen die kippen hebben (de problemen worden althans in geen enkele overheidscampagne benoemd), omdat ze van overheidswege producten als deze krijgen aanbevolen en omdat het overgrote deel van de aldus geproduceerde kippen voor de export bestemd is, die ongevoelig is voor de keuzes van Nederlandse consumenten?

Antwoord vraag 10 t/m 13
In het Convenant “Marktontwikkeling Verduurzaming Dierlijke Producten” dat ik getekend heb in mei 2009 met de sector en maatschappelijke organisaties, wordt gestreefd naar het vergroten van de keuzemogelijkheid van de consument voor wat betreft duurzame diervriendelijke producten en concreet naar een omzetgroei van 15% per jaar voor de aankoop van producten in dit zgn. “tussensegment”.

In dit kader zijn tot nu toe vooral projecten voor marktontwikkeling in de pluimveesector goedgekeurd. Het aanbod van scharrelkip neemt toe sinds medio 2009.

Verder hecht ik een groot belang aan het creëren van bewustzijn bij consumenten omtrent hun invloed op het verbeteren van dierenwelzijn via hun aankoopgedrag van voedsel. Daarom financier ik volledig een meerjarige mediacampagne van het Voedingscentrum, lopende van 2007 tot en met 2010, over onder andere het thema Dierenwelzijn (varken en kip). De website van het Voedingscentrum geeft achtergrondinformatie, bijvoorbeeld over kippenvlees, onder het motto “Waar hebben uw kippenpootjes gescharreld?”.

Vraag 14
Bent u bereid uw voornemen voor een verduurzaming van de productie van dierlijke eiwitten ook consequenties voor de kip zelf te laten krijgen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze, en welke duurzaamheids­consequenties zullen die wijzigingen exact voor de kip gaan krijgen?

Vraag 15
Bent u bereid te garanderen dat het houderijsysteem voor kippen zodanig veranderd wordt dat het overgrote deel van de kippen gedurende hun korte leven gegarandeerd geen enkel gebrek oploopt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

Antwoorden vraag 14 en 15
Ik wijs op het afsprakenkader met de sector waarbij wordt gewerkt aan het terugdringen van hakdermatitis en voetzoollaesies bij de kip zelf. Daarnaast heeft het kabinet de ambitie uitgesproken om een aandeel van 5% van integraal duurzame en diervriendelijke stallen te bereiken in 2011 met uitzicht op groot­schalige toepassing daarna.

In mijn toekomstvisie Duurzame Veehouderij (Kamerstukken II 2007/2008 28973 nr. 18) heb ik de ambitie geformuleerd dat in 2023 een in alle opzichten duurzame veehouderij zal zijn gerealiseerd. In de Uitvoeringsagenda Duurzame veehouderij is deze ambitie benoemd als gezamenlijke uitdaging van zowel de overheid, de sector ketenpartijen als de maatschappelijke organisaties.

Om dit doel te realiseren, wordt een aantal acties uitgevoerd. Wageningen UR is in 2009 gestart met een herontwerptraject voor de vleeskuikenhouderij. Dit wordt dit jaar voortgezet. Doel is om een ontwerp voor een integraal duurzame en diervriendelijke stal te ontwikkelen dat later in de praktijk toegepast kan worden.

Verder kunnen pluimveehouders die een stal willen (ver)bouwen op dit moment al gebruik maken van de investeringsregeling integraal duurzame stallen en van fiscale regelingen zoals MIA en VAMIL op basis van de Maatlat Duurzame Veehouderij bij investeringen in bovenwettelijke maatregelen op het gebied van onder andere dierenwelzijn.

Naast deze nationale maatregelen zet ik in EU-verband bij de evaluatie van de Vleeskuikenrichtlijn in 2012 in op aanscherping en aanvulling van de normen ten aanzien van sterfte, voetzoollaesies en bezettingsgraad.



DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN

VOEDSELKWALITEIT,



G. Verburg


1 Pluimveehouderij 38e jaargang, april 2008: “Zolen lezen”
http://www.welfarequality.net/downloadattachment/37756/18982/04-04-08_pluimveehouderij_voetzoollesies.pdf