Kamer­vragen aan de minister van LNV over memo Staats­bos­beheer inzake handelen in strijd met de Flora- en faunawet


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) over memo Staatsbosbeheer inzake handelen in strijd met de Flora- en faunawet.

1. Kent u het artikel “Staatsbosbeheer wilde geen kritiek op afschieten herten” NRC Handelsblad 21-01-09" * ?

2. Kent u het memo waarover in het artikel gesproken wordt?

3. Mag uit het commentaar van regiodirecteur Henkjan Kievit worden afgeleid dat het memo inderdaad in deze vorm binnen Staatsbosbeheer verspreid is?

4. Deelt u de mening dat het niet tot de taak van een zelfstandig bestuursorgaan gerekend moet worden politici en pers “de wind uit de zeilen te nemen” zoals in het memo gesteld wordt?

5. Kunt u per aandachtspunt aangeven hoe u oordeelt over de onthullingen die uit de inhoud het memo naar voren komen:
a. dat volgens SBB de damherten op Schouwen Duiveland nauwelijks schade veroorzaken;
b. dat volgens SBB het leefgebied op de Kop van Schouwen probleemloos ruimte biedt aan veel meer damherten dan er nu geteld zijn;
c. dat volgens SBB de tellingen van het aantal damherten uitsluitend zijn verricht door de Wilbeheer eenheid (de jagers) en rond hen “de schijn van willen jagen” hangt;
d. dat SBB medewerkers en vrijwilligers een zwijgplicht oplegt op straffe van ontslag als zij willen praten met de partij voor de Dieren of dissidente geluiden naar buiten willen brengen;
e. dat SBB Marianne Thieme én de pers “de wind uit de zeilen wil nemen ” via “offensieve communicatie om dit probleem in de hand te houden”; kunt u aangeven op welk probleem gedoeld wordt?
f. dat SBB kiest voor de positie van de jagers in het debat tussen jagers en fauna-/dierenbeschermers, door wel de jagers te betrekken in de te volgen communicatiestrategie en niet de dierenbeschermers;
g. dat SBB aangeeft dat de populatie damherten het best te beheersen is door niet de mannelijke maar de vrouwelijke dieren te schieten, maar dit niet als voorwaarde aan de jagers gesteld heeft. Kunt u aangeven waarom een dergelijke voorwaarde niet gesteld is?

6. Deelt u de mening dat SBB onder andere door te verzwijgen dat de damherten nauwelijks schade veroorzaken en het natuurgebied probleemloos een veel grotere populatie aan zou kunnen, verantwoordelijk is voor het aanzetten tot of meewerken aan overtreding van de Flora- en faunawet? Zo neen, waarom niet?

7. Is het juist dat Staatsbosbeheer op de hoogte was van het feit dat de tamme damherten na te zijn losgelaten in het natuurgebied, kwamen foerageren in de schuren van Staatsbosbeheer, maar dat de provincie verbood de dieren te vangen en terug te brengen naar de rechtmatige eigenaar? Zo ja, hoe ziet u de betrokkenheid van Staatsbosbeheer bij deze vorm van faunavervalsing in relatie tot uw optreden m.b.t het vangen van op Terschelling uitgezette edelherten? Zo neen, bent u bereid hiernaar onderzoek te doen verrichten?

8. Deelt u de mening dat de ontheffing voor afschot van de damherten is verleend, waarbij aan geen van de criteria voor ontheffing op het verbod op jagen is voldaan, te weten het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid, het voorkomen aan belangrijke schade aan gewassen, en het voorkomen van schade aan flora en fauna, ten onrechte is en zou moeten worden teruggedraaid? Zo ja, bent u bereid de provincie op te dragen de ten onrechte verleende ontheffing in te trekken, zodat de honderden herten werkelijke bescherming krijgen naast de wettelijke bescherming die zij volgens de Flora- en faunawet zouden moeten genieten? Zo neen, waarom niet?

9. Bent u bereid Staatsbosbeheer aan te spreken op haar werken in strijd met de wet, in strijd met haar opdracht (natuurbeheer) en in strijd met de fatsoensregels (dreigen met ontslag voor personeel en vrijwilligers wanneer die de waarheid spreken)? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

* http://www.nrc.nl/binnenland/article2126558.ece/Staatsbosbeheer_wilde_geen_kritiek_op_afschieten_herten

Antwoorddatum: 4 feb. 2009

Geachte voorzitter,

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Thieme over een memo van Staatsbosbeheer inzake het handelen in strijd met de Flora- en faunawet.

  1. Kent u het artikel “Staatsbosbeheer wilde geen kritiek op afschieten herten”?

    Ja.
  2. Kent u het memo waarover in het artikel gesproken wordt?

    Ja.
  3. Mag uit het commentaar van regiodirecteur Henkjan Kievit worden afgeleid dat het memo inderdaad in deze vorm binnen Staatsbosbeheer (SBB) verspreid is?

    Het memo is intern beperkt verspreid onder de direct betrokkenen.
  4. Deelt u de mening dat het niet tot de taak van een zelfstandig bestuursorgaan gerekend moet worden politici en pers “de wind uit de zeilen te nemen”, zoals in het memo gesteld wordt?

    Ik vind dat een zelfstandig bestuursorgaan zorgvuldig moet communiceren over onderwerpen die gevoelig liggen in de maatschappij, om er zorg voor te dragen dat er tijdig een volledig en genuanceerd beeld wordt neergezet. Naar mijn mening was dit de opzet van de genoemde memo. De term “de wind uit de zeilen halen” vind ik in dat verband wat ongelukkig gekozen.
  5. Kunt u per aandachtspunt uiteenzetten hoe u oordeelt over de onthullingen die uit de inhoud van het memo naar voren komen:
    a. dat volgens SBB de damherten op Schouwen-Duiveland nauwelijks schade veroorzaken;
    b. dat volgens SBB het leefgebied op de Kop van Schouwen probleemloos ruimte biedt aan veel meer damherten dan er nu geteld zijn;

    In de natuurgebieden van Schouwen-Duiveland zijn vooralsnog geen aanwijzingen voor ecologische schade door damherten. In de notitie staat echter dat de omgeving wel hinder heeft van de damherten, waarbij vooral het verkeer wordt genoemd. In 2007 ging het nog om 7 botsingen met damherten, in 2008 waren er 21 botsingen waarbij damherten betrokken waren. Deze feiten zijn overigens in de afgelopen maanden breed gecommuniceerd. Er is dus geen sprake van “onthullingen”.

    c. dat volgens SBB de tellingen van het aantal damherten uitsluitend zijn verricht door de Wildbeheereenheid (de jagers) en rond hen “de schijn van willen jagen” hangt;

    Aan de door de Faunabeheereenheid georganiseerde telling is ook door enkele medewerkers en vrijwilligers van Staatsbosbeheer, dat deel uitmaakt van de FBE, deelgenomen. Er is geen reden om te twijfelen aan de telmethodiek of de globale juistheid van de telresultaten. De aanduiding “schijn van willen jagen” is in de bewuste notitie gebruikt om aan te geven dat externe vraagtekens bij de telresultaten worden verwacht. Het is niet bedoeld als diskwalificatie van de tellingen van de kant van Staatsbosbeheer. Zie tevens mijn eerdere antwoorden op uw eerdere vragen over dit onderwerp (Tweede Kamer, 2008-2009, aanhangsel nr. 1360).

    d. dat SBB-medewerkers en vrijwilligers een zwijgplicht oplegt op straffe van ontslag als zij willen praten met de Partij voor de Dieren of dissidente geluiden naar buiten willen brengen;

    Hiervan is in het memo geen sprake. Wel zijn afspraken gemaakt over rolverdeling bij en woordvoerderschap door Staatsbosbeheer.

    e. dat SBB Marianne Thieme én de pers “de wind uit de zeilen willen nemen” via “offensieve communicatie om dit probleem in de hand te houden”; kunt u hierbij toelichten op welk probleem gedoeld wordt?

    Hierbij wordt gedoeld op de mogelijkheid van een onevenwichtige berichtgeving als niet op een pro-actieve en zorgvuldige wijze zou worden uitgelegd waarom Staatsbosbeheer instemt met regulatie van de damhertenpolulatie.

    f. dat SBB kiest voor de positie van de jagers in het debat tussen jagers en fauna/dierenbeschermers, door wel de jagers te betrekken in de te volgen communicatiestrategie en niet de dierenbeschermers?

    De FBE wordt betrokken bij de te volgen communicatiestrategie, omdat de jagers direct betrokken zijn bij het afschieten van de herten. Daaruit kan echter niet geconcludeerd worden dat SBB de positie van jagers kiest in het debat tussen jagers en fauna/dieren–beschermers. Staatsbosbeheer wil alle partijen op een evenwichtige manier bij de discussie betrekken.

    g. dat SBB aangeeft dat de populatie damherten het best te beheersen is door niet de mannelijke maar de vrouwelijke dieren te schieten, maar dit niet als voorwaarde aan de jagers gesteld heeft. Kunt u hierbij toelichten waarom een dergelijke voorwaarde niet gesteld is?

    Het streven van de FBE, waar SBB onderdeel van uitmaakt, is om een evenwichtige en natuurlijke verdeling te hebben van de geslachtsverhoudingen binnen de populatie damherten. Dit past in het beleid van Gedeputeerde Staten van Zeeland waar het faunabeheerplan uitgaat van duurzaam beheer en regulatie.
  6. Deelt u de mening dat SBB onder andere door te verzwijgen dat de damherten nauwelijks schade veroorzaken en het natuurgebied probleemloos een veel grotere populatie aan zou kunnen, verant-woordelijk is voor het aanzetten tot of het meewerken aan overtreding van de Flora- en faunawet? Zo nee, waarom niet?

    Nee, om de redenen genoemd in mijn antwoord op de vragen 5a en 5b kan niet gesteld worden dat de herten geen overlast veroorzaken.
  7. Is het waar dat SBB op de hoogte was van het feit dat de tamme damherten, na te zijn losgelaten in het natuurgebied, kwamen foerageren in de schuren van SBB, maar dat de provincie verbood de dieren te vangen en terug te brengen naar de rechtmatige eigenaar? Zo ja, hoe ziet u de betrokkenheid van SBB bij deze vorm van faunavervalsing in relatie tot uw optreden met betrekking tot het vangen van op Terschelling uitgezette edelherten? Zo nee, bent u bereid hiernaar onderzoek te verrichten?

    Nee, de tamme damherten zijn voor zover bekend sinds de jaren negentig nooit in de schuren of stallen van Staatsbosbeheer geweest. Ik zie geen aanleiding voor nader onderzoek hiernaar.
  8. Deelt u de mening dat de ontheffing voor afschot van de damherten is verleend, waarbij aan geen van de criteria voor ontheffing op het verbod op jagen is voldaan, te weten het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid, het voorkomen van belangrijke schade aan gewassen, en het voorkomen van schade aan flora en fauna, ten onrechte is en zou moeten worden teruggedraaid? Zo ja, bent u bereid de provincie op te dragen de ten onrechte verleende ontheffing in te trekken, zodat de honderden herten werkelijk bescherming krijgen naast de wettelijke bescherming die zij volgens de Flora- en faunawet zouden moeten genieten? Zo nee, waarom niet?

    Ik verwijs naar mijn antwoord op eerdere vragen van uw kant over dit onderwerp
    (Tweede Kamer, 2008-2009, nr. 1360).
  9. Bent u bereid SBB aan te spreken op zijn werken in strijd met de wet, in strijd met zijn opdracht (natuurbeheer) en in strijd met de fatsoensregels (dreigen met ontslag voor personeel en vrijwilligers wanneer die de waarheid spreken)? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo nee, waarom niet?

    Nee, omdat van geen van de genoemde zaken hier sprake is.

    DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
    VOEDSELKWALITEIT,




    G. Verburg