Kamer­vragen aan de minister van LNV over maat­re­gelen rondom levende dieren in kerst­stallen


Indiendatum: nov. 2007

Vragen van het lid Ouwehand van de Partij voor de Dieren aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over maatregelen rondom levende dieren in kerststallen

1. Wat is uw mening over het gebruik van levende dieren in kerststallen?

2. Deelt u de mening dat de huisvesting van dieren die worden gebruikt in kerststallen in de meeste gevallen niet voldoet aan de minimale normen die hier aan gesteld zouden moeten worden met het oog op de vijf vrijheden van Brambell (1)? Zo ja, welke maatregelen bent u voornemens hier tegen te gaan treffen? Zo neen, waarom niet?

3. Kunt u aangeven op welke manier er wordt toegezien op de veiligheid en het welzijn van de dieren in kerststallen? Acht u dit toezicht voldoende? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo neen, hoe wilt u dit toezicht gaan verscherpen?

4. Bent u bereid regelgeving op te stellen voor het gebruik van levende dieren bij evenementen en recreatieve doeleinden, bijvoorbeeld door invulling van artikel 65 van de Gezondheids- en welzijnswet voor Dieren? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn? Zo neen, waarom niet?

(1) vrij van dorst, honger en onjuiste voeding; vrij van fysiek en fysiologisch ongerief; vrij van pijn, verwonding en ziektes; vrij van angst en chronische stress; vrij om hun natuurlijke (soorteigen) gedrag te vertonen.

Indiendatum: nov. 2007
Antwoorddatum: 16 dec. 2007

Geachte Voorzitter,

Bijgaand zend ik u mijn antwoorden op de vragen van het lid Ouwehand over maatregelen rondom levende dieren in kerststallen.

1
Wat is uw mening over het gebruik van levende dieren in kerststallen?

Tegen het gebruik van levende dieren in kerststallen hoeft geen bezwaar te bestaan, mits het gaat om dieren die normaliter onder soortgelijke omstandigheden leven en daaraan zijn aangepast.

2
Deelt u de mening dat de huisvesting van dieren die worden gebruikt in kerststallen in de meeste gevallen niet voldoet aan de minimale normen die hieraan gesteld zouden moeten worden met het oog op de vijf vrijheden van Brambell? Zo ja, welke maatregelen bent u voornemens hier tegen te gaan treffen? Zo neen, waarom niet?

De vraag of de huisvesting van dieren die voor deze doelen worden gebruikt, voldoet aan de minimale normen die hieraan gesteld worden, kan ik in zijn algemeenheid niet beantwoorden. Dat zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld.

3
Kunt u aangeven op welke manier er wordt toegezien op de veiligheid en het welzijn van de dieren in kerststallen? Acht u dit toezicht voldoende? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo neen, hoe wilt u dit toezicht gaan verscherpen?

De Gezondheids- en welzijnswet voor dieren stelt eisen aan de manier waarop dieren moeten worden gehouden alsmede aan hun verzorging. Zowel de Algemene Inspectie¬dienst als de Landelijke Inspectie Dierenbescherming zien toe op de naleving van gestelde regels. Ik heb geen reden aan te nemen dat dat toezicht tekort schiet.


4
Bent u bereid regelgeving op te stellen voor het gebruik van levende dieren bij evene¬menten en recreatieve doeleinden, bijvoorbeeld door invulling van artikel 65 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn? Zo neen, waarom niet?

Ik ben van mening dat de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren voldoende aanknopingspunten biedt om te kunnen optreden tegen misstanden.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer