Kamer­vragen aan de minister van LNV over lande­lijke vrij­stelling voor afschot van grauwe ganzen


Kamervragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de landelijke vrijstelling voor het afschot van grauwe ganzen

1. Kent u het bericht (1) waarin sprake is van de ontwikkeling van een belijningsysteem op het weiland en andere methoden om ganzen gebiedsgericht te weren?

2. Kent u het rapport (2) van CABWIM consultancy dat in opdracht van het Faunafonds tussentijds verslag doet over het project ´Grauwe ganzen leren gras te mijden´, waarin de voorkeur van grauwe ganzen voor
stikstofbindende witte klaver boven bemest gras ondubbelzinnig aangetoond wordt en de aanbeveling gedaan wordt dit in natuurgebieden toe te passen om de aantrekkelijkheid van het voedselaanbod hier te verhogen?

3. Kent u rapport (3) van SOVON ´Overzomerende ganzen in Nederland: grenzen aan de groei?´ , dat concludeert dat de sterke groei van het aantal grauwe ganzen ligt in de sterk verbeterde voedselsituatie sinds de jaren zeventig en de toename van geschikt broedhabitat?

4. Kunt u aangeven op welke wijze u een aanpak van de oorzaak van de groei heeft vertaald naar het huidige beleid ten aanzien van ganzenbeheer?

5. Het Faunafonds heeft tot op heden nog geen besluit genomen om ook de eindfase van het project ´Grauwe ganzen leren gras te mijden´ te financieren, waarbij het gaat om het toepassen van een combinatiemethode, waarmee grauwe ganzen zoveel mogelijk gemotiveerd worden in de natuurgebieden te blijven en van de productieweilanden weg te blijven. Dit kan een duurzame en maatschappelijk acceptabele weg bieden om het huidige aanbod van foerage voor grauwe ganzen om te buigen en te verminderen, en de schade gebiedsgericht te beperken. Kunt u aangeven of u de ontwikkeling van een combinatiemethode als gebiedsgerichte aanpak, wilt ondersteunen? Zo ja, wat gaat u doen om dergelijke ontwikkelingen te faciliteren en te bespoedigen? Zo neen, hoe denkt u het voedselaanbod in de weilanden te verminderen, opdat daar aantalsregulatie uit voort zou kunnen komen?

6. Bent u van mening dat afschot, zeker in de broedperiode waarbij jongen de kans hebben wees te worden, indruist tegen de bedoelingen van de Flora- en Faunawet en de Vogelrichtlijn? Zeker gezien de erkenning van de intrinsieke waarde van het dier zoals vermeld in de considerans van de Flora en Fauna wet? Zo ja, bent u dan bereid om de landelijke vrijstelling in te trekken, zoals uw voorganger voor het afschot van de grauwe gans per 1 april tot en met 1 oktober 2007 heeft ingesteld? Zo neen, hoe motiveert u de vrijstelling in het kader van de Vogelrichtlijn artikel 7 lid 4?

1) Telegraaf , 4 april 2006

2) Juni 2006

3) In 2006 in opdracht van het ministerie van LNV geschreven