Kamer­vragen aan de minister van LNV over jacht op verwil­derde duiven


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over jacht op verwilderde duiven

  1. Kent u het bericht ` Ophokgebod postduiven’? (1)
  2. Kunt u aangeven hoeveel verwilderde duiven er in de periode van vrijdag 21 maart tot en met vrijdag 9 mei 2008 in dit gebied afgeschoten gaan worden?
  3. Kunt u aangeven hoe vaak dergelijke ‘opruimacties’ per jaar gemiddeld plaatsvinden in Nederland?
  4. Bent u van mening dat gemeenten voldoende maatregelen treffen om overlast van duiven op een diervriendelijke manier op te lossen? Zo ja, wat zijn in uw ogen diervriendelijke maatregelen? Zo neen, deelt u de mening dat (verwilderde) duiven niet afgeschoten mogen worden totdat voldoende diervriendelijke methoden zijn onderzocht?
  5. Deelt u de mening dat de aanwezigheid van straatvuil en het bijvoeren van duiven, gecombineerd met de hoge vruchtbaarheid van deze dieren de oorzaken zijn van grote populaties in steden? Zo ja, kunt u aangeven of en op welke wijze uw beleid er op gericht is om een sterke populatiegroei te voorkomen? Zo neen, kunt u dit toelichten?
  6. Deelt u de mening dat het wegvangen en/of doden van verwilderde duiven geen duurzame, lange termijnoplossing vormt om overlast van grote populaties duiven tegen te gaan? Zo ja, bent u bereid om landelijk beleid te ontwikkelen voor diervriendelijk populatiebeheer van verwilderde duiven? Zo neen, kunt u dit toelichten?
  7. Bent u bereid lering te trekken uit goede alternatieven vanuit verschillende provincies, zoals het plaatsen van tillen op hoge daken en het vervangen van duiveneieren door kunsteitjes? Zo neen, waarom niet?
  8. Bent u bereid de verleende ontheffingen te heroverwegen, dan wel in te trekken en gemeenten aan te sporen andere maatregelen te treffen, waarbij verwilderde duiven niet gedood hoeven worden? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn? Zo neen, waarom niet?

(1) http://www.blikopnieuws.nl/bericht/70589

Antwoorddatum: 7 mei 2008

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u de antwoorden toekomen op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over jacht op verwilderde duiven.

1
Kent u het bericht ‘Ophokgebod postduiven’? 1)

Ja.

2
Hoeveel verwilderde duiven gaan er in de periode van vrijdag 21 maart tot en met vrijdag 9 mei 2008 in dit gebied afgeschoten worden?

De lokale wildbeheereenheid schat dat in de genoemde periode er naar schatting circa
100 duiven worden geschoten in dit gebied.

3
Hoe vaak vinden dergelijke ‘opruimacties’ per jaar gemiddeld plaats in Nederland?

Het ophokgebod is één keer per jaar tijdens de zaaiperiode, als de landbouw kwetsbaar is voor schade door duivenvraat. Duiven mogen het jaar rond geschoten worden, maar de acties concentreren zich in de periode van het ophokgebod. Dit ter voorkoming dat gehouden duiven ook worden geschoten.

4
Bent u van mening dat gemeenten voldoende maatregelen treffen om overlast van duiven op een diervriendelijke manier op te lossen? Zo ja, wat zijn in uw ogen diervriendelijke maatregelen? Zo neen, deelt u de mening dat (verwilderde) duiven niet afgeschoten mogen worden totdat voldoende diervriendelijke methoden zijn onderzocht?


Ik heb geen aanwijzingen dat gemeenten onvoldoende maatregelen treffen om overlast van duiven op een diervriendelijke manier op te lossen. Diervriendelijke maatregelen om overlast te voorkomen, kunnen het eenvoudigst worden toegepast in de bebouwde kom, bijvoorbeeld door niet te voederen en het nestelen tegen te gaan. Verder kan de overlast geconcentreerd en beperkt worden door duiventillen op hoge plekken te plaatsen en in de duiventil de eieren door kunsteieren te vervangen.

In het buitengebied is het lastig om bovengeschreven methoden toe te passen, vandaar dat er wordt overgegaan tot afschot. Wat de beste oplossing is voor overlast veroor¬zakende verwilderde duiven is sterk afhankelijk van de lokale omstandigheden en vergt maatwerk. Ik vertrouw erop dat gemeentes hier zelf een goede afweging in maken.

5
Deelt u de mening dat de aanwezigheid van straatvuil en het bijvoeren van duiven, gecombineerd met de hoge vruchtbaarheid van deze dieren de oorzaken zijn van grote populaties in steden? Zo ja, kunt u aangeven of en op welke wijze uw beleid erop gericht is om een sterke populatiegroei te voorkomen? Zo neen, kunt u dit toelichten?

De aanwezigheid van straatvuil en het bijvoeren van duiven, gecombineerd met de hoge vruchtbaarheid van deze dieren zijn inderdaad de belangrijkste oorzaken van grote populaties in steden. Het voorkomen van overlast door verwilderde duiven is de verant¬woordelijkheid van de gemeentes. Het Kenniscentrum Dierplagen kan gemeentes hierin adviseren. Zie ook het antwoord op vraag 4.

6
Deelt u de mening dat het wegvangen en/of doden van verwilderde duiven geen duur¬zame, langetermijnoplossing vormt om overlast van grote populaties duiven tegen te gaan? Zo ja, bent u bereid om landelijk beleid te ontwikkelen voor diervriendelijk popu¬latiebeheer van verwilderde duiven? Zo neen, kunt u dit toelichten?

Het wegvangen en/of doden van verwilderde duiven zal altijd gecombineerd moeten worden met andere maatregelen, die voorkomen dat er nieuwe, grote populaties duiven ontstaan. Ik vind dat de nota Dierenwelzijn gemeentes een goed kader geeft voor het ontwikkelen van zo diervriendelijk mogelijk plaagdierbeleid. Op dit moment vind ik het niet nodig om specifieker, landelijk beleid te ontwikkelen.

7
Bent u bereid lering te trekken uit de verschillende beschikbare goede alternatieven, zoals het plaatsen van tillen op hoge daken en het vervangen van duiveneieren door kunsteitjes? Zo neen, waarom niet?

Zie het antwoord op vragen 4 en 6.


8
Bent u bereid de verleende ontheffingen te heroverwegen, dan wel in te trekken en gemeenten aan te sporen andere maatregelen te treffen, waarbij verwilderde duiven niet gedood hoeven worden? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn? Zo neen, waarom niet?

De verwilderde duif is geen beschermde soort en dit betekent dat de verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet (Ff-wet) niet van toepassing zijn. Voor afschot van verwilderde duiven is dan ook geen ontheffing nodig.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,



G. Verburg