Kamer­vragen aan de minister van LNV over insleep varkenspest door het afschieten van wilde zwijnen


Indiendatum: okt. 2009

Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over insleep varkenspest door het afschieten van wilde zwijnen

1. Kent u het bericht “Beperkt risico varkenspest via zwijnen”1?

2. Welke conclusies verbindt u aan de constatering van dhr. Loeffen dat het risico op insleep van varkenspest via wilde zwijnen klein is?

3. Welke conclusies verbindt u aan de constatering van dhr. Loeffen dat het risico op insleep door varkensboeren die gaan jagen in gebieden met besmette zwijnen groter is dan het risico op directe insleep via trekkende zwijnen?

4. Bent u bereid maatregelen te treffen om ervoor ter zorgen dat er niet meer wordt gejaagd in gebieden waar zich mogelijk besmette zwijnen bevinden om zo insleep van de varkenspest te voorkomen? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

5. Deelt u de conclusie van voormalig minister Veerman dat de meest waarschijnlijke besmettingsroute van varkenspest loopt via jagers die zowel in besmette gebieden als in onbesmette gebieden jagen2? Zo ja, bent u bereid deze jacht en/of deze jagers aan banden te leggen om insleep van varkenspest in de Nederlandse populatie wilde zwijnen te voorkomen? Zo neen, waarom niet?

1 Agrarisch dagblad, 15 oktober 2009
2 KVR16752. Antwoorden op vragen van de leden Schreijer-Pierik en Hessels (beiden CDA) aan de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij over varkenspest in de Belgisch-Duitse grensstreek.

Indiendatum: okt. 2009
Antwoorddatum: 12 nov. 2009

Geachte Voorzitter,

Hierbij stuur ik u de antwoorden op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over insleep van varkenspest door het afschieten van wilde zwijnen (ingezonden 19 oktober 2009).


Vraag 1
Kent u het bericht “Beperkt risico varkenspest via zwijnen”?¹)

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Welke conclusies verbindt u aan de constatering van de heer Loeffen dat het risico op insleep van varkenspest via wilde zwijnen klein is?

Antwoord
Het is van belang om de situatie in het grensgebied goed in de gaten te houden, omdat de gevolgen van een eventuele insleep wel groot kunnen zijn. Dit gebeurt zowel in Nederland als in de ons omringende landen via een monitorings­programma op Klassieke Varkenspest (KVP) bij wilde zwijnen. In de monitorings­programma’s worden geschoten en dood gevonden wilde zwijnen onderzocht op deze ziekte. Door middel van vaccinatie is de ziekte onder wilde zwijnen in de ons om­ringende landen reeds teruggedrongen; in gebieden waar KVP heerst, wordt nog steeds gevaccineerd. De kans op insleep van varkenspest in de wilde zwijnen­populatie door trekkende wilde zwijnen is daardoor beperkt.

Vraag 3
Welke conclusies verbindt u aan de constatering van de heer Loeffen dat het risico op insleep door varkensboeren die gaan jagen in gebieden met besmette zwijnen groter is dan het risico op directe insleep via trekkende zwijnen?

Antwoord
¹ Agrarisch Dagblad, 15 oktober 2009
Bij de insleep van dierziekten speelt de menselijke factor inderdaad vaak een rol. Bij het jagen in besmette gebieden kan het meenemen van een besmet dier een risico zijn voor de insleep van KVP.

Daarom is de jacht in het buitenland aan strikte voorwaarden gebonden. Jagers moeten zich van tevoren informeren over de dierziektesituatie in de regio waar
ze willen jagen, bijvoorbeeld door lid te worden van een plaatselijke jagers­vereniging. Er mag namelijk geen geschoten wild meegenomen worden uit gebieden waar wildziekten, zoals KVP, heersen. Hierop kan alleen een uitzonde­ring gemaakt worden als de geschoten zwijnen naar een officiële verzamel­plaats ter plaatse gaan, onderzocht worden op KVP en negatief bevonden worden. Nederlandse jagers die in het buitenland jagen, zijn van deze voorwaarden op de hoogte door de jachtcursus die voorafgaand aan het jachtexamen gegeven wordt, via doorlopende informatievoorziening vanuit de KNJV en via de wildhygiënecursus in Nederland en/of Duitsland. Jagende varkensboeren zijn bovendien vanuit hun sector goed geïnformeerd over de risico’s van KVP.

Vraag 4
Bent u bereid maatregelen te treffen om ervoor ter zorgen dat er niet meer wordt gejaagd in gebieden waar zich mogelijk besmette zwijnen bevinden om zo insleep van de varkenspest te voorkomen? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

Anwoord
Nee, ik zie geen aanleiding om aanvullende maatregelen te treffen. De boven­genoemde voorwaarden vind ik voldoende.

Vraag 5
Deelt u de conclusie van voormalig minister Veerman dat de meest waarschijnlijke besmettingsroute van varkenspest loopt via jagers die zowel in besmette gebieden als in onbesmette gebieden jagen²)? Zo ja, bent u bereid deze jacht en/of deze jagers aan banden te leggen om insleep van varkenspest in de Nederlandse populatie wilde zwijnen te voorkomen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Nee, zie mijn antwoord op vraag 3.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg