Kamer­vragen aan de minister van LNV over het verdwijnen van de koe in de wei


Kamervragen van het lid Thieme aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het verdwijnen van de koe in de wei

  1. Kent u het bericht ‘Papa waar zijn de koeien’?1
  2. Kunt u aangeven of en zo ja hoeveel voorlichters die boeren adviseren over al dan niet weiden in het kader het project van de Stichting Weidegang, afkomstig zijn van of werkzaam zijn geweest bij veevoerleveranciers? Zo neen, hoe garandeert u dat en bent u bereid de CVs van de adviseurs openbaar te maken?
  3. Kunt u aangeven waarom u de training betaalt van voorlichters van de Stichting Weidegang terwijl deze voorlichters op verzoek ook advies kunnen geven over het permanent opstallen van melkkoeien? Kunt u aangeven hoe deze opstal adviezen aan melkveehouders passen binnen uw beleid om weidegang juist te stimuleren?
  4. Deelt u de mening dat van deze voorlichters niet kan worden verwacht dat zij onafhankelijke adviezen geven over het weiden of opstallen van melkkoeien? Zo ja, welke stappen gaat u ondernemen en binnen welke termijn om onafhankelijke adviezen te garanderen? Zo neen, waarom niet en waar blijkt uit dat zij onafhankelijke adviezen verstrekken?
  5. Kunt u aangeven op welke wijze u de kwaliteit van de adviezen van deze beweidingsadviseurs beoordeelt, of evaluaties van de kwaliteit en de effecten van de adviezen plaatsvinden en welke resultaten dat tot op heden heeft opgeleverd? Zo ja, kunt u deze met ons delen? Zo neen, waarom niet en op welke wijze controleert u dan of u gemeenschapsgeld om beweiding te stimuleren op de juiste wijze inzet?
  6. Deelt u de mening dat het permanent opstallen van melkkoeien leidt tot meer krachtvoergebruik in het rantsoen en daardoor een grotere impact heeft op de ontbossing, het biodiversiteitsverlies en de concurrentie met plantaardige voedselproductie ten behoeve van mensen? Zo ja, bent u voornemens hier beleid op te ontwikkelen om ook vanuit dit perspectief weidegang te stimuleren? Zo neen, waarom niet en uit welke wetenschappelijke resultaten blijkt dat permanent opstallen niet leidt tot een verhoogd aandeel krachtvoergebruik?
  7. Deelt u de mening dat de wereldvoedselcrisis mede veroorzaakt wordt door de productie van krachtvoer ten behoeve van onder meer opgestalde koeien? Zo ja, in hoeverre acht u deze relatie aanwezig? Zo neen, waarom niet?
  8. Deelt u de mening van de onderzoekers dat de melkrobot ertoe leidt dat melkkoeien meer zullen worden opgestald? Zo ja, welk beleid gaat u ontwikkelen om het permanent opstallen van melkkoeien in geval van overschakeling op een melkrobot tegen te gaan? Zo neen, waarom niet en welk wetenschappelijk onderzoek toont dit aan?
  9. Deelt u de mening dat het huidige beleid waarin het kiezen voor weidegang wordt overgelaten aan de markt en aan de sector faalt? Zo ja, welke stappen gaat u zetten om weidegang in het beleid te verankeren? Zo neen, waarom niet en hoe verhoudt zich dit tot het alarmerende bericht dat het permanent opstallen van koeien in acht jaar tijd is verdubbeld?

(1) NRC Next, 11 april 2008

Antwoorddatum: 18 mei 2008

1
Kent u het bericht ‘Papa waar zijn de koeien’? 1)

Ja.

2
Kunt u uiteenzetten of en zo ja hoeveel voorlichters die boeren adviseren over al dan niet weiden in het kader van het project van de Stichting Weidegang, afkomstig zijn van of werkzaam zijn geweest bij veevoerleveranciers? Zo neen, hoe garandeert u dat en bent u bereid de CVs van de adviseurs openbaar te maken?

Ja, de Stichting Weidegang heeft een dertigtal senior melkveeadviseurs geselecteerd, die vanuit hun functie vaker op melkveebedrijven komen, daaronder negen adviseurs uit de diervoedersector. Daarnaast zijn er nog adviseurs uit andere sectoren zoals accountancy- en adviesbureaus en leveranciers van automatische melksystemen.
Op www.weidegangadvies.nl vindt u de bedrijven waar deze adviseurs werkzaam zijn.


3
Kunt u uiteenzetten waarom u de training betaalt van voorlichters van de Stichting Weidegang terwijl deze voorlichters op verzoek ook advies kunnen geven over het permanent opstallen van melkkoeien? Kunt u uiteenzetten hoe deze opstaladviezen aan melkveehouders passen binnen uw beleid om weidegang juist te stimuleren?

De voorlichters geven een onafhankelijk advies over weidegang in de individuele context van een ondernemer. De voorlichters hebben een training gekregen in de meest up-to-date informatie over weidegang die uit het project Koe & Wij is gekomen, een project dat overigens mede door LNV is gefinancierd.

Het project heeft concrete knelpunten voor weidegang onderzocht die voor ondernemers vaak een argument zijn om dieren op te stallen en naar mogelijkheden gezocht om toch te weiden. Door deze informatie ter beschikking te stellen aan deze voorlichters, kan de afweging voor ondernemers om op te stallen of juist de dieren te weiden gebaseerd worden op de nieuwste inzichten op het gebied van weidegang. Deze laten zien dat in moderne bedrijfssystemen weidegang beter kan dan voorheen werd mogelijk geacht en dat er voor de veehouder naast nadelen vaak grote voordelen zitten aan weidegang. Door ondernemers de keuze te laten wordt niet een bedrijfssysteem opgedrongen, maar is het daadwerkelijk een vrije keuze van ondernemers. Dit past in mijn beleid geen blauwdruk van een duurzame veehouderij aan de sector op te leggen.

4 en 5
Deelt u de mening dat van deze voorlichters niet kan worden verwacht dat zij onafhanke¬lijke adviezen geven over het weiden of opstallen van melkkoeien? Zo ja, welke stappen gaat u ondernemen en binnen welke termijn om onafhankelijke adviezen te garanderen? Zo neen, waarom niet en waar blijkt uit dat zij onafhankelijke adviezen verstrekken?

Kunt u uiteenzetten op welke wijze u de kwaliteit van de adviezen van deze beweidings¬adviseurs beoordeelt of evaluaties van de kwaliteit en de effecten van de adviezen plaatsvinden en welke resultaten dat tot op heden heeft opgeleverd? Zo ja, kunt u deze met ons delen? Zo neen, waarom niet en op welke wijze controleert u dan of u gemeen¬schapsgeld om beweiding te stimuleren op de juiste wijze inzet?

Nee, ik deel de mening dat deze voorlichters geen onafhankelijke adviezen kunnen geven niet. Er zijn harde afspraken gemaakt over de onafhankelijkheid van de voorlichters. Er wordt op de onafhankelijkheid toegezien, mede ook uit concurrentieoogpunt. Er zijn adviseurs van verschillende concurrerende bedrijven actief binnen de stichting Weide¬gang. Na de gesprekken met ondernemers wordt er steekproefsgewijs gemonitord of adviseurs onafhankelijke informatie hebben verstrekt. De voorlichters van stichting Weidegang zijn in januari 2008 begonnen met het verstrekken van adviezen aan onder¬nemers. Er kan dus op dit moment nog geen meetbaar effect verwacht worden. De geluiden die ik uit het veld ontvang, zijn zeer enthousiast. De adviezen worden ervaren als zeer nuttig. Ook kan ik melden dat er uitsluitend adviezen tot weiden zijn gegeven.

6 en 7
Deelt u de mening dat het permanent opstallen van melkkoeien leidt tot meer krachtvoer¬gebruik in het rantsoen en daardoor een grotere impact heeft op de ontbossing, het biodiversiteitsverlies en de concurrentie met plantaardige voedselproductie ten behoeve van mensen? Zo ja, bent u voornemens hier beleid op te ontwikkelen om ook vanuit dit perspectief weidegang te stimuleren? Zo neen, waarom niet en uit welke wetenschappe¬lijke resultaten blijkt dat permanent opstallen niet leidt tot een verhoogd aandeel krachtvoergebruik?


Deelt u de mening dat de wereldvoedselcrisis mede veroorzaakt wordt door de productie van krachtvoer ten behoeve van onder meer opgestalde koeien? Zo ja, in hoeverre acht u deze relatie aanwezig? Zo neen, waarom niet?

Nee, de mening dat opstallen tot meer krachtvoer gebruik leidt deel ik niet. Uit weten¬schappelijk onderzoek blijkt dat opgestalde koeien een beperkte hoeveelheid meer krachtvoer gebruiken dan dieren die geweid worden, maar er is grote variatie tussen ondernemers. Uit deze variatie concludeer ik dat het geen automatisme is om meer krachtvoer te voeren als dieren worden opgestald. Milieukundig gezien blijkt een opstalsysteem iets efficiënter, zowel de bemesting als het voer wordt efficiënter gebruikt. Ik baseer mij hier op de ASG-onderzoek “Weidegang in beweging”, en uit de gegevens die uit het project Koe & Wij komen.

8
Deelt u de mening van de onderzoekers dat de melkrobot ertoe leidt dat melkkoeien meer zullen worden opgestald? Zo ja, welk beleid gaat u ontwikkelen om het permanent opstallen van melkkoeien in geval van overschakeling op een melkrobot tegen te gaan?
Zo neen, waarom niet en op welk wetenschappelijk onderzoek baseert u deze mening?

Nee, de mening dat een automatisch melksysteem tot opstallen leidt, deel ik niet. Ondernemers maken een afweging tussen weiden en opstallen, waarbij het optimaal gebruik van het automatisch melksysteem een rol speelt. Uit ervaringen van het project Koe & Wij blijkt dat het goed mogelijk is om een bedrijfsvoering te voeren waar koeien zowel automatisch gemolken worden en tevens kunnen weiden. Ik maak u tevens attent op de innovatie van de “Natureluur” een mobiel automatisch melksysteem. Deze maakt het mogelijk om dieren die de gehele dag buiten zijn automatisch te melken. Ik zie dit als een mooi voorbeeld waar de praktijk oplossingen vind voor maatschappelijke vraag¬stukken.

9
Deelt u de mening dat het huidige beleid waarin het kiezen voor weidegang wordt overgelaten aan de markt en aan de sector faalt? Zo ja, welke stappen gaat u zetten om weidegang in het beleid te verankeren? Zo neen, waarom niet en hoe verhoudt zich dit tot het alarmerende bericht dat het permanent opstallen van koeien in acht jaar tijd is verdubbeld?

Nee, de mening dat het beleid faalt deel ik niet. De laatste cijfers van het CBS en de effectmeting van het project Koe & Wij laten een stabilisatie van het aantal opgestalde dieren in 2007 ten opzichte van 2006. Veel boeren kiezen voor een systeem waarin de dieren, in het weideseizoen, ’s nachts op stal gehouden worden en overdag naar buiten kunnen. Het is nog te vroeg om te kunnen vaststellen of er daadwerkelijk een trendbreuk heeft plaatsgevonden, maar weidegang blijft onder mijn aandacht. Ik ben voornemens om het project Koe & Wij te vervolgen, om vraagstukken die rondom weidegang spelen op te lossen.

Daarnaast ben ik verheugd dat marktpartijen samen met maatschappelijke organi¬saties initiatieven hebben genomen om weidegang onder aandacht van het grote publiek te brengen en om de consument de keuze te geven om weide-melk te kopen, om zo vorm te geven aan mijn visie om verduurzaming uiteindelijk door de maatschappij gedragen te laten zijn.


DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,

G. Verburg