Kamer­vragen aan de minister van LNV over het vangen en doden van duiven binnen de bebouwde kom


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het vangen en doden van duiven binnen de bebouwde kom

  1. Is het waar dat een woningcorporatie in Amsterdam duiven vangt met behulp van vangkooien op daken om ze vervolgens te doden in het kader van bestrijding van duivenoverlast ?
  2. Kunt u aangeven of het is toegestaan om duiven te vangen met vangkooien en deze vervolgens de nek om te draaien of de kop af te trekken?
  3. Kunt u aangeven hoe vaak en hoeveel duiven binnen de bebouwde kom worden gevangen en gedood in de verschillende Nederlandse gemeenten? Zo neen, bent bereid hiertoe een inventarisatie uit te voeren?
  4. Kunt u uiteenzetten welke methoden worden gehanteerd voor het bestrijden van duiven en welke methoden hiervan zijn toegestaan?
  5. Kunt u bevestigen dat het vangen en doden van duiven geen effectieve methode is om populaties beheersbaar te krijgen, aangezien nieuwe aanwas en voortplanting spoedig zullen zorgen voor een nieuwe populatie van minimaal dezelfde omvang? Zo ja, bent u bereid beleid te ontwikkelen om dit te voorkomen? Zo neen, waar baseert u dat op?
  6. Bent u nog steeds van mening dat methoden voor beheersing van duivenpopulaties die u in eerdere antwoorden op Kamervragen diervriendelijk heeft genoemd, binnen de bebouwde kom goed bruikbaar zijn ? Bent u bereid het gebruik van diervriendelijke methoden bij het beheersbaar maken van duivenpopulaties verplicht te stellen, in ieder geval binnen de bebouwde kom? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn? Zo neen, kunt u dit toelichten?
  7. Kunt u aangeven hoe u tot de conclusie komt dat er geen verband bestaat tussen wedstrijdvluchten met duiven en het aantal duiven in steden ?

http://www.at5.nl/nieuwsartikel.asp?newsid=39154
Aanhangsel van de Handelingen, vergaderjaar 2007-2008, nr. 2293
Aanhangsel van de Handelingen, vergaderjaar 2008-2009, nr. 693

Antwoorddatum: 12 jan. 2009

Geachte Voorzitter,

Hierbij geef ik antwoord op de schriftelijke vragen van het lid Thieme (PvdD) over het vangen en doden van duiven binnen de bebouwde kom.

  1. Is het waar dat een woningcorporatie in Amsterdam duiven vangt met behulp van vangkooien op daken om ze vervolgens te doden in het kader van bestrijding van duivenoverlast?1

    Een gespecialiseerd bedrijf heeft gedurende een bepaalde tijd duiven gevangen, in opdracht van een woningcorporatie.
  2. Kunt u uiteenzetten of het is toegestaan om duiven te vangen met vangkooien en deze vervolgens de nek om te draaien of de kop af te trekken?

    Over het toegestaan zijn van vangkooien en andere bestrijdingsmiddelen, verwijs ik naar mijn antwoord op vraag 3 van uw eerdere set vragen over hetzelfde onderwerp (Tweede Kamer, vergaderjaar 2007-2008, Aanhangsel, nr. 2891). De door u omschreven dodingsmethode is niet verboden.
  3. Kunt u uiteenzetten hoe vaak en hoeveel duiven binnen de bebouwde kom worden gevangen en gedood in de verschillende Nederlandse gemeenten? Zo neen, bent u bereid hiertoe een inventarisatie uit te voeren?

    Nee. Ik acht het uitvoeren van een inventarisatie niet nodig.
  4. Kunt u uiteenzetten welke methoden worden gehanteerd voor het bestrijden van duiven en welke methoden hiervan zijn toegestaan?

    Zie 2.
  5. Kunt u bevestigen dat het vangen en doden van duiven geen effectieve methode is om populaties beheersbaar te krijgen, aangezien nieuwe aanwas en voortplanting spoedig zullen zorgen voor een nieuwe populatie van minimaal dezelfde omvang? Zo ja, bent u bereid beleid te ontwikkelen om dit te voorkomen? Zo neen, waar baseert u dat op?

    Zie mijn antwoord op de vragen 4 t/m 6 van uw eerdere set vragen over hetzelfde onderwerp (Tweede Kamer, vergaderjaar 2007-2008, Aanhangsel, nr. 2293).
  6. Bent u nog steeds van mening dat methoden voor de beheersing van duivenpopulaties die u in eerdere antwoorden op Kamervragen diervriendelijk heeft genoemd, binnen de bebouwde kom goed bruikbaar zijn?2

    Ja.
  7. Kunt u uiteenzetten hoe u tot de conclusie komt dat er geen verband bestaat tussen wedstrijdvluchten met duiven en het aantal duiven in steden?3

    De belangrijkste oorzaken voor het aantal duiven in steden zijn andere dan wedstrijd¬vluchten. Deze oorzaken heb ik benoemd in mijn antwoord op vraag 5 van uw eerdere set vragen over hetzelfde onderwerp (Tweede Kamer, vergaderjaar 2007-2008, Aanhangsel, nr. 2293).

    DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
    VOEDSELKWALITEIT,




    G. Verburg

1http://www.at5.nl/nieuwsartikel.asp?newsid=39154
2 Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2007-2008, nr. 2293
3 Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2008-2009, nr. 693