Kamer­vragen aan de minister van LNV over het nieuwe beleids­kader Fauna­beheer (ganzen en smienten)


Vragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dierenaan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het nieuwe beleidskader Faunabeheer (ganzen en smienten)

1. Kent u het bericht 'gans kán leren waar hij mag komen' uit de Volkskrant d.d. 24-02-07?

2. Hoe beoordeelt u de uitspraak van gedeputeerde Moens in een persbericht van LTO-Noord (bijlage) waarin hij naar aanleiding van een rechterlijk verbod op de ganzen- en smientenjacht zegt “bestuurlijk ongehoorzaam te zullen handelen”en “dan maar het stoutste jongetje van de klas te willen zijn”?

3. Bent u met ons van mening dat uitspraken van de rechter gerespecteerd dienen te worden en dat bestuurlijke ongehoorzaamheid van gedeputeerden vraagt om spoedige bijstelling van het beleidskader?

4. Kunt u aangeven welke inspanningen er verricht zijn op het gebied van schadepreventie-onderzoek zoals naar het inzaaien van natuurgebieden en dijkkanten met witte klaver die de ganzen zou kunnen weghouden uit weilanden en de inzet van leermethoden om ganzen weg te houden uit bepaalde weilanden?

5. Kunt u per provincie aangeven hoeveel ganzen zijn gedood in 2006 in het kader van “verjaging”? Vindt u dat bij dergelijke aantallen nog van verjaging gesproken kan worden i.p.v bejaging?

6. Bent u van mening dat binnen het beleidskader is gekomen tot een voldoende evenwichtige verdeling van foerageergebieden voor ganzen in de verschillende provincies? Kunt u aangeven welk gebiedsoppervlakte Noord-Holland voor haar rekening neemt in relatie tot andere provincies. Bent u van mening dat de ligging in met name zuidelijk Noord-Holland voldoende soelaas biedt?

7. Bent u bereid het beleidskader spoedig te evalueren met alle betrokken partijen en de kamer daarvan verslag te doen?

BIJLAGE

Persbericht LTO Noord 21-02-07:

Persbericht: Frustraties over faunabeleid
Gedeputeerde Albert Moens is klaar met al die rechtszaken over het Faunabeleid van de provincie. Dit stelde hij op een ledenavond in Akersloot over ondermeer het flora- en faunabeleid. Naast Moens lieten tweedekamer-lid Annie Schreijer Pierik en LTO Noord-bestuurder Siemen Ruiter hun licht schijnen op de toekomstmogelijkheden van de agrariërs in het gebied, in relatie tot het beleid voor natuur en flora en fauna. De avond was georganiseerd door de LTO Noord afdelingen Noordzeekanaalgebied, Kennemerland, Land van Leeghwater, Groot Waterland en Heemskerk-Beverwijk.

De ganzen houden de gemoederen bezig, zo werd wel duidelijk. Moens uitte zijn ongenoegen over het feit dat de nieuwe regeling van de provincie Noord-Holland alweer door de rechter is afgeschoten. ,,Als ons beroep bij de Raad van State te lang op zich laat wachten word ik bestuurlijk ongehoorzaam'', kondigde hij aan. Dat houdt in dat de gedeputeerde in dat geval ontheffingen wil gaan doormachtigen aan de Faunabeheereenheid zodat die ze weer aan de agrariër kan verlenen. Dit zou dan gelden voor de gebieden waar eerder schade is geweest, de zogenaamde bekende postcodegebieden. ,,Dan zijn we maar het stoutste jongetje van de klas'', aldus een strijdbare Moens.
Schreijer pleitte voor een landelijke vrijstelling voor ganzen. LTO Noord is hier niet voor. Want als er een vrijstelling is dan krijg je geen schadevergoeding terwijl er ook dan schade is'. Harm de Jong, voorzitter van de Faunabeheereenheid (FBE) Noord-Holland stelde ziet meer in een combinatie van een Faunabeheerplan met ontheffingen voor afschot. Op de ledenavond bleek ook onrust over Natura 2000. Schreijer riep de agrariërs op om in elk geval voor 19 februari bezwaar te maken, omdat de zeggenschap in het vervolgtraject is veiliggesteld. Schreijer en ook Moens beloofden maatwerk in de verdere aanpak. Moens stelt voor een beheerovereenkomst te maken op basis van het bestaand gebruik en daarna te kijken hoe die zich verhoudt met de natuurdoelen'. Er is ook bezorgdheid over de aanleg van de ecologische hoofdstructuur en robuuste verbindingszones. Beide politici beloofden de gemaakte afspraken, die de Kamer in een motie heeft aangenomen na te komen en dat is vasthouden aan het feit dat er draagvlak bij alle partijen moet zijn. Moens kondigde aan het beleid voor de Ecologische Hoofdstructuur in de provincie te willen veranderen. Hij verwees naar de aanpak op Texel waarbij de aanwijzing van natuur is aangepast in overleg met de boeren in het gebied in combinatie met kavelruil. Het is belangrijk om eerst het overleg aan te gaan en er dan pas plannen over te maken.

Antwoorddatum: 26 mrt. 2007

Geachte Voorzitter,

Hierbij geef ik antwoord op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over het nieuwe beleidskader Faunabeheer (ganzen en smienten).

1
Kent u het bericht 'Gans kán leren waar hij mag komen'?

Ja.

2
Hoe beoordeelt u de uitspraak van gedeputeerde Moens van de provincie Noord-Holland waarin hij naar aanleiding van een rechterlijk verbod op de ganzen- en smientenjacht zegt “bestuurlijk ongehoorzaam te zullen handelen” en “dan maar het stoutste jongetje van de klas te willen zijn”?

Dit is een uitspraak van de gedeputeerde die geheel voor zijn rekening is.

3
Deelt u de mening dat uitspraken van de rechter gerespecteerd dienen te worden en dat bestuurlijke ongehoorzaamheid van gedeputeerden vraagt om spoedige bijstelling van het beleidskader?

Uitspraken van de rechter dienen gerespecteerd te worden. Thans heeft de rechtbank in Haarlem in eerste aanleg uitspraak gedaan. Tegen deze uitspraak hebben gedeputeerde staten hoger beroep ingesteld bij de Raad van State. Het is derhalve nog te vroeg om conclusies te trekken ten aanzien van het rijksbeleid terzake.

4
Kunt u aangeven welke inspanningen er verricht zijn op het gebied van schadepreventie¬onderzoek, zoals naar het inzaaien van natuurgebieden en dijkkanten met witte klaver, die de ganzen zou kunnen weghouden uit weilanden en de inzet van leermethoden om ganzen weg te houden uit bepaalde weilanden?

Het Faunafonds financiert verschillende onderzoeken naar schadepreventie. Zo laat het Faunafonds toetsen in welke mate Norit (uit turf gewonnen actieve kool) grasland onaantrekkelijk maakt voor ganzen. Ook heeft het Faunafonds opdracht verleend om het leereffect van het smaakmiddel anthraquinone in combinatie met een waarschuwings¬teken (“adversive conditioning”) te onderzoeken. In dat onderzoek wordt ook de aantrekkelijkheid van grasland ingezaaid met witte klaver meegenomen.

De eerste conclusies uit de studies zijn positief. De vervolgonderzoeken die zijn voorzien, zullen meer aandacht besteden aan de praktische toepasbaarheid van alternatieve verjaagmethodes van ganzen.

5
Kunt u per provincie aangeven hoeveel ganzen zijn gedood in 2006 in het kader van “verjaging”? Vindt u dat bij dergelijke aantallen nog van verjaging gesproken kan worden in plaats van bejaging?

In onderstaande tabel ziet u het aantal ganzen per provincie dat in het kader van verjagingacties zijn gedood.

Tabel 1: Aantallen geschoten ganzen en smienten in seizoen 2005-2006 (Noord-Holland ontbreekt in dit overzicht omdat in deze provincie afschot door een gerechtelijke uitspraak niet was toegestaan).

Afschotgegevens DR FR GR LB NB UT ZL FL GL OV ZH Totaal
Grauwe gans 146 3939 911 890 643 1874 403 4767 1209 4542 19324
Kolgans 208 20755 611 314 374 549 102 4767 3953 1601 33011
Canadese gans 62 62
Smient 4 4091 207 542 200 361 1500 6905
Soort onbekend 3 1949 48 607 588 3195
Totaal 358 28785 1732 1204 1949 1559 2485 553 10118 6111 7643 62497

In totaal zijn ruim 60.000 ganzen en smienten gedood tijdens verjagingacties. Op een totale populatie van ruim 1,5 miljoen overwinteraars is dat aandeel acceptabel. Ik verwacht overigens dat dit aandeel door het leereffect nog verder omlaag zal gaan.

6
Deelt u de mening dat binnen het beleidskader is gekomen tot een voldoende evenwichtige verdeling van foerageergebieden voor ganzen in de verschillende provincies? Kunt u aangeven welk gebiedsoppervlakte Noord-Holland voor haar rekening neemt in relatie tot andere provincies? Deelt u de mening dat de ligging in met name zuidelijk Noord-Holland voldoende soelaas biedt?

Ja. De verdeling is gebeurd op basis van het gemiddelde aantal “gansdagen” dat ganzen in de winterperiode in elk van de provincies verblijven. Het aantal gansdagen is een combinatie van het aantal ganzen en de gemiddelde verblijfsduur.

Het aan de provincie Noord-Holland toegewezen foerageergebied bedraagt circa 5.500 ha. Dit is circa 7% van het totaal van 80.000 ha. De provincie Noord-Holland heeft deze oppervlakte ook daadwerkelijk aangewezen.

Voor het aanwijzen van gebieden zijn vooraf criteria opgesteld. Deze zijn onder andere gebaseerd op het aantal ganzen in een gebied, de hoeveelheid schade die deze ganzen veroorzaken en de ligging ten opzichte van vogelrichtlijngebieden. Het is aan de provincies om op basis van deze criteria gebieden te selecteren en draagkracht te vinden bij de boeren in die gebieden. Noord-Holland heeft conform deze criteria de gebieden aangewezen.

7
Bent u bereid het beleidskader spoedig te evalueren met alle betrokken partijen en de Kamer daarvan verslag te doen?

Het beleidskader wordt op dit moment geëvalueerd. Voor de zomer ontvangt u een tussentijdse rapportage van deze evaluatie.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg