Kamer­vragen aan de minister van LNV over herten op Terschelling


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over herten op Terschelling.

  1. Kent u het bericht “Terschelling breekt hoofd over herkomst herten”?1
  2. Kent u ook het bericht “Opeens waren er reeën op Terschelling” door J. Smit e.a., waarin gesteld wordt dat de reeën “zwemmend gekomen” zouden zijn?2
  3. Is het waar dat de mysterieuze verschijning van reeën op Terschelling in 1992 vanaf aanvang de bijzondere belangstelling had van dezelfde heer Smit, jager en inmiddels voorzitter van de ‘reeënbeheerscommissie’ en initiatiefnemer van het ‘kenniscentrum reeën’ op Terschelling?
  4. Kunt u aangeven of destijds onderzoek is ingesteld naar de wijze waarop de reeën op Terschelling gekomen zijn?
  5. Deelt u het vermoeden dat dit een doelbewuste actie is geweest van jagers, zoals ook de heer Smit destijds zelf heeft bevestigd?3
  6. Kunt u aangeven of er al plannen zijn om een ‘hertenbeheerscommissie’ of een ‘kenniscentrum herten’ in te stellen op Terschelling na de ‘mysterieuze verschijning’ van herten op het eiland en is het de bedoeling dezelfde jager Smit ook in die commissie een rol zal gaan spelen?
  7. Deelt u de mening dat het vóórkomen van herten op Terschelling slechts kan wijzen op illegale uitzetting van deze soort? Zo ja, hoe beoordeelt u het illegaal uitzetten van grote hoefdieren op Terschelling en op welke wijze wilt u daarmee omgaan? Zo neen, waarom niet?
  8. Bent u bereid een totaalverbod op de jacht op reeën en herten in te stellen op Terschelling, om ofwel illegaal uitzetten van de dieren niet te honoreren met het kennelijk door sommigen gewenste jachtgenot of – in het andere geval- de wonderbaarlijke verschijning van deze diersoorten te respecteren?
  9. Deelt u de mening dat de populatiedynamiek binnen een niet bejaagde populatie grote hoefdieren bij uitstek bestudeerd zou kunnen worden in een geïsoleerd gebied als Terschelling en bent u bereid dergelijk populatieonderzoek in relatie tot niet-bejaging te laten doen door een onafhankelijk instituut? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

1 De Stentor 18 november 2008, www.destentor.nl/algemeen/binnenland/4063899/Terschelling-breekt-hoofd-over-herkomst-herten.ece
2http://www.kenniscentrum-reeen.nl/Portals/0/literatuur/capreolus/Nr56Capreolusdef.pdf
3 Leeuwarder Courant. 24-08-1993

Antwoorddatum: 8 dec. 2008

  1. Kent u het bericht “Terschelling breekt hoofd over herkomst herten”?

    Ja.
  2. Kent u ook het bericht “Opeens waren er reeën op Terschelling” door J. Smit e.a., waarin gesteld wordt dat de reeën “zwemmend gekomen” zouden zijn?

    Ja.
  3. Is het waar dat de mysterieuze verschijning van reeën op Terschelling in 1992 vanaf aanvang de bijzondere belangstelling had van dezelfde heer Smit, jager en inmiddels voorzitter van de ‘reeënbeheerscommissie’ en initiatiefnemer van het ‘kenniscentrum reeën’ op Terschelling?

    Ik kan geen uitspraak doen over de belangstelling van de heer Smit. De heer Smit was in 1992 wel voorzitter van de wildbeheereenheid.
  4. Kunt u aangeven of destijds onderzoek is ingesteld naar de wijze waarop de reeën op Terschelling gekomen zijn?

    Toentertijd is er, voor zover mij bekend, geen officieel onderzoek ingesteld. Het lijkt mij niet verstandig om uitspraken te doen op basis van vermoedens.
  5. Deelt u het vermoeden dat dit een doelbewuste actie is geweest van jagers, zoals ook de heer Smit destijds zelf heeft bevestigd?

    Zie 4.
  6. Kunt u aangeven of er al plannen zijn om een ‘hertenbeheerscommissie’ of een ‘kenniscentrum herten’ in te stellen op Terschelling na de ‘mysterieuze verschijning’ van herten op het eiland en is het de bedoeling dat dezelfde jager, de heer Smit, ook in die commissie een rol zal gaan spelen?

    Vanuit mijn ministerie zijn er in ieder geval geen plannen voor het oprichten van een beheerscommissie of kenniscentrum.
  7. Deelt u de mening dat het vóórkomen van herten op Terschelling slechts kan wijzen op illegale uitzetting van deze soort? Zo ja, hoe beoordeelt u het illegaal uitzetten van grote hoefdieren op Terschelling en op welke wijze wilt u daarmee omgaan? Zo neen, waarom niet?

    Inmiddels is het duidelijk dat deze dieren illegaal zijn uitgezet. De politie heeft met de vermeende daders gesproken en zij worden geverbaliseerd. Het uitzetten is verboden op grond van artikel 14, eerste lid, van de Flora- en faunawet. Ik zal via Dienst Regelingen bestuursdwang laten toepassen om de herten terug te laten vangen en adequaat op te laten vangen. Van jacht op herten en reeën is overigens geen sprake.
  8. Bent u bereid een totaalverbod op de jacht op reeën en herten in te stellen op Terschelling, om ofwel illegaal uitzetten van de dieren niet te honoreren met het kennelijk door sommigen gewenst jachtgenot of - in het andere geval - de wonderbaarlijke verschijning van deze diersoorten te respecteren?

    Zie 7.
  9. Deelt u de mening dat de populatiedynamiek binnen een niet bejaagde populatie grote hoefdieren bij uitstek bestudeerd zou kunnen worden in een geïsoleerd gebied als Terschelling en bent u bereid dergelijk populatieonderzoek in relatie tot niet-bejaging te laten doen door een onafhankelijk instituut? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

    Nee, dat is niet aan de orde. Edelherten komen niet op Terschelling voor. Een en ander is in lijn met de beleidslijn voor herintroducties die ik in april aan uw Kamer heb gezonden (TK 2007-2008, 31 200 XIV, nr. 215).


    DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
    VOEDSELKWALITEIT,




    G. Verburg