Kamer­vragen aan de minister van LNV over gesekst stie­rensperma


Vragen van het lid Thieme aan de minister van LNV over gesekst stierensperma

  1. Kent u het bericht ‘Fokkerijorganisatie komt met gesekst sperma’ (1) ?

  2. Is het waar dat het gesekst stierensperma dit jaar op de Nederlandse markt zal komen?

  3. Bent u van mening dat het door één bedrijf op de markt brengen van gesekst sperma kan leiden tot een verdere versmalling van de erfelijke variatie in fokvee? Zo neen, waarom niet? Zo ja, bent u bereid maatregelen te treffen om die versmalling te voorkomen en welke maatregelen gaat u nemen?

  4. Kunt u aangeven welke garanties er zijn dat de effectieve en verantwoorde populatie-omvang door aanbieders wordt aangehouden gezien het feit dat één stier tot 1 miljoen nakomelingen of meer kan verwekken?

  5. Deelt u onze zorg over de concentraties in de industrie voor genetisch materiaal van vee en het risico van een smalle genetische basis die daardoor kan optreden? Zo ja, op welke wijze wilt u verdere versmalling van de genetische basis voorkomen? Zo neen, waarom niet?

  6. Is het waar dat de markt voor KI gedomineerd wordt door slechts enkele bedrijven zoals ABS Global, Alta Genetics, Semex Alliance en Dansire International A/S? Zo ja, bent u bereid tot het treffen van maatregelen om verdere concentratie van het aanbod te voorkomen? Zo neen, kunt u aangeven hoe concentraties voorkomen kunnen worden en in welke mate de overheid hierin een verantwoordelijkheid heeft?

  7. Kunt u garanderen dat uit het buitenland afkomstig sperma niet het product mag zijn van genetisch gemanipuleerde dieren? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke wijze?

  8. Bent u bereid te komen tot wetgeving die verdere versmalling van de erfelijke variatie onder vee kan voorkomen? Zo ja, op welke wijze en termijn? Zo neen, waarom niet?

(1) D.d. 14 mei 2007 http://www.zibb.nl/landentuinbouw/veehouderij/nieuwsbericht/asp/artnr/1401919/versie/1/index.html

Antwoorddatum: 17 jun. 2007

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u de antwoorden toekomen op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over gesekst stierensperma.

1
Kent u het bericht ‘Fokkerijorganisatie komt met gesekst sperma’? 1)

Ja.

2
Is het waar dat het gesekst stierensperma dit jaar op de Nederlandse markt zal komen?

De marketingmanager van fokkerijorganisatie Alta meldt in het bewuste bericht dat de eerste gesekste Alta-stieren vóór het eind van dit jaar ook beschikbaar komen op de Nederlandse markt. Ik heb geen aanleiding of reden om deze aankondiging in twijfel te trekken. Gesekst sperma is overigens al een aantal jaren op de markt in Nederland. Een aantal KI-organisaties is (internationaal) actief op dit terrein.

3
Deelt u de mening dat het door één bedrijf op de markt brengen van gesekst sperma kan leiden tot een verdere versmalling van de erfelijke variatie in fokvee? Zo ja, bent u bereid maatregelen te treffen om die versmalling te voorkomen en welke maatregelen gaat u nemen? Zo neen, waarom niet?

Het op de markt brengen van gesekst sperma heeft geen directe invloed op het verlies of behoud van genetische variatie in de Nederlandse fokpopulatie rundvee. Verlies van genetische variatie hangt meer samen met de beslissingen die fokkerijorganisaties nemen ten aanzien van de keuze van ouderdieren voor de volgende generatie stieren (variatie in stiermoeders en stiervaders), dan of er gesekst sperma op de markt wordt gebracht of niet.

4
Kunt u aangeven welke garanties er zijn dat de effectieve en verantwoorde populatie-omvang door aanbieders wordt aangehouden gezien het feit dat één stier één miljoen nakomelingen of meer kan verwekken?

Ik vind het primair de verantwoordelijkheid van betrokken fokkerijorganisaties om toe te zien op een verantwoorde ontwikkeling van de genetische spreiding in de rundveerassen waarmee zij op dit moment fokken, en die de basis is voor de fokkerij in de toekomst. Fokkerijorganisaties zien in het algemeen het belang in van behoud van genetische variatie om te kunnen blijven anticiperen op veranderingen in markt en productie¬omstandigheden. Er is voldoende, wetenschappelijk onderbouwde kennis voorhanden, op grond waarvan betrokken organisaties het inteeltpercentage verantwoord kunnen beheersen en ik weet dat fokkerijorganisaties gebruik maken van methoden/programma¬tuur om bij de keuze van stiermoeders en stiervaders de inteelttoename te beperken.

5
Deelt u de zorg over de concentraties in de industrie voor genetisch materiaal van vee en het risico van een smalle genetische basis die daardoor kan optreden? Zo ja, op welke wijze wilt u verdere versmalling van de genetische basis voorkomen? Zo neen, waarom niet?

Ik deel uw zorg over de mogelijke risico’s van de beschikbare foktechnische mogelijk¬heden, die tot versmalling van de genetische basis kunnen leiden en ook hebben geleid. Maar ook het fokkerijbedrijfsleven is goed op de hoogte en zich bewust van deze risico’s en ik acht het capabel en professioneel om daar in hun fokkerijstrategie verantwoord mee om te gaan. Fokkerijorganisaties monitoren de ontwikkeling van het inteeltpercentage in de Nederlandse en internationale melkveestapel, op basis waarvan deze organisaties hun fokbeleid kunnen aanpassen.

Het Europese fokkerijbedrijfsleven (verenigd in EFFAB) heeft op vrijwillige basis een Code of Good Breeding Practice afgesproken, welke bijdraagt aan transparantie en zelfregule¬ring van de sector.

Ten aanzien van het behoud van genetische diversiteit in commerciële melkveerassen wordt ook reeds geruime tijd een ‘snapshot’ van de fokpopulatie opgeslagen in de genenbank, die wordt beheerd door het Centrum voor Genetische Bronnen in Nederland van Wageningen UR.

6
Is het waar dat de markt voor Kunstmatige Inseminatie gedomineerd wordt door slechts enkele bedrijven zoals ABS Global, Alta Genetics, Semex Alliance en Dansire International A/S? Zo ja, bent u bereid tot het treffen van maatregelen om verdere concentratie van het aanbod te voorkomen? Zo neen, kunt u aangeven hoe concentraties voorkomen kunnen worden en in welke mate de overheid hierin een verantwoordelijkheid heeft?

Op het gebied van melkveefokkerij zijn er inderdaad slechts een gering aantal grote fokkerijorganisaties welke wereldwijd werken, vooral dankzij de distributiemogelijkheden van sperma, eicellen en embryo’s. Daarnaast is er nog een groot aantal, veelal nationaal opererende fokkerijorganisaties en stamboeken. Fokkerijorganisaties of stamboeken zijn, voor zover hun werkterrein de Europese Unie betreft, onderworpen aan de vigerende communautaire zoötechnische regelgeving. Er is geen communautaire en/of natio¬nale regelgeving waarin de omvang of werkgebied van fokkerijorganisaties is geregeld. Daar is ook geen aanleiding toe, omdat er nog steeds voldoende concurrentie is op deze wereld¬markt voor melkveefokkerijproducten.

7
Kunt u garanderen dat uit het buitenland afkomstig sperma niet het product mag zijn van genetisch gemanipuleerde dieren? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet?

Op grond van Richtlijn 2001/18/EG inzake de doelbewuste introductie in het milieu van genetisch gemodificeerde organismen kan genetisch gemodificeerd stierensperma tot de EU-markt worden toegelaten als het veilig is bevonden voor mens en milieu. Tot nu toe zijn geen aanvragen voor EU-markttoelating van genetisch gemodificeerd stierensperma ingediend.

8
Bent u bereid te komen tot wetgeving die verdere versmalling van de erfelijke variatie onder vee kan voorkomen? Zo ja, op welke wijze en termijn? Zo neen, waarom niet?

Ontwikkeling van nieuwe wetgeving ter voorkoming van versmalling van de erfelijke variatie onder vee, in aanvulling op de bestaande Europese zoötechnische regelgeving, ligt niet voor de hand. De huidige regelgeving biedt voldoende mogelijkheden om genetische variatie in fokpopulaties te monitoren en bovendien is het werkveld van internationaal opererende fokbedrijven groter dan Europa, waardoor mondiale regels nodig zouden zijn.
In 2007 wordt door de FAO de eerste internationale technische conferentie over dierlijke genetische bronnen georganiseerd in Interlaken van 1-7 september. In deze conferentie zullen landen een Global Plan of Action voor het behoud en duurzaam gebruik van genetische diversiteit in landbouwhuisdieren vast¬stellen.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,



G. Verburg


1) http://www.zibb.nl/landentuinbouw/veehouderij/nieuwsbericht/asp/artnr/1401919/versie/1/index.html, d.d. 14 mei 2007