Kamer­vragen aan de minister van LNV over eier­con­trole


Vragen van het lid Thieme aan de minister van Landbouw, natuur en voedselkwaliteit over de eiercontrole

  1. Kent u het bericht “CBL: VWA moet controle eieren overnemen”1?
  2. Hoe beoordeelt u de constatering van CBL dat CPE faalt in haar toezicht en dat er verkeerd gestempelde eieren via de supermarkten worden aangeboden, zonder dat CPE daar adequaat toezicht op uitoefent?
  3. Bent u met de heer Roos van mening dat de VWA de meest aangewezen instantie is om toezicht uit te oefenen op de kwaliteit en herkomst van de aangeboden eieren?
  4. Bent u met de heer Roos van mening dat het CPE toezicht faalt? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke wijze bent u voornemens in te grijpen om te komen tot adequaat toezicht en bescherming van de consument?
  5. Hoe beoordeelt u de CBL uitspraak “CPE moet gewoon uit de winkels en we willen zeker niet voor de controles betalen”?
  6. Bent u bereid een zodanig systeem van controle en handhaving in te richten dat consumenten kunnen beschikken over 100% betrouwbare informatie over de herkomst van door hen aangeschafte eieren? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?
  7. Deelt u de mening dat de zware kritiek van CBL op CPE een nieuwe illustratie vormt van het falen van zelfregulering door het bedrijfsleven en een pleidooi voor serieus en onafhankelijk overheidstoezicht? Zo neen, waarom niet?

(1) Agrarisch Dagblad 17 juli 2008.

Antwoorddatum: 9 sep. 2008

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u de antwoorden toekomen op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over de eiercontrole.

  1. Kent u het bericht “CBL: VWA moet controle eieren overnemen”?1

    Ja.
  2. Hoe beoordeelt u de constatering van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) dat het controlebureau (CPE) faalt in haar toezicht en dat er verkeerd gestempelde eieren via de supermarkten worden aangeboden, zonder dat CPE daar adequaat toezicht op uitoefent?

    Het CBL is van mening dat het CPE overtredingen van de voorschriften uit de handelsnormen voor eieren, die in de supermarkten zijn geconstateerd, in de voorgaande schakels van de eierketen had moeten constateren.
    De handelsnormen zijn echter van toepassing op alle schakels van de keten. Elke schakel is dan ook zelf verantwoordelijk voor een juiste naleving en kan bij overtreding daarop worden aangesproken. Over de kwaliteit van de door een voorliggende schakel geleverde producten kunnen onderling afspraken worden gemaakt. Het is dan aan de ontvangende schakel om te controleren of de partij voldoet aan de gemaakte afspraken.
    De supermarkten, en niet het CPE, zijn derhalve zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van de eieren in de winkelschappen.
  3. Deelt u de mening van meneer Roos dat de VWA de meest aangewezen instantie is om toezicht uit te oefenen op de kwaliteit en herkomst van de aangeboden eieren?

    Het CPE is op grond van artikel 13 van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 belast met de uitvoering van het toezicht op de handelsnormen voor eieren in alle schakels van de eierketen. Zoals ik heb aangegeven in mijn antwoord van 11 juli jl. op Kamervragen van de leden Aptroot en Snijder-Hazelhoff (DL. 2008/1620) ben ik bereid, vanwege een mogelijke verbetering van de efficiëntie van de controles op de winkelvloer, binnen de huidige kaders van de Landbouwkwaliteitswet een praktische samenwerking c.q. taakverdeling tussen de VWA en het CPE nader te onderzoeken. Uitgangspunt hierbij is dat conform staand kabinetsbeleid een transparante wijze van kostentoerekening plaatsvindt en de kosten van de controles op de handelsnormen aan alle marktdeelnemers, waaronder de supermarkten, worden doorberekend. In dit verband ben ik bereid mee te denken over mogelijkheden van toezicht op controlearrangementen op basis van private kwaliteitsystemen.
  4. Deelt u de mening van meneer Roos dat het CPE-toezicht faalt? Zo neen, waarom niet?
    Zo ja, op welke wijze bent u voornemens in te grijpen om te komen tot adequaat toezicht en bescherming van de consument?

    Zie 2.
    Het CPE controleert en keurt niet elke partij eieren. Dat is fysiek onmogelijk en ook niet de taak van het CPE. Het CPE is uitsluitend verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de handelsnormen zoals neergelegd in Verordening (EG) nr. 1234/2007 in samenhang met Verordening (EG) nr. 589/2008. Het CPE ziet toe op de naleving van de handelsnormen in alle schakels van de keten, waaronder de supermarkten. Dit doet het CPE op basis van een risicobenadering. Dit betekent dat in de schakel waar naar verwachting meer overtredingen te verwachten zijn, het CPE vaker komt controleren. Daarom worden eierpakstations, afhankelijk van de omzet, jaarlijks meerdere keren gecontroleerd door het CPE, terwijl de supermarkten op dit moment één keer in de vijf jaar worden gecontroleerd. De controleplannen worden vastgesteld door het bestuur van het CPE, waar het CBL zitting in heeft. Wanneer de controleresultaten daar aanleiding toe geven, kan het CPE de controlefrequentie verhogen. Indien blijkt dat in een bepaalde schakel de naleving onder de maat is, intensiveert het CPE het toezicht. Hiermee kan echter niet worden voorkomen dat op enig moment eieren verhandeld worden die niet aan de handelsnormen voldoen. Indien dit vervolgens door het CPE geconstateerd wordt, dan treedt het CPE daartegen op.
  5. Hoe beoordeelt u de CBL-uitspraak “CPE moet gewoon uit de winkels en we willen zeker niet voor de controles betalen”?

    Zie 3.
  6. Bent u bereid een zodanig systeem van controle en handhaving in te richten dat consumenten kunnen beschikken over 100% betrouwbare informatie over de herkomst van door hen aangeschafte eieren? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

    Zie 2 en 4.
    In het licht van het bovenstaande is het CPE bevoegd bij de verschillende schakels in de eierketen een minimum aantal vooraf vastgestelde steekproefgewijze controles uit te voeren en hiervoor een kostendekkend tarief in rekening te brengen. Het toezicht op de handelsnormen voor eieren acht ik op deze wijze adequaat vormgegeven. Ik zie geen aanleiding om de inhoudelijke vormgeving van dit toezicht aan te passen.
  7. Deelt u de mening dat de zware kritiek van CBL op CPE een nieuwe illustratie vormt van het falen van zelfregulering door het bedrijfsleven en een pleidooi voor serieus en onafhankelijk overheidstoezicht? Zo neen, waarom niet?

    Nee. Er is geen sprake van zelfregulering door het bedrijfsleven. Zoals ik in het bovenvermelde antwoord op Kamervragen van de leden Aptroot en Snijder-Hazelhoff heb aangegeven, is het CPE op grond van de Landbouwkwaliteitswet aangewezen als bevoegde controle-instelling en is het in dat licht een zelfstandig bestuursorgaan. De eindverantwoordelijkheid voor de Landbouwkwaliteitswet en de uitvoering ervan ligt bij ondergetekende.

    DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
    VOEDSELKWALITEIT,




    G. Verburg

1 Agrarisch Dagblad, 17 juli 2008