Kamer­vragen aan de minister van LNV over de opkomst van de wilde wasbeerhond


Indiendatum: jul. 2007

Vragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de opkomst van de wilde wasbeerhond

1. Kent u het bericht 'Wilde wasbeerhond rukt op' (1)?

2. Kunt u aangeven welk beleid u voert ten aanzien van “nieuwe diersoorten” in ons land zoals de zeearend en de wasbeerhond? Wanneer beschouwt u een dier als (oorspronkelijk) inheems en wanneer als een “exoot”? Welke consequenties heeft dit voor het beschermings- c.q. bestrijdingsregime dat voor de betreffende diersoort wordt gehanteerd?

3. Bent u bereid de wasbeerhond bescherming te bieden? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

4. Kunt u aangeven wanneer u een dier als “schadelijk” aanmerkt? Hoe verhoudt een dergelijke kwalificatie van (nog) niet beschermde diersoorten zich tot diersoorten die wel beschermd zijn en ook schade aan kunnen richten?

5. Bent u bereid onderzoek in te stellen naar het vóórkomen van de wasbeerhond in Nederland in het verleden? Kunt u aangeven of het niet-vóórkomen van een bepaalde diersoort in het verleden automatisch tot een onbeschermde c.q. vogelvrije status zou moeten leiden van een diersoort?

6. Wanneer diersoorten die van elders komen en zich hier vestigen automatisch een onbeschermde status krijgen als “ongewenst vreemdeling”, kunt u dan aangeven waarop een dergelijke “eigen dieren eerst” opstelling is gegrond? Geldt een dergelijke afwijzing van buitenlandse invloeden ook voor zich hier vestigende “nieuwe” flora?

7. Kunt u aangeven wat op dit moment de status is van de wasbeerhond in relatie tot jagers? Mogen jachtaktehouders het dier onbeperkt en jaarrond schieten? Mogen anderen het dier zonder vergunning doden? Zo ja, waarom worden nieuwe Nederlanders in het dierenrijk op een dergelijke meedogenloze wijze tegemoet getreden?

8. Bent u bereid de wasbeerhond tenminste tijdelijk een beschermde status te verlenen, totdat meer helderheid is verkregen over de aard van de overwegingen met betrekking tot het al dan niet tegengaan van de vestiging van deze diersoort in Nederland?

(1)http://www.telegraaf.nl/binnenland/67624241/Wilde_wasbeerhond_rukt_op.html

Indiendatum: jul. 2007
Antwoorddatum: 22 aug. 2007

Geachte Voorzitter,

Hierbij geef ik antwoord op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over de opkomst van de wilde wasbeerhond.

1
Kent u het bericht “Wilde wasbeerhond rukt op”?

Ja.

2
Kunt u aangeven welk beleid u voert ten aanzien van “nieuwe diersoorten” in ons land, zoals de zeearend en de wasbeerhond? Wanneer beschouwt u een dier als (oorspronkelijk) inheems en wanneer als een “exoot”? Welke consequentie heeft dit voor het bescher¬mings- c.q. bestrijdingsregime dat voor de betreffende diersoort wordt gehanteerd?

De deelnemende landen aan het Biodiversiteitsverdrag - waaronder ook Nederland - hebben met elkaar vastgesteld dat invasieve exoten, na habitatverlies en exploitatie, de grootste bedreiging voor biodiversiteit zijn. In artikel 8, onderdeel h, van dit verdrag is opgenomen dat landen verplicht zijn om beleid te ontwikkelen waarmee de introductie van soorten, die inheemse soorten of ecosystemen kunnen bedreigen, wordt voorkomen.

Ik geef invulling aan deze internationale verplichting door beleid te ontwikkelen dat de inheemse biodiversiteit tegen invasieve exoten beschermt. Een exoot die zich eenmaal heeft gevestigd, is zeer moeilijk weg te krijgen. Het zwaartepunt van het te voeren beleid zal daarom gericht zijn op het voorkomen van introducties van nieuwe soorten. Als dat niet gelukt is, zal het beleid gericht zijn op het nemen van maatregelen als de populaties nog klein en beheersbaar zijn.


Mijn beleid ten aanzien van “nieuwe diersoorten” hangt af van de verwachte effecten van de introductie van deze nieuwe diersoort voor de biodiversiteit, economie en veiligheid.
Ik hanteer hierbij het onderstaande afwegingskader.

Ten eerste geldt als vuistregel dat van dieren die op eigen kracht Nederland kunnen bereiken, bijvoorbeeld door het verbinden van natuurgebieden of klimaatverandering, minder schade te verwachten is dan van soorten die door direct menselijke handelen (transport, infrastructuur) in Nederland geïntroduceerd worden.

Ten tweede maak ik onderscheid naar het al dan niet oorspronkelijk voorkomen van dier¬soorten in Nederland en Europa.Voor de zeearend geldt dat deze oorspronkelijk in heel Europa voorkwam. De zeearend is dus eigenlijk naar Nederland teruggekomen. De was¬beerhond komt van origine uit Zuidoost-Azië en ik beschouw de wasbeerhond daarom als een exoot. Wasbeerhonden die ontsnapten uit de pelsdierfokkerijen in Oost-Europa heb¬ben zich daar kunnen vestigen en komen nu op eigen kracht naar Nederland. De zeearend wordt daarom wettelijk beschermd door de Flora- en faunawet, de wasbeerhond niet.

3
Bent u bereid de wasbeerhond bescherming te bieden? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

Nee, ik wil uitheemse soorten geen beschermde status geven. Een uitzondering zou onder andere mogelijk zijn als de uitheemse soorten wereldwijd in hun voortbestaan worden bedreigd, en geen verstoring opleveren van inheemse ecosystemen. Dit is in het geval van de wasbeerhond niet aan de orde. In de hierboven beschreven uitzonderingsgevallen kan ik overwegen om op grond van artikel 5 van de Flora- en faunawet een uitheemse soort als beschermde soort aan te wijzen. Zie verder mijn antwoord op vraag 2 over mijn beleid ten aanzien van nieuwe diersoorten.

4
Kunt u aangeven wanneer u een dier als “schadelijk”aanmerkt? Hoe verhoudt een derge¬lijke kwalificatie van (nog) niet beschermde diersoorten zich tot diersoorten die wel beschermd zijn en ook schade aan kunnen richten?

Een exotisch dier is schadelijk als dit dier de inheemse biodiversiteit bedreigt. Verder kunnen zowel inheemse als exotische dieren economische schade toebrengen aan bijvoor¬beeld de landbouw. Beschermde dieren die veel schade toebrengen aan bijvoorbeeld gewassen mogen bestreden worden om landbouwschade te voorkomen. Bij deze be¬schermde dieren moet dan echter wel de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd zijn. Voor exotische die dieren die schadelijk zijn voor de inheemse biodiversiteit of de landbouw wordt een nulstand nagestreefd.

5
Bent u bereid onderzoek in te stellen naar het vóórkomen van de wasbeerhond in Nederland in het verleden? Kunt u aangeven of het niet-vóórkomen van een bepaalde diersoort in het verleden automatisch tot een onbeschermde c.q. vogelvrije status zou moeten leiden van een diersoort?

Onderzoek is overbodig aangezien reeds vaststaat dat de wasbeerhond van oorsprong uit Zuidoost-Azië komt.
Het niet-vóórkomen van een bepaalde diersoort in het verleden hoeft, zeker op de lange termijn, niet in alle gevallen tot een onbeschermde status te leiden. Zie het afwegings¬kader dat ik heb geschetst bij antwoord 2 en 3.

6
Indien diersoorten die van elders komen en zich hier vestigen automatisch een onbe¬schermde status krijgen als “ongewenste vreemdeling”, kunt u aangeven waarop een dergelijke “eigen dieren eerst”-opstelling is gegrond? Geldt een dergelijke afwijzing van buitenlandse invloeden ook voor zich hier vestigende “nieuwe” flora?

Zie het afwegingskader dat ik heb geschetst bij antwoord 2 en 3. Voor exotische planten gelden dezelfde overwegingen als voor exotische dieren.

7
Kunt u aangeven wat op dit moment de status is van de wasbeerhond in relatie tot jagers? Mogen jachtaktehouders het dier onbeperkt en het hele jaar door schieten? Mogen anderen het dier zonder vergunning doden? Zo ja, waarom worden nieuwe Nederlanders in het dierenrijk op een dergelijke meedogenloze wijze tegemoet getreden?

Als een niet van nature in Nederland voorkomend zoogdier ontbreekt de wasbeerhond op de lijsten met beschermde soorten van de Flora- en faunawet. In principe mag iedereen die in het bezit is van een jachtakte en toestemming heeft van de grondeigenaar deze dieren doden.

8
Bent u bereid de wasbeerhond tenminste tijdelijk een beschermde status te verlenen, totdat meer helderheid is verkregen over de aard van de overwegingen met betrekking tot het al dan niet tegengaan van de vestiging van deze diersoort in Nederland?

Nee, zie mijn antwoord op vraag 3.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer