Kamer­vragen aan de minister van LNV over de bescherming van weide­vogels in het broed­seizoen


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de bescherming van weidevogels in het broedseizoen

  1. Kent u het artikel ‘Massaal ‘in overtreding’: voor maaien is eigenlijk ontheffing nodig’1 ?
  2. Deelt u de zorg over de slechte situatie van de weidevogelstand? Zo ja, kunt u aangeven welke plannen u heeft om de weidevogelstand beter te beschermen en substantieel te verbeteren? Zo nee, waarom niet en vindt u het acceptabel dat veel jonge weidevogels het vroege maaien niet overleven?
  3. Deelt u de mening dat op grond van de verboden die zijn gesteld in artikel 10 (dat regelt dat weidevogels en andere beschermde dieren, niet opzettelijk mogen worden gestoord) en 11 (dat regelt dat ook hun nesten niet mogen worden verstoord of weggenomen) van de Flora- en faunawet een ontheffing is vereist voordat er gemaaid mag worden op percelen waar vogels nestelen? Zo ja, kunt u aangeven wanneer u handhavend gaat optreden tegen het niet aanvragen door boeren van deze ontheffingen? Zo nee, waarom niet?
  4. Wanneer verwacht u dat de gedragscode voor maaiwerkzaamheden van de LTO afgerond is? Vindt u het acceptabel dat de LTO het opstellen van deze gedragscode keer op keer uitstelt, en nu zegt te wachten op de evaluatie van de natuurwetgeving? Zo ja, waarom? Zo nee, wat gaat u hieraan doen?
  5. Kunt u aangeven hoe u waarborgt dat deze gedragscode een goede bescherming biedt aan de weidevogels in het broedseizoen, en handhaafbaar en uitvoerbaar is? Kunt u ook aangeven welke maatregelen u gaat nemen voorafgaand aan inwerkingtreding van een gedragscode?
  6. Kunt u aangeven op welke wijze u erop toeziet dat boeren die subsidies ontvangen in het kader van agrarisch natuurbeheer zich houden aan de regels, op zodanige wijze dat jonge vogels niet levend vermalen worden door de maaimachines?
  7. Kunt u aangeven hoe de Gedragscode Flora- en faunawet van de Unie van Waterschappen voor beheerswerkzaamheden functioneert? Biedt deze een goede bescherming aan de vogels, en kunt u aangeven in hoeverre de gedragsregels, zoals maaien na 15 juli, worden nageleefd?

1 Massaal 'in overtreding': voor maaien is eigenlijk ontheffing nodig

Antwoorddatum: 14 jul. 2009

Geachte Voorzitter,

Hierbij treft u aan mijn antwoord op vragen van het lid Thieme (PvdD) over de bescherming van weidevogels in het broedseizoen (ingezonden 24 juni 2009).

Vraag 1
Kent u het artikel “Massaal ‘in overtreding’: voor maaien is eigenlijk ontheffing nodig”?

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Deelt u de zorg over de slechte situatie van de weidevogelstand? Zo ja, kunt u uiteenzetten welke plannen u heeft om de weidevogelstand beter te beschermen en substantieel te verbeteren? Zo nee, waarom niet en vindt u het acceptabel dat veel jonge weidevogels het vroege maaien niet overleven?

Antwoord
Het is bekend dat de weidevogelstand achteruit gaat en dat dit komt door verschillende factoren. Ik werk er samen met andere partijen aan om dit tegen te gaan. De afgelopen jaren is door het weidevogelverbond intensief aandacht besteed aan het verbeteren van de stand van weidevogels. Hierdoor is de kennis rond het beheer van weidevogellandschappen sterk toegenomen. Sleutel tot successen ligt in een gebiedsgerichte aanpak, gericht op de weidevogels en in nauwe samenwerking tussen de beheerders en grondgebruikers in het betreffende gebied. In 2009 is het voortouw in de regie op het weidevogelbeleid overgegaan van Rijk naar provincies. De verworven inzichten in het beheer van weidevogel­landschappen worden door de provincies verwerkt in het nieuwe Subsidiestelsel Natuur en Landschap, ter vervanging van het huidige Programma Beheer.

Vraag 3
Deelt u de mening dat op grond van de verboden die zijn gesteld in artikel 10 (dat regelt dat weidevogels en andere beschermde dieren niet opzettelijk mogen worden gestoord) en 11 (dat regelt dat ook hun nesten niet mogen worden verstoord of weggenomen) van de Flora- en faunawet een ontheffing is vereist voordat er gemaaid mag worden op percelen waar vogels nestelen? Zo ja, kunt u uiteenzetten wanneer u handhavend gaat optreden tegen het niet aanvragen door boeren van deze ontheffingen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Ook bij het maaien van gras op percelen waar vogels nestelen moet de Flora- en faunawet in acht worden genomen. Dit betekent dat de maaiwerkzaamheden zo moeten worden uitgevoerd dat de verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet niet worden overtreden. Daartoe zijn volop mogelijkheden, bijvoorbeeld door de maaiwerkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen, of voorafgaand aan het maaien zich te vergewissen van de aanwezigheid van vogels, hun nesten, eieren of jongen en daarmee rekening te houden. Er is in dat geval geen ontheffing nodig.
De mogelijkheden om in dit soort gevallen voor vogels ontheffing te verlenen van deze verbodsbepalingen zijn overigens zeer beperkt.
Indien er bij het maaien sprake is van het overtreden van de verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet kan in voorkomend geval handhavend worden opgetreden.

Vraag 4 en 5
Wanneer verwacht u dat de gedragscode voor maaiwerkzaamheden van de LTO afgerond is? Vindt u het acceptabel dat de LTO het opstellen van deze gedrags­code keer op keer uitstelt, en nu zegt te wachten op de evaluatie van de natuur­wetgeving? Zo ja, waarom? Zo nee, wat gaat u hieraan doen?

Kunt u uiteenzetten hoe u waarborgt dat deze gedragscode een goede bescherming biedt aan de weidevogels in het broedseizoen, en handhaafbaar en uitvoerbaar is? Kunt u ook uiteenzetten welke maatregelen u gaat nemen voorafgaand aan de inwerkingtreding van een gedragscode?

Antwoord
Zowel het opstellen van een gedragscode als het werken daarmee gebeurt op basis van vrijwilligheid.
Ik heb LTO gestimuleerd om een concept-gedragscode op te stellen èn om aan de hand van een praktijktoets met de concept-gedragscode na te gaan of deze werkbaar is voor de sector.
Zo lang er geen zicht is op een concrete gedragscode waarvoor ook draagvlak bestaat, kan ik geen uitlatingen doen over de effectiviteit, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid ervan.

Vraag 6
Kunt u uiteenzetten op welke wijze u erop toeziet dat boeren die subsidies ontvangen in het kader van agrarisch natuurbeheer zich houden aan de regels, op zodanige wijze dat jonge vogels niet levend vermalen worden door de maai­machines?

Antwoord
De voorwaarden zoals opgenomen in de Flora- en faunawet gelden te allen tijde, onafhankelijk of deze zijn opgenomen in de subsidievoorwaarden voor agrarisch natuurbeheer. Bij overtreding van deze verbodsbepalingen kan handhavend worden opgetreden (zie ook mijn antwoord op vraag 3).

Vraag 7
Kunt u uiteenzetten hoe de Gedragscode Flora- en faunawet van de Unie van Waterschappen voor beheerswerkzaamheden functioneert? Biedt deze een goede bescherming aan de vogels, en kunt u uiteenzetten in hoeverre de gedragsregels, zoals maaien na 15 juli, worden nageleefd?

Antwoord
De Gedragscode Flora- en faunawet van de Unie van Waterschappen hanteert wat betreft maaiwerkzaamheden de stelregel dat op plaatsen waar onder andere vogels verwacht worden, het waterschap maaidatum en maaimethode afstemt op de instandhouding van deze soorten. Daartoe worden maaiwerkzaamheden bij voorkeur uitgevoerd na 15 juli en voor 15 maart. In afwijking van deze data kunnen maaiwerkzaamheden vanaf 1 juni worden uitgevoerd, mits tijdens de werkgang goed wordt gelet op broedende vogels, hun nesten, eieren en jongen.

Ik heb de Gedragscode Flora- en faunawet van de Unie van Waterschappen goedgekeurd omdat bovenomschreven maatregelen wat betreft het maaien van kruidachtige vegetaties op bermen, dijken en schouwpaden naar mijn mening voldoende bescherming aan broedende vogels en hun nog niet vliegvlugge jongen biedt.
In 2008 heeft de Algemene Inspectiedienst controles uitgevoerd bij 26 van de 27 waterschappen. Daarbij is geconstateerd dat de Gedragscode Flora- en faunawet van de Unie van Waterschappen bij alle waterschappen zeer serieus genomen en breed gedragen wordt.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg