Kamer­vragen aan de minister van LNV over de bescherming van de grutto


Vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de minister van LNV over de bescherming van de grutto

  1. Kent u het bericht “weidevogelbescherming tragisch lek” van de website van Vroege Vogels 1)?

  2. Kunt u aangeven hoe de “zorgplicht” zich verhoudt tot het uitmaaien van nesten of gebieden met jonge weidevogels zoals grutto’s? Welke controle is er op dergelijk uitmaaien en welke sancties staan er op het schaden van de belangen van beschermde vogels zoals de grutto? Hoe vaak zijn die sancties in het afgelopen jaar opgelegd?

  3. Bent u bereid te komen tot een landelijke afstemming van provinciaal beleid ter bescherming van weidevogels, waarbij erop toegezien wordt dat er bij de verlening van subsidies niet slechts sprake is van een tijdelijke inspanningsverbintenis, maar de steun ook gerelateerd wordt aan het uiteindelijk broed/beschermingsresultaat?

  4. Bent u bereid onderzoek te initiëren of te stimuleren naar manieren om subsidies op het gebied van weidevogelbeheer effectiever in te zetten voor daadwerkelijke bescherming van weidevogels? Zo ja, op welke termijn en op welke wijze? Zo neen, waarom niet?

  5. Bent u van mening dat verstoring van het leefgebied van beschermde vogels als de grutto tijdens de broedtijd of in de tijd waarin jongen moeten worden grootgebracht een strafbare daad is? Zo neen, waarom niet? Zo ja, bent u bereid maatregelen te treffen die ertoe leiden dat vaker tot vervolging wordt overgegaan in voorkomende gevallen? Bent u bereid het aantal FTE’s van de AID hiertoe verder uit te breiden?

(1) http://vroegevogels.vara.nl/portal?_scr=news_newsitem1&id=276013 4 mei 2007; http://www.destentor.nl/hardenberg/article1378561.ece Stentor

Antwoorddatum: 7 jun. 2007

Geachte voorzitter,

Hierbij doe ik u toekomen, het antwoord op de vragen gesteld door het lid Thieme (PvdD) over de bescherming van de grutto.

1.

Kent u de berichten over de bescherming van weidevogels?

Ik heb kennis genomen van het artikel “Weidevogelbescherming tragisch lek” op de website van “Vroege Vogels”

2.

Kunt u aangeven hoe de “zorgplicht” zich verhoudt tot het uitmaaien van nesten of gebieden met jonge weidevogels, zoals grutto’s? Welke controle is er op dergelijk uitmaaien en welke sancties staan er op het schaden van de belangen van beschermde vogels zoals de grutto? Hoe vaak zijn die sancties in het afgelopen jaar opgelegd?

5.

Bent u van mening dat verstoring van het leefgebied van beschermde vogels als de grutto tijdens de broedtijd of in de tijd, waarin jongen moeten worden grootgebracht, een strafbare daad is? Zo neen, waarom niet? Zo ja, bent u bereid maatregelen te treffen die ertoe leiden dat vaker tot vervolging wordt overgegaan in voorkomende gevallen? Bent u bereid het aantal fte’s van de Algemene Inspectiedienst hiertoe verder uit te breiden?

Het doden of verwonden van onder ander beschermde vogels is een overtreding van artikel 9 van de Flora- en faunawet. Het verstoren van nesten is een overtreding van

artikel 11 van de Flora- en faunawet. De Flora- en faunawet geldt voor iedere burger van Nederland. De bepalingen 9 en 11 uit de Flora- en faunawet maken onderdeel uit van de crosscompliance (voorwaarden voor agrariërs voor het verkrijgen van inkomenstoeslagen uit de eerste pijler van het Europese Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB)). Overtreding van deze bepalingen uit de Flora- en faunawet kan leiden tot strafrechtelijke boetes. Daarnaast kan het voor agrariërs ook nog eens leiden tot korting op de inkomens¬toeslagen uit de eerste pijler van het GLB. De Algemene Inspectie Dienst (AID) voert jaarlijks 800 controles uit op het gebied van crosscompliance.

Tot nu toe zijn nog geen overtredingen geconstateerd en daardoor ook geen sancties opgelegd. Gezien het artikel “Weidevogelbescherming tragisch lek” op de website van “Vroege Vogels” bezie ik of het gesignaleerde geval juist is en zo ja of dit een incident is of vaker zou kunnen voorkomen en wat dit betekent voor de controles door de AID. Verder treed ik in overleg met Natuurlijk Platteland Nederland, de organisatie die de belangen behartigt van agrariërs die vergoedingen ontvangen voor weidevogelbeheer, om preventief soortgelijke situaties te voorkomen, mochten deze bestaan. Daarnaast werkt de Land- en Tuinbouw Organisatie aan het opstellen van een gedragscode weidevogels voor agrariërs, als nadere uitwerking van de Flora- en faunawet. Tot slot werken de regiegroep Weidevogelverbond en de kenniskring weidevogellandschap aan een groeiend bewustzijn bij agrariërs over de omgang met weidevogels in combinatie met de agrarische onderneming.

3.

Bent u bereid te komen tot een landelijke afstemming van provinciaal beleid ter bescherming van weidevogels, waarbij erop toegezien wordt dat er bij de verlening van subsidies niet slechts sprake is van een tijdelijke inspanningsverbintenis, maar de steun ook gerelateerd wordt aan het uiteindelijk broed- en beschermingsresultaat?

Op 15 juni 2006 hebben alle bij weidevogels betrokken instanties – Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, terreinbeheerders, natuurorganisaties, organisaties voor agrariërs en kennisinstellingen - onder de gezamenlijke noemer van regiegroep Weidevogelverbond het actieprogramma ‘Een rijk weidevogellandschap’ gepresenteerd. Doel van dit actieprogramma is het stoppen van de achteruitgang van het aantal weide¬vogels in 2010 en het daarna realiseren van een stijgende tendens. Een van de acties uit het actieprogramma is zorgdragen dat bestaande en nieuwe subsidiestromen effectiever worden ingezet om de populatie in stand te houden door middel van beheer van het landschap. Tot voor kort was het Rijk hiervoor verantwoordelijk, maar met ingang van het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) staan provincies aan de lat voor de omvorming van het instrumentarium programma beheer. Naast deze bestaande ILG-budgetten streeft LNV met haar partners naar vergroting van de beschikbare middelen om het areaal met voor weidevogels gunstig mozaiekbeheer uit te kunnen breiden. In IPO verband vindt landelijke afstemming al plaats. De regiegroep Weidevogelverbond is hierbij vertegen¬woordigd en levert bouwstenen aan provincies voor effectiever beheer van het weide¬vogellandschap ten behoeve van de instandhouding van de weidevogelpopulatie.

Bij het verlenen van subsidies denk ik op dit moment niet aan het koppelen van inspan¬ningsverplichting van het beheer aan aantallen weidevogels. De reden hiervoor is dat het aantal weidevogels in een gebied afhankelijk is van diverse factoren (weersomstandig¬heden, openheid van het landschap, predatie, e.d.) en niet volledig afhankelijk is van de beheerder. Wel worden de effecten gemonitored teneinde te bepalen of het instrumen¬tarium effectief is.

4.

Bent u bereid onderzoek te initiëren of te stimuleren naar manieren om subsidies op het gebied van weidevogelbeheer effectiever in te zetten voor daadwerkelijke bescherming van weidevogels? Zo ja, op welke termijn en op welke wijze? Zo neen, waarom niet?

Naast de regiegroep Weidevogelverbond heeft mijn voorganger in 2006 de kenniskring weidevogellandschap opgericht, bestaande uit een breed samengestelde groep mede¬werkers van beheerders, onderzoekers, beleidsmakers en kennisintermediairen. Doel van de kenniskring is kennis genereren en verspreiden ten behoeve van de instandhouding van de weidevogelpopulatie. Aangezien de kennisleemten zich met name voordoen op het gebied van optimaal beheer, wordt het meeste onderzoek reeds op dit terrein geïnitieerd. De eerste resultaten verwacht ik na de zomer.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN

VOEDSELKWALITEIT,




G. Verburg