Kamer­vragen aan de minister van LNV over bont­pro­ducten


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over bontproducten

1. Kunt u 1 jaar na het Europese besluit tot een importverbod op honden en kattenbont aangeven of de verkoop van honden- en kattenbont in Nederland definitief is beëindigd? Zo ja, waaraan ontleent u deze zekerheid? Zo neen, waarom niet?

2. Kunt u aangeven hoe vaak bontproducten aan de grens gecontroleerd zijn op hun herkomst in het afgelopen jaar, gelet op het nieuw ingevoerde importverbod? Zo ja, kunt u specifiek zijn in uw antwoord? Zo neen, waarom niet?

3. Bent u op de hoogte van de SIAM methode om bontproducten exact tot hun herkomst te herleiden en kunt u aangeven of deze methode ook gehanteerd wordt door de Nederlandse douane en VWA bij de opsporing van honden- en kattenbont? Zo ja, wanneer en waar is de SIAM methode in Nederland ingezet bij de opsporing van honden- en kattenbont en met welk resultaat? Zo neen, waarom niet?

4. Is het waar dat kleding die wordt verkocht als ‘imitatiebont’ in werkelijkheid kan bestaan uit bewerkt echt bont (met b.v. teflon en polymeren), dat bij oppervlakkige controle geen verschil met imitatiebont kan worden vastgesteld? Zo ja, bent u bereid de opsporing en handhaving op dit punt te verscherpen? Zo neen, welke zekerheid kunt u daarover bieden?

5. Bent u bereid een etiketteringsplicht in te voeren voor kleding waarin echt bont verwerkt is, waarin een verplichting tot exacte herkomstduiding is opgenomen, bij gebreke waarvan zware straffen kunnen worden opgelegd? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

6. Deelt u de mening dat de keuzevrijheid van de consument ernstig onder druk komt te staan wanneer consumenten niet zelf eenvoudige wijze kunnen vaststellen of een product echt bont bevat? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u hier verandering in brengen? Zo neen, waarom niet?

Antwoorddatum: 3 feb. 2010

Geachte Voorzitter,


Hierbij stuur ik u de antwoorden op vragen van het lid Thieme (PvdD) over bontproducten die zijn ingezonden op 22 december 2009.


Vraag 1
Kunt u een jaar na het Europese besluit tot een importverbod op honden en kattenbont uiteenzetten of de verkoop van honden- en kattenbont in Nederland definitief is beëindigd? Zo ja, waaraan ontleent u deze zekerheid? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) verricht inspecties inzake honden- en kattenbont. Bij de VWA bestaat het sterke vermoeden dat producten gemaakt van honden- en kattenbont niet op de Nederlandse markt worden verhandeld. De VWA ontleent dit vermoeden aan onderzoek dat in 20051, 20062 en recentelijk in 2009 is uitgevoerd. Het onderzoek naar het voorkomen van honden- en kattenbont dat in 2009 is uitgevoerd, is nog niet gerapporteerd, maar de resultaten zijn al wel bekend: van 41 monsters bevatten 13 monsters konijnenbont en bij 28 monsters bestaan de vezels uit kunststof.

1 Marktverkenning naar de aanwezigheid van honden- en kattenbont op de Nederlandse
markt. (bijlage bij Kamerstukken II, 2005/06, 28 286, nr. 25).

2 Resultaten marktverkenning naar de aanwezigheid van honden- en kattenbont (in kleding)
op de Nederlandse markt, deel 2 (bijlage bij Kamerstukken II, 2005/06, 28286, nr. 28).


Vraag 2
Kunt u toelichten hoe vaak bontproducten aan de grens gecontroleerd zijn op hun herkomst in het afgelopen jaar, gelet op het nieuw ingevoerde importverbod? Zo ja, kunt u specifiek zijn in uw antwoord? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Ten aanzien van dit onderwerp is een tweesporenbeleid gevoerd.

Op verzoek van de VWA heeft de douane in haar reguliere controles de inspectie op honden- en kattenbont meegenomen. Indien er twijfel aan de herkomst van bontproducten bestond, zou de VWA geïnformeerd worden door de douane. In 2009 is er bij de VWA geen melding geweest vanuit de douane. Door deze aanpak was het mogelijk om een relatief groot aantal partijen bij binnenkomst te screenen.

Anderzijds heeft de VWA zelf bij haar importcontroles gezocht naar honden- en kattenbont. Er is in 2009 één melding geweest over een partij die in Nederland ingevoerd werd en waar mogelijk honden- of kattenbont in aanwezig was. Nader onderzoek naar deze partij heeft uitgewezen dat het geen bont betrof.

De beschrijving bont werd gehanteerd voor bont gemaakt van de kunstvezel acryl.

Vraag 3
Bent u op de hoogte van de SIAM-methode¹) om bontproducten exact tot hun herkomst te herleiden, en kunt u uiteenzetten of deze methode ook gehanteerd wordt door de Nederlandse douane en de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) bij de opsporing van honden- en kattenbont? Zo ja, wanneer en waar is de SIAM-methode in Nederland ingezet bij de opsporing van honden- en kattenbont en met welk resultaat? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Ja, ik ben op de hoogte van de SIAM-methode. De VWA maakt hier ook gebruik van. In 2006 is deze methode een vijftal keren ingezet om te bevestigen of er sprake was van honden- of kattenbont. In alle vijf gevallen bleek het niet om honden- of kattenbont te gaan.

De VWA heeft deze methode niet zelf in huis, maar gebruikt hiervoor een extern laboratorium in de Duitse stad Saarbrücken.

In 2009 is deze analyse naar herkomst van bont niet gedaan, omdat er geen monsters aangetroffen zijn waarvoor bevestiging door middel van de SIAM-methode noodzakelijk was.

Vraag 4
Is het waar dat kleding die wordt verkocht als ‘imitatiebont’ in werkelijkheid kan bestaan uit bewerkt echt bont (met bv. teflon en polymeren), en dat bij oppervlakkige controle geen verschil met imitatiebont kan worden vastgesteld? Zo ja, bent u bereid de opsporing en handhaving op dit punt te verscherpen? Zo nee, welke zekerheid kunt u daarover bieden?

Antwoord
De praktijk dat echt bont bewerkt wordt tot imitatiebont, is mij niet bekend. Indien dergelijke bewerkte partijen worden gesignaleerd, zullen deze worden onderzocht.

1 Species identification of Animals by Maldi-tof mass spectomatry

Vraag 5
Bent u bereid een etiketteringsplicht in te voeren voor kleding waarin echt bont verwerkt is, waarin een verplichting tot exacte herkomstduiding is opgenomen, bij gebreke waarvan zware straffen kunnen worden opgelegd? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

Vraag 6
Deelt u de mening dat de keuzevrijheid van de consument ernstig onder druk komt te staan wanneer consumenten niet zelf op eenvoudige wijze kunnen vaststellen of een product echt bont bevat? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u hier verandering in brengen? Zo nee, waarom niet?

Antwoorden vraag 5 en 6
Voor het antwoord op deze vragen verwijs ik u naar mijn brief van 25 november 2009 (Kamerstukken II, 2009/10, 30 826, nr. 27).



DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN

VOEDSELKWALITEIT,









G. Verburg