Kamer­vragen aan de minister van LNV over afschot van 325 damherten in de Kop van Schouwen (vervolg)


Indiendatum: dec. 2008

  1. Kunt u aangeven, ten aanzien van de verkeersveiligheid, waarom u in uw beantwoording aangeeft dat de provincie Zeeland, alvorens tot ontheffingverlening over te gaan, alle mogelijke alternatieven heeft onderzocht en voor zover mogelijk heeft uitgevoerd, terwijl de preventieve maatregelen die het bureau Alterra noemt níet in het gebied zijn uitgevoerd, te weten:

    - snelheidsbeperkende maatregelen op de N57 en N59: er zijn geen wildwaarschuwingsborden geplaatst evenmin als borden met lagere maximumsnelheid, er zijn geen of slechts zeer weinig wildspiegels waarvan Alterra overigens opmerkt dat wildspiegels daar niet volstaan;
    - snelheidsbeperkende maatregelen op de kleinere wegen: deze zijn niet genomen. Waterschapswegen zijn vrijwel overal 60 km/uur wegen, en zo ook in het betreffende gebied. Er staan geen wildwaarschuwingsborden of borden met een lagere maximumsnelheid. Ook zijn geen snelheidsbeperkende maatregelen genomen, zoals wegversmallingen, drempels e.d.;
    - infrarood detectiesysteem op plaatsen waar de risico’s aantoonbaar groter zijn (hotspots): deze zijn niet geplaatst;
    - het ’s nachts afsluiten van de Vroonweg en Strandweg voor gemotoriseerd verkeer: dit is niet gebeurd;
    - het inrichten van bermen op een wijze waardoor goed zicht op eventueel overstekende dieren aanwezig is: het tegenovergestelde is gebeurd. Er zijn nu op veel plaatsen in de bebossing langs de wegen grote gaten die als onoverzichtelijke oversteekplaats fungeren voor de damherten.
    Kunt u aangeven waarom deze alternatieven niet zijn toegepast alvorens over te gaan tot het toestaan van afschot? Zo neen, waarom niet?
  2. Kunt u aangeven hoe u een weg waarvan reeds vóór het verschijnen van het Alterra-rapport in 2005 door de gemeenteraad (2003) is besloten te verwijderen om redenen van vooral waterhuishouding en verkeersveiligheid, in verband kunt brengen met maatregelen ter beperking van vermeende verkeersonveiligheid als gevolg een populatie damherten op dit moment ? Zo neen, waarom niet?
  3. Kunt u aangeven hoe het te verantwoorden is ontheffing ingevolge de Flora- en faunawet te verlenen voor afschot van damherten binnen een natuurgebied, terwijl preventieve maatregelen in het kader van overlast en verkeersveiligheid niet zijn genomen? Zo neen, waarom niet?
  4. Kunt u aangeven hoe het te verantwoorden is ontheffing te verlenen voor afschot van damherten binnen een natuurgebied waarbij aan geen van de criteria voor ontheffing op het verbod op jagen wordt voldaan, te weten het belang van volksgezondheid en openbare veiligheid, het voorkomen van belangrijke schade aan gewassen, en het voorkomen van schade aan flora en fauna? Zo ja, hoe beoordeelt u dan een verklaring van beheerders dat er geen schade in het gebied is en het gebied meer damherten aankan dan het huidig getelde aantal? Zo neen, waarom niet?
  5. Kunt u aangeven hoe de ontheffing zich verhoudt tot de tellingen die volgens betrokken terreinbeheerders niet correct zijn uitgevoerd? Is het juist dat de telbrieven kwijt zijn en dat individuele jagers zonder een onafhankelijke secondant – zoals wel was afgesproken – aan de telling hebben deelgenomen. Zo ja, hoe taxeert u dan in dat kader de verklaring van beheerders van het gebied dat er maximaal 300 – 400 damherten in het gebied leven, en niet 1.000 zoals de FBE meldt? Zo neen, Hoe is dan de telling verlopen en op welke wijze zijn de gegevens – zonder telbrieven- verifieerbaar?
  6. Deelt u de mening dat het ongewenst is om zowel de taken: tellingen van dieren in het wild, planvorming, uitvoering en toezicht bij één en dezelfde organisatie teleggen, te weten de Faunabeheereenheden? Zo ja, hoe waarborgt u een scheiding van machten in deze? Zo neen, waarom niet?
  7. Kunt u aangeven of verstrekte jachtaktes openbaar zijn en geverifieerd kunnen worden door burgers? Zo neen, waarom niet?

Indiendatum: dec. 2008
Antwoorddatum: 26 jan. 2009

Geachte Voorzitter,

Hierbij beantwoord ik vragen van lid Thieme over het afschot van 325 damherten in de Kop van Schouwen.

  1. Kunt u uiteenzetten, ten aanzien van de verkeersveiligheid, waarom u in uw beantwoor¬ding aangeeft dat de provincie Zeeland, alvorens tot ontheffingverlening over te gaan, alle mogelijke alternatieven heeft onderzocht en voor zover mogelijk heeft uitgevoerd, terwijl de preventieve maatregelen die het bureau Alterra noemt níet in het gebied zijn uitgevoerd, te weten:
    - snelheidsbeperkende maatregelen op de N57 en N59: er zijn geen wildwaarschuwings¬borden geplaatst evenmin als borden met lagere maximumsnelheid, er zijn geen of slechts zeer weinig wildspiegels waarvan Alterra overigens opmerkt dat wildspiegels daar niet volstaan;
    - snelheidsbeperkende maatregelen op de kleinere wegen: deze zijn niet genomen. Waterschapswegen zijn vrijwel overal 60 km/uur wegen, en zo ook in het betreffende gebied. Er staan geen wildwaarschuwingsborden of borden met een lagere maximum¬snelheid. Ook zijn geen snelheidsbeperkende maatregelen genomen, zoals weg-versmallingen, drempels en dergelijke;
    - infrarood detectiesysteem op plaatsen waar de risico’s aantoonbaar groter zijn (hotspots): deze zijn niet geplaatst; het ’s nachts afsluiten van de Vroonweg en Strandweg voor gemotoriseerd verkeer: dit is niet gebeurd;
    - het inrichten van bermen op een wijze waardoor goed zicht op eventueel overstekende dieren aanwezig is: het tegenovergestelde is gebeurd. Er zijn nu op veel plaatsen in de bebossing langs de wegen grote gaten die als onoverzichtelijke oversteekplaats fungeren voor de damherten.

    Kunt u aangeven waarom deze alternatieven niet zijn toegepast alvorens over te gaan tot het toestaan van afschot? Zo neen, waarom niet?

    In mijn beantwoording van uw Kamervragen van 3 juli 2008 heb ik aangegeven dat de provincie Zeeland alle mogelijke alternatieven heeft onderzocht. Dat wil zeggen dat provincie Zeeland met de wegbeheerders alle voor dit doel gebruikelijke en realistische alternatieven heeft afgewogen. Hieronder ga ik verder in op de specifieke vragen ten aanzien van bepaalde wegvakken. De informatie is afkomstig van provincie Zeeland.
    De N57 en N59 zijn rijkswegen met een nationale functie. Een snelle doorstroming van
    verkeer is op dergelijke wegen nodig. Om die reden is er op deze wegen geen snelheids-beperking ingesteld. Wel zijn er waarschuwingsborden en wildspiegels geplaatst en is
    de inrichting van de berm zodanig dat een goed overzicht verkregen wordt op eventueel overstekende dieren. Een snelheidsbeperking op kleinere wegen naar maximaal 60 km per uur verkleint de kans op aanrijdingen met hoefdieren. Op diverse plaatsen zijn snelheids-beperkingen ingesteld. Dit betreft verlaging van de maximumsnelheid naar 60 km, 50 km of 30 km. Op diverse plaatsen zijn drempels aangelegd of is een knip in de weg gemaakt. Er zijn geen infrarood detectiesystemen aangebracht omdat deze alleen werken wanneer wild veelvuldig op kleine stukken weg oversteekt. Daarvan is hier geen sprake.
    De Strandweg is een openbare weg waaraan diverse woningen zijn gelegen. Het 's nachts afsluiten van deze weg is niet mogelijk omdat mensen dan niet meer bij hun woning kunnen komen. De Vroonweg is als doorgaande route van Haamstede naar Renesse ge-saneerd (opgeheven).

    Provincie Zeeland heeft wel degelijk verschillende alternatieven toegepast alvorens over te gaan tot afschot.
  2. Kunt u uiteenzetten hoe u een weg, waarvan reeds vóór het verschijnen van het Alterra-rapport in 2005 door de gemeenteraad (2003) is besloten deze te verwijderen om redenen van vooral waterhuishouding en verkeersveiligheid, in verband kunt brengen met maatregelen ter beperking van vermeende verkeersonveiligheid als gevolg van een populatie damherten op dit moment? Zo neen, waarom niet?

    Naast het behoud, verbeteren of versterken van de aanwezige natuurwaarden op de
    Kop van Schouwen wordt ook getracht de recreatiemogelijkheden van het gebied te verbeteren. Tal van maatregelen die aan beide doelstellingen een bijdrage leveren, zijn de afgelopen jaren getroffen. Sanering van de Vroonweg, in combinatie met aanleg van de Recreatieverdeelweg, zorgt voor een betere verkeersafwikkeling, levert een aantrekkelijk recreatief fietspad en levert een bijdrage aan ontsnippering van een natuurgebied.
  3. Kunt u uiteenzetten hoe het te verantwoorden is ontheffing ingevolge de Flora- en faunawet te verlenen voor afschot van damherten binnen een natuurgebied, terwijl preventieve maatregelen in het kader van overlast en verkeersveiligheid niet zijn genomen? Zo neen, waarom niet?

    Uit bovenstaande antwoorden heb ik toegelicht dat er diverse (preventieve) maatregelen zijn getroffen, alvorens tot afschot over te gaan.
  4. Kunt u uiteenzetten hoe het te verantwoorden is ontheffing te verlenen voor afschot van damherten binnen een natuurgebied waarbij aan geen van de criteria voor ontheffing op het verbod op jagen wordt voldaan, te weten het belang van volksgezondheid en openbare veiligheid, het voorkomen van belangrijke schade aan gewassen, en het voorkomen van schade aan flora- en fauna? Zo ja, hoe beoordeelt u dan een verklaring van beheerders dat er geen schade in het gebied is en het gebied meer damherten aankan dan het huidig getelde aantal? Zo neen, waarom niet?

    De Flora- en faunawet geeft diverse belangen aan op grond waarvan ingrijpen in dier¬populaties of op individuele dieren mogelijk wordt. Deze afweging is door de provincie Zeeland gemaakt en weergegeven in de verleende ontheffingen. Eerder verleende ontheffingen voor het afschieten van damherten op Schouwen zijn getoetst bij de Raad van State waarbij deze geen aanleiding zag de verleende ontheffing te schorsen. Dit geeft aan dat, toen ook naar het oordeel van de Raad van State, aan de wettelijke criteria werd voldaan.
  5. Kunt u uiteenzetten hoe de ontheffing zich verhoudt tot de tellingen die volgens betrokken terreinbeheerders niet correct zijn uitgevoerd? Is het waar dat de telbrieven kwijt zijn en dat individuele jagers zonder een onafhankelijke secondant - zoals wel was afgesproken - aan de telling hebben deelgenomen. Zo ja, hoe taxeert u dan in dat kader de verklaring van beheerders van het gebied dat er maximaal 300-400 damherten in het gebied leven, en niet 1.000 zoals de FBE meldt? Zo neen, Hoe is dan de telling verlopen en op welke wijze zijn de gegevens - zonder telbrieven - verifieerbaar?

    Ik heb geen reden om te twijfelen aan de resultaten van de tellingen.
  6. Deelt u de mening dat het ongewenst is om uiteenlopende taken als tellingen van dieren in het wild, planvorming, uitvoering en toezicht bij één en dezelfde organisatie te leggen, te weten de Faunabeheereenheden? Zo ja, hoe waarborgt u een scheiding van machten in deze? Zo neen, waarom niet?

    Nee, om een gecoördineerde en planmatige aanpak van het faunabeheer te bewerkstelligen is de Faunabeheereenheid (FBE) in het leven geroepen. Dit is in de Flora- en faunawet vastgelegd.
    In de FBE hebben diverse betrokken maatschappelijke partijen zitting. Daarmee is de onafhankelijkheid en objectiviteit gewaarborgd.
  7. Kunt u aangeven of verstrekte jachtaktes openbaar zijn en geverifieerd kunnen worden door burgers? Zo neen, waarom niet?

    Er is geen openbaar register van verstrekte jachtaktes. Burgers hebben geen bevoegdheid om verstrekte jachtaktes te verifiëren.

    DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
    VOEDSELKWALITEIT,




    G. Verburg