Kamer­vragen aan de minister van LNV en de minister van VWS over over­dracht anti­bi­o­ti­ca­re­sis­tentie door gebruik varkensmest


Kamervragen van het lid Thieme aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over overdracht antibioticaresistentie door gebruik varkensmest

  1. Kent u het bericht ‘gebruik van dierlijke mest kan factor zijn bij overdracht van antibioticaresistentie’? (1)
  2. Kunt u aangeven welke de milieu- en gezondheidsrisico’s zijn verbonden aan antibioticaresistentie bij planten als gevolg van het gebruik van mest van varkens die antibiotica krijgen toegediend?
  3. Kunt u aangeven of het eten van plantaardige gewassen die resistent zijn geworden tegen antibiotica vanwege het gebruik van varkensmest, kan leiden tot een verhoogde kans op antibioticaresistentie? Zo ja, welke maatregelen gaat u hiertegen nemen en binnen welke termijn? Zo neen, op basis van welk onderzoek is bekend dat het eten van antibiotica resistente gewassen geen invloed uitoefenen op de mate waarin personen resistent worden tegen antibiotica?
  4. Acht u het aanvaardbaar dat door het grote preventieve gebruik van antibiotica bij varkens, hierdoor antibioticaresistentie in bij gewassen op kan treden? Zo ja, waarom en hoe verhoudt zich dit tot het voorzorgsprincipe? Zo neen, waarom niet en wat gaat u doen om het antibiotica gebruik terug te dringen?
  5. Bent u voornemens om beleid te ontwikkelen ter voorkoming van het gebruik van mest die antibioticaresiduen bevat op landbouwgronden? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet en op welke wijze wordt het milieu en de consument dan beschermd tegen de toenemende risico’s van antibioticaresistentie?
  6. Deelt u de mening dat het grote preventieve gebruik van antibiotica in de veehouderij hoge maatschappelijke kosten met zich meebrengt en daardoor structureel verminderd zou moeten worden? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

(1) Boerderij 25 maart 2008

Antwoorddatum: 18 mei 2008

1
Kent u het bericht ‘gebruik van dierlijke mest kan factor zijn bij overdracht van antibiotica-resistentie’?

Ja.

2
Kunt u uiteenzetten welke milieu- en gezondheidsrisico’s zijn verbonden aan antibiotica¬resistentie bij planten, als gevolg van het gebruik van mest van varkens die antibiotica krijgen toegediend?

Het is bekend dat door het uitrijden van mest er zowel resistente bacteriën als resten van toegediende antibiotica in het milieu kunnen komen. Milieubacteriën kunnen daardoor resistentiegenen verkrijgen. De planten zelf worden niet resistent. De milieubacteriën zijn voornamelijk in de grond aanwezig, maar kunnen ook op planten voorkomen. Deze bacteriën vermeerderen zich echter nauwelijks op planten. De planten worden ook niet ziek van deze bacteriën. Door natuurlijke inactivatie en het treffen van hygiëne¬maatregelen, zoals het wassen van groenten, zal een mens bij consumptie van rauwe groente slechts een zeer klein aantal bacteriën en dus ook resistentiegenen binnen krijgen.

3
Kunt u uiteenzetten of het eten van plantaardige gewassen die resistent zijn geworden tegen antibiotica vanwege het gebruik van varkensmest, kan leiden tot een verhoogde kans op antibioticaresistentie? Zo ja, welke maatregelen gaat u hiertegen nemen en binnen welke termijn? Zo neen, op basis van welk onderzoek is bekend dat het eten van
antibioticaresistente gewassen geen invloed uitoefenen op de mate waarin personen resistent worden tegen antibiotica?

Het gebruik van varkensmest heeft geen relatie met de antibioticaresistentie van planten, want de planten worden niet resistent. De resistenties komen bij bacteriën in het milieu voor. Er is mij geen onderzoek bekend waarin wordt aangetoond in welke mate de resistentie in het milieu bijdraagt aan resistentie bij mensen, maar ik acht de kans op resistentieoverdracht van diermest via het milieu naar de mens zeer klein.
In Nederland zijn de resistentieniveaus bij humane pathogene bacteriën doorgaans erg laag en de huidige MRSA-besmettingen in de gezondheidszorg worden naar de huidige inzichten niet via het eten van gewassen verspreid, maar via direct contact met dieren die drager zijn van de MRSA-bacterie. Er zijn momenteel dan ook geen aanwijzingen dat de resistenties in bodembacteriën bijdragen aan problemen in de gezondheidszorg. De gezondheidsrisico’s van antibioticaresistente bacteriën die voorkomen op de plant als gevolg van het gebruik van mest van varkens die antibiotica toegediend krijgen, staan in geen verhouding tot bijvoorbeeld de overdracht van antibioticaresistente bacteriën tijdens direct contact tussen mens en dier. Daarom kies ik ervoor mijn beleid te richten op het terugdringen van het ontstaan van de antibioticaresistentie bij dieren door minder gebruik en meer verantwoord gebruik van antibiotica in de dierhouderij. Voor mijn plannen om het antibioticagebruik in de dierhouderij terug te dringen, verwijs ik u naar mijn brief aan de Tweede Kamer over antibioticaresistentie in de dierhouderij van 17 december 2007
(TK 2007-2008, 29 683, nr. 16).

4
Acht u het aanvaardbaar dat door het grote preventieve gebruik van antibiotica bij varkens, hierdoor antibioticaresistentie bij gewassen op kan treden? Zo ja, waarom en hoe verhoudt zich dit tot het voorzorgsprincipe? Zo neen, waarom niet en wat gaat u doen om het antibioticagebruik terug te dringen?

Zoals in de antwoorden op de vorige vragen is uitgelegd, treedt er geen resistentie bij gewassen op. Het betreft alleen het voorkomen van resistentie bij bacteriën in het milieu.
Voor mijn plannen om het antibioticagebruik in de dierhouderij terug te dringen, verwijs ik u naar mijn brief over antibioticaresistentie.


5
Bent u voornemens om beleid te ontwikkelen ter voorkoming van het gebruik van mest die antibioticaresiduen bevat, op landbouwgronden? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet en op welke wijze wordt het milieu en de consument dan beschermd tegen de toenemende risico’s van antibioticaresistentie?

Nee, ik ben niet voornemens om op dit gebied specifiek beleid te ontwikkelen, want ik kies voor een aanpak ter vermindering van het gebruik van antibiotica in de veehouderij.

6
Deelt u de mening dat het grote preventieve gebruik van antibiotica in de veehouderij hoge maatschappelijke kosten met zich meebrengt en daardoor structureel verminderd zou moeten worden? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

Zoals ik in de eerder vermelde brief al heb uitgelegd, deel ik de zorgen voor het toenemen van antibioticaresistentie door het gebruik van antibiotica bij dieren. Zoals reeds eerder vermeld, verwijs ik u voor mijn plannen naar mijn brief over dit onderwerp.


DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,

G. Verburg