Kamer­vragen aan de minister van LNV en de minister van VWS over hormoon­ge­bruik bij koeien


Indiendatum: apr. 2008

Kamervragen van het lid Thieme aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over hormoongebruik bij koeien

  1. Kent u het bericht ‘voorlopig geen hormoonvlees in Europa’? (1)
  2. Kunt u aangeven of en zo ja, welke gezondheids- en dierenwelzijnsrisico’s er kleven aan het gebruik van hormonen bij dieren?
  3. Is het waar dat het in Nederland is toegestaan om landbouwdieren met hormonen te behandelen? Zo ja, onder welke voorwaarden zijn in Nederland hormoonbehandelingen bij dieren toegestaan, hoe vaak komt het voor en welke controle vindt plaats op de rechtmatigheid van het inzetten van hormonen? Zo neen, wijkt Nederland daar in af van de andere Europese landen en waarom?
  4. Deelt u de mening dat het toedienen van hormonen aan een koe met vruchtbaarheidsproblemen ongewenst is? Zo ja, is deze praktijk verboden in Nederland en hoe wordt dat gehandhaafd en gecontroleerd? Zo neen, waarom niet en waarom wordt deze handelwijze wel toegestaan in de Europese Unie terwijl het importeren van hormoonvlees wordt tegengehouden?
  5. Kunt u aangeven of de producten van dieren die in Europa op toegestane wijze met hormonen zijn behandeld, zoals vlees en melk, in het gangbare consumptiecircuit terecht kunnen komen? Zo ja, tot welke gezondheidsrisico’s kan dat leiden? Zo neen, hoe controleert u dat de producten van deze dieren niet in het consumptiekanaal terechtkomen en met welke frequentie doet u dat?
  6. Deelt u de mening dat het onwenselijk om dieren met hormonen te behandelen? Zo ja, op welke wijze voorkomt u dat dieren met hormonen worden behandeld, hoe controleert u dat en met welke frequentie? Zo neen, waarom niet en betekent dat dat u van mening bent dat ook het importeren van ‘hormoonvlees’ uit de Verenigde staten en Canada zou kunnen worden toestaan.

(1) Agrarisch Dagblad 2 april 2008

Indiendatum: apr. 2008
Antwoorddatum: 21 mei 2008

Geachte Voorzitter,

Hierbij zend ik u, mede namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Thieme (PvdD) over hormoongebruik bij koeien.

1
Kent u het bericht ‘voorlopig geen hormoonvlees in Europa’? 1)

Ja.

2
Kunt u uiteenzetten of en zo ja, welke gezondheids- en dierenwelzijnsrisico’s er kleven aan het gebruik van hormonen bij dieren?

Van het vrouwelijke geslachtshormoon 17 bèta oestradiol heeft onderzoek in EU-verband aangetoond dat deze stof mogelijk een kankerverwekkende werking heeft. Van andere hormonen is deze werking niet vastgesteld, toch worden vele hormonen hiervan of van een mutagene werking verdacht.

Behoudens de toegestane uitzonderingen voor een beperkt aantal aandoeningen is het gebruik van hormonen bij landbouwhuisdieren in de EU niet toegestaan. Eventueel gebruik van hormonen met als doel groeibevordering is altijd illegaal. Dit betekent dat in een aantal gevallen de dieren op ongebruikelijke plaatsen geïnjecteerd worden om ontdekking tegen te gaan, dit kan voor het dier onaangenaam zijn en/of infecties veroor¬zaken. Daarnaast kan het dier reageren op de verstoring van zijn hormoonhuishouding en bij het staken van de behandeling ernstige ontwenningsverschijnselen vertonen (versnelde aftakeling).


3
Is het waar dat het in Nederland is toegestaan om landbouwdieren met hormonen te behandelen? Zo ja, onder welke voorwaarden zijn in Nederland hormoonbehandelingen bij dieren toegestaan, hoe vaak komt het voor en welke controle vindt plaats op de rechtmatigheid van het inzetten van hormonen? Zo neen, wijkt Nederland daar in af van de andere Europese landen en waarom?

Behoudens een beperkt aantal uitzonderingen is het in de EU, dus ook in Nederland niet toegestaan landbouwhuisdieren hormonale stoffen toe te dienen. Voor enkele aan¬doeningen mogen in de EU nog wel hormonen worden toegepast. Dit dient altijd door de dierenarts te geschieden. In enkele gevallen mag de toepassing ook onder diens verant-woordelijkheid plaatsvinden. Het aantal legale toepassingen is beperkt. Van de omzet in die middelen heeft de overheid geen gegevens beschikbaar, maar de firma’s die deze stoffen en middelen produceren, zijn wel verplicht chronologisch administratie bij te houden van hun productie en afzet. Momenteel heeft de EU (Europese Raad/Europees Parlement) een voorstel van de Europese Commissie in behandeling om bepaald hormoongebruik voor landbouw¬huisdieren verder in te perken. Nederland steunt dat voorstel gezien de aanwezige niet schadelijke alternatieven voor de betreffende aandoeningen.

4
Deelt u de mening dat het toedienen van hormonen aan een koe met vruchtbaarheids¬problemen ongewenst is? Zo ja, is deze praktijk verboden in Nederland en hoe wordt dat gehandhaafd en gecontroleerd? Zo neen, waarom niet? Waarom wordt deze handelwijze wel toegestaan in de Europese Unie terwijl het importeren van hormoonvlees wordt tegengehouden?

Neen, ik vind dat landbouwhuisdieren in de beperkte gevallen, die in Europees verband zijn toegestaan, met hormonen behandeld mogen worden. Uiteraard verdient het de voorkeur te kiezen voor niet-hormonale alternatieven als die beschikbaar zijn. Er zijn tegenwoordig bijvoorbeeld prostaglandines voorhanden die het diergeneeskundig gebruik van 17 bèta oestradiol overbodig maken. Het is juist dat er een tegenstrijdigheid is in het nog toegestane gebruik enerzijds en het importverbod op “hormonenvlees”uit de VS anderzijds. Gezien deze tegenstrijdigheid is het heel begrijpelijk dat de EU momenteel voorstellen in behandeling heeft om deze tegenstrijdigheid te verminderen.

In een aantal landen buiten Europa wordt anders gedacht over de risico’s van hormonen¬gebruik. In de VS bijvoorbeeld mogen bij landbouwhuisdieren zes hormonen worden gebruikt. Dit zijn 17 ß-oestradiol, progesteron, testosteron, zeranol, trenbolon en melen¬gestrolacetaat. Volgens enkele nationale en internationale organisaties, zoals de Ameri¬kaanse Food and Drug Association en de Wereldgezondheidsraad leveren normale toepassing van deze hormonen geen gevaar op voor de gezondheid. De Europese Unie verbiedt echter het gebruik van deze hormonen uit voorzorg vanwege bewezen en veronderstelde gezondheidsrisico's, met uitzondering van het (oraal) gebruik van allyltrenbolon bij paarden.


5
Kunt u uiteenzetten of de producten van dieren die in Europa op toegestane wijze met hormonen zijn behandeld, zoals vlees en melk, in het gangbare consumptiecircuit terecht kunnen komen? Zo ja, tot welke gezondheidsrisico’s kan dat leiden? Zo neen, hoe contro¬leert u dat de producten van deze dieren niet in het consumptiekanaal terechtkomen en met welke frequentie doet u dat?

Of hormonen een risico voor de gezondheid vormen, hangt af van het soort hormoon en het gehalte van dat hormoon in vlees of melk. Het Europese, en dus het Nederlandse beleid is er daarom op gericht om alleen hormonen voor therapeutisch gebruik bij land¬bouwhuisdieren toe te laten die bij correct gebruik leiden tot onschadelijke hoeveelheden hormonen in vlees of melk.

6
Deelt u de mening dat het onwenselijk is om dieren met hormonen te behandelen? Zo ja, op welke wijze voorkomt u dat dieren met hormonen worden behandeld, hoe controleert u dat en met welke frequentie? Zo neen, waarom niet en betekent dat dat u van mening bent dat ook het importeren van ‘hormoonvlees’ uit de Verenigde Staten en Canada zou kunnen worden toestaan?

Ik ben van mening dat dieren met hormonen behandeld mogen worden voor zover dit uit diergezondheidsoverwegingen nodig is en door de EU wordt toegestaan. Dit neemt echter niet weg dat zeer zorgvuldig met hormonen moet worden omgegaan bij landbouwhuis¬dieren. Het illegale gebruik van hormonen ten behoeve van groeibevordering in de vee¬houderij heeft al vele jaren de aandacht van mijn departement. In 2004 is er een speciaal team (Task Force Hormonen) bij de Algemene Inspectiedienst opgericht om zowel routine¬matig als naar aanleiding van private- en publieke signalen van vermeend hormoon¬gebruik structureler en alerter te kunnen reageren. De ervaringen en kennis van dit team worden momenteel, samen met de uitkomsten van “Programmatisch Handhaven”, gebruikt bij de inrichting van de interventiestrategie die voor de komende jaren onderdeel uitmaakt van het handhavingsprogramma diergeneesmiddelen/groeibevorderaars van de Algemene Inspectiedienst.

Controle op illegaal gebruik van hormonen vindt plaats door:
• de VWA bij steekproefsgewijze controle op residuen diergeneesmiddelen en hormonen (in het kader van het Nationaal Plan Residuen, een EU-verplichting) in zowel de boerderijfase als in de slachtfase;
• de VWA bij de keuring aan de slachtlijn (keuring op spuitplaatsen);
• de AID bij bezoek aan boerderijen in het kader van controle op diergeneesmiddelen;
• “SKV” (private organisatie) bij de steekproefsgewijze controle in de kalversector;
• de “Task Force Hormonen” van de AID.

Frequentie van de keuring aan de slachtlijn op spuitplaatsen is 100%. Voor de residu-controle in boerderijfase en slachtfase in dieren, excretieproducten, dierlijke producten en diervoeder vindt controle plaats volgens de EU-normen of daarboven als daar aanleiding toe is.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,



G. Verburg