Kamer­vragen aan de minister van Landbouw, Natuur en Voed­sel­kwa­liteit over het eten van duiven­vlees onder het mom van vredesduif


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het eten van duivenvlees onder het mom van vredesduif

  1. Kent u het artikel ‘Vredesduiven’?1
  2. Acht u het toelaatbaar dat een senior beleidsmedewerker van uw ministerie oproept tot wetswijziging waarvan dieren de dupe worden? Zo ja, waarom? Zo neen, bent u bereid hem aan te spreken op zijn oproep? Zo neen, waarom niet?
  3. Komen de opvattingen van de betreffende senior beleidsambtenaar met betrekking tot het duivenbeleid overeen met de uwe? Zo ja, kunt u toelichten in welk opzicht en wat hiervoor de achterliggende argumenten zijn? Zo neen, in welke zin niet?
  4. Deelt u de mening dat “De belangrijkste oorzaken voor het aantal duiven in steden zijn andere dan wedstrijdvluchten” geen antwoord is op de vraag “Kunt u uiteenzetten hoe u tot de conclusie komt dat er geen verband bestaat tussen wedstrijdvluchten met duiven en het aantal duiven in steden?2 ” Zo ja, kunt u bevestigen dat er wel degelijk een verband bestaat tussen wedstrijdvluchten met duiven en het aantal duiven in steden, ook in gevallen waarbij wedstrijdvluchten niet de voornaamste oorzaak zijn? Zo neen, kunt u dit toelichten?
  5. Kent u het rapport van de werkgroep ‘Verwilderde duiven’ van het ministerie van LNV3 waarin gesteld wordt: “Wanneer ongeveer 50.000 liefhebbers met gemiddeld 10-15 duiven aan 40 weekendvluchten meedoen, dan betekent dit een aanzienlijke potentiële aanwas voor het bestand verwilderde duiven” ?4
  6. Kunt u aangeven op welk moment de visie op uw ministerie ter zake is gewijzigd en op grond van welke overwegingen? Zo neen, waarom niet?
  7. Bent u bereid op basis van de tegenstrijdige opvattingen die kennelijk op uw ministerie leefden of leven ter zake van het verband tussen wedvluchten en duivenoverlast in steden, nader onderzoek te laten doen naar dat verband? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn? Zo neen, waarom niet?

1 Reformatorisch Dagblad d.d. 30-01-09 http://www.refdag.nl/artikel/1388673/Vredesduiven.html
2 Aanhangsel van de Handelingen, vergaderjaar 2008-2009, nr. 1180
3 Uitgegeven in 1977
4 Pagina 12

Antwoorddatum: 18 feb. 2009

Geachte Voorzitter,

Bijgaand doe ik u de antwoorden toekomen op vragen gesteld door het lid Thieme (PvdD) over het eten van duivenvlees onder het mom van vredesduif.

De vragen zijn ingezonden op 3 februari 2009 (Kamervragen 2008-2009, vraagnummer 2009Z01705/2080911830).

1
Kent u het artikel ‘Vredesduiven’?

Ja.

2
Acht u het toelaatbaar dat een senior beleidsmedewerker van uw ministerie oproept tot wetswijziging waarvan dieren de dupe worden? Zo ja, waarom? Zo nee, bent u bereid hem aan te spreken op zijn oproep? Zo nee, waarom niet?

In het artikel wordt niet opgeroepen tot een wetswijziging. Verwilderde duiven zijn niet beschermd op grond van de Flora- en faunawet. Wel zijn de vangstmiddelen gereguleerd. Zie mijn antwoord op vraag 1 van uw eerdere set vragen over verwilderde duiven. 1)

3
Komen de opvattingen van de betreffende senior beleidsambtenaar met betrekking tot het duivenbeleid overeen met de uwe? Zo ja, kunt u toelichten in welk opzicht en wat hiervoor de achterliggende argumenten zijn? Zo nee, in welke zin niet?

Zie mijn antwoord op vraag 2.

4
Deelt u de mening dat “De belangrijkste oorzaken voor het aantal duiven in steden zijn andere dan wedstrijdvluchten” geen antwoord is op de vraag “Kunt u uiteenzetten hoe u tot de conclusie komt dat er geen verband bestaat tussen wedstrijdvluchten met duiven en het aantal duiven in steden?”

Zo ja, kunt u bevestigen dat er wel degelijk een verband bestaat tussen wedstrijdvluchten met duiven en het aantal duiven in steden, ook in gevallen waarbij wedstrijdvluchten niet de voornaamste oorzaak zijn? Zo nee, kunt u dit toelichten?

Er is geen verband tussen het aantal verwilderde duiven in steden en wedstrijdvluchten met postduiven, omdat het aantal postduiven dat niet op het hok terugkeert na een wedstrijd in het niet valt ten opzichte van de reeds bestaande populaties verwilderde duiven.

5
Kent u het rapport van de werkgroep ‘Verwilderde duiven’ van het ministerie van LNV waarin gesteld wordt: “Wanneer ongeveer 50.000 liefhebbers met gemiddeld 10-15 duiven aan 40 weekendvluchten meedoen, dan betekent dit een aanzienlijke potentiële aanwas voor het bestand verwilderde duiven”?

Ja.

6
Kunt u uiteenzetten op welk moment de visie op uw ministerie terzake is gewijzigd en op grond van welke overwegingen? Zo nee, waarom niet?

Zie mijn antwoord op vraag 4.

7
Bent u bereid op basis van de tegenstrijdige opvattingen die kennelijk op uw ministerie leefden of leven over het verband tussen wedvluchten en duivenoverlast in steden, nader onderzoek te laten doen? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn? Zo nee, waarom niet?

Zie mijn antwoord op vraag 2. Er is inmiddels voldoende bekend over hoe verwilderde duiven op de meest efficiënte manier kunnen worden bestreden. Zie mijn antwoord op vraag 4 van uw eerdere set vragen over verwilderde duiven. 2)


DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN

VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg


1) Tweede Kamer, vergaderjaar 2007-2008, Aanhangsel 2891

2) Idem