Kamer­vragen aan de minister van Landbouw, Natuur en Voed­sel­kwa­liteit en de minister van Volks­ge­zondheid, Welzijn en Sport over een verbod op preventief anti­bi­o­ti­ca­ge­bruik in de veehou­derij


1. Kent u de berichten ‘Advies aanwezigheid van MRSA door bureau Risicobeoordeling’ en ‘MRSA-besmetting mogelijk via kippenmest’ ?

2. Kunt u aangeven in hoeverre de MRSA besmetting van rauwe levensmiddelen van dierlijke oorsprong, zoals is geconstateerd door de VWA, veroorzaakt wordt door het grootschalig gebruik van antibiotica in de veehouderij?

3. Is het waar dat boeren op grote schaal preventief antibiotica gebruiken en dat daardoor de MRSA bacterie zich verder kan verspreiden zoals de heer Coutinho van het Centrum voor Infectie Bestrijding vorig jaar aangaf in een interview? Zo ja, waarom kan deze situatie blijven voortduren? Zo neen, wat is dan de oorzaak van de grootschalige verspreiding van de MRSA bacterie?

4. Is het waar dat het inmiddels al meer dan twee jaar verboden is om antibiotica preventief in te zetten in de veehouderij? Zo ja, waarom wordt het preventief gebruik niet of onvoldoende gecontroleerd zodat deze praktijk lijkt te blijven voortduren? Z neen, waarom niet en waarom geeft de heer Coutinho van het Centrum voor Infectie Bestrijding wel die indruk?

5. Deelt u de mening dat het preventief toepassen van antibiotica in de veehouderij zeer grote risico’s veroorzaakt die al hebben geleid tot een sterke toename in de resistentie tegen antibiotica bij dieren en mensen en dat deze resistentie alleen maar zal toenemen? Zo ja, bent u voornemens om de registratie, controle en handhaving ten aanzien van het voorkomen van het preventief inzetten van antibiotica in de veehouderij ana te scherpen? Zo neen, waarom niet?




VWA Persbericht
Advies aanwezigheid van MRSA door bureau Risicobeoordeling

04 maart 2008 - advies

De variant van MRSA die eerder in veehouderijen is aangetroffen blijkt ook op ongeveer 10% van door de VWA onderzochte rauwe levensmiddelen van dierlijke oorsprong aanwezig te zijn. Daarnaast zijn in iets meer dan 1% van de monsters andere stammen van MRSA aangetroffen. De op dit moment voorhanden zijnde informatie lijkt er echter op te wijzen dat levensmiddelen geen of een verwaarloosbare rol spelen bij de verspreiding van MRSA in de humane populatie. Veel van de gegevens die nodig zijn om deze conclusie volledig te onderbouwen zijn echter niet beschikbaar. Verder onderzoek is gewenst om hierover zekerheid te verschaffen.


Elsevier
maart 2007

(http://nieuws.elseviergezondheidszorg.nl/4684-mrsa-besmetting-mogelijk-via-kippenmest.html)

MRSA-besmetting mogelijk via kippenmest
De gevaarlijke ziekenhuisbacterie MRSA is waarschijnlijk ook overdraagbaar van kippen op pluimveehouders. Die voorzichtige conclusie trekt het Centrum Infectiebestrijding (CIB) na onderzoek van een MRSA-besmetting bij een kippenboer in juni vorig jaar.

Op de boerderij van de besmette man werd kippenmest aangetroffen met MRSA, terwijl de boer en zijn gezin op geen enkele wijze in relatie stond met andere veehouderijbedrijven.

Varkens
Tot nu toe stond het alleen voor varkens vast dat ze de MRSA-bacterie kunnen overdragen op mensen. Die ontdekking leidde er vorig jaar toe dat varkenshouders voortaan bij een ziekenhuisopname in isolatie worden verpleegd. Of datzelfde nu gaat gelden voor pluimveehouders (en hun gezinnen) staat allerminst vast.

Problemen
CIB-directeur Roel Coutinho zegt tegen het Nederlands Dagblad 'geen aanwijzingen' te hebben dat besmetting via kippen structureel is. Toch acht hij de kans reëel dat MRSA in de toekomst grote problemen gaat geven.

Infectie
MRSA is voor gezonde mensen een onschuldige bacterie. Voor patiënten in ziekenhuizen en verpleegcentra kan MRSA ernstige infecties veroorzaken, soms met dodelijke afloop. In de zorg neemt men daarom veel voorzorgsmaatregelen om besmetting met patiënten tegen te gaan. Een geïsoleerde kamer en strenge hygiënevoorschriften zijn daar voorbeelden van.

Varkensboer
In vergelijking met het buitenland komt MRSA in Nederland heel weinig voor, minder dan 1% van de bevolking draagt de bacterie bij zich. Bij varkenshouders is dat percentage overigens een stuk hoger: men schat dat veertig tot vijftig procent van de varkensboeren drager is.

Antibiotica
De lage besmettingsgraad onder Nederlanders wordt vaak toegeschreven aan het feit dat hier veel minder antibiotica voorgeschreven wordt dan in bijvoorbeeld Duitsland of België. MRSA kan zich juist goed ontwikkelen als er gebruik wordt gemaakt van veel antibiotica.

Penicilline
In de veehouderij is het omgekeerde het geval. Boeren geven hun vee dikwijls penicilline op preventieve basis, zodat de dieren niet ziek worden. Deze praktijk is inmiddels al meer dan een jaar verboden. "Maar wij hebben de indruk dat boeren nog altijd op grote schaal preventief antibiotica gebruiken', aldus Coutinho. "Juist daardoor kan MRSA zich verder verspreiden."

Noorden
MRSA duikt in Noord-Nederland steeds vaker op buiten het ziekenhuis. Het Laboratorium voor Infectieziekten in Groningen is er een onderzoek naar begonnen en dringt bij de overheden aan op maatregelen. "We hebben de indruk dat MRSA in het Noorden vaker voorkomt dan elders. Het is eigenlijk verbazingwekkend dat dat nog niet tot grootschalige verspreiding van de bacterie heeft geleid", waarschuwt directeur Berry Overbeek van het laboratorium.

Besmetting
"Onlangs ontdekten we bijvoorbeeld dat iemand die werkt in een wasserij voor grote instellingen, besmet was. Via hem had de hele regio besmet kunnen raken, maar vrij toevallig is dat niet gebeurd. Als wij echter aandringen op nader onderzoek naar die besmetting, door de GGD, kijken alle betrokkenen naar elkaar maar voelt niemand zich blijkbaar verantwoordelijk."

Antwoorddatum: 6 apr. 2008

Geachte Voorzitter,

Hierbij zend ik u, mede namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Thieme (PvdD) over een verbod op het preventief gebruik van antibiotica bij dieren in de veehouderij van 12 maart 2008.

1
Kent u de berichten ‘Advies aanwezigheid van MRSA door bureau Risicobeoordeling’ en ‘MRSA-besmetting mogelijk via kippenmest’? )

Ja.

2
Kunt u uiteenzetten in hoeverre de MRSA-besmetting van rauwe levensmiddelen van dierlijke oorsprong, zoals is geconstateerd door de VWA, veroorzaakt wordt door het grootschalig gebruik van antibiotica in de veehouderij?

In het algemeen kan worden gesteld dat ieder gebruik van antibiotica een selectiedruk ten gunste van resistente stammen vormt. De vraag in welke mate grootschalig gebruik van antibiotica in de veehouderij MRSA-besmetting van rauwe levensmiddelen van dierlijke oorsprong veroorzaakt, kan ik op dit moment nog niet beantwoorden. In het MRSA-onderzoeksprogramma wordt nog onderzocht hoe en waar MRSA-besmettingen in de keten plaatsvinden.

3
Is het waar dat boeren op grote schaal preventief antibiotica gebruiken en dat daardoor de MRSA-bacterie zich verder kan verspreiden zoals de heer Coutinho van het Centrum voor Infectie Bestrijding vorig jaar aangaf in een interview? Zo ja, waarom kan deze situatie blijven voortduren? Zo neen, wat is dan de oorzaak van de grootschalige versprei¬ding van de MRSA-bacterie?

Het gebruik van antibiotica in de dierhouderij neemt jaarlijks toe, zoals ik u al eerder heb gemeld. Ik vind de situatie zorgwekkend en heb om die reden een aantal acties gestart om deze situatie te wijzigen. Zie hiervoor de brief die ik u op 17 december 2007 heb gestuurd (Kamerstuk 2007-2008, 29683, nr. 16, Tweede Kamer).
Het lijkt waarschijnlijk dat de verspreiding van diergerelateerde MRSA verband houdt met het antibioticagebruik in de diersector; aanwijzingen hiervoor zijn er al, maar dit dient door lopend onderzoek te worden bevestigd. Ik sluit echter niet uit dat onderzoek zal uitwijzen dat er naast de omvang van het antibioticagebruik ook nog andere factoren gevonden zullen worden die van belang zijn bij de verspreiding van MRSA dan alleen het antibioticagebruik.
Overigens wordt bij de registratie van het gebruik van antibiotica in de dierhouderij geen onderscheid gemaakt tussen antibiotica die preventief of curatief worden ingezet. Ik ben hier in mijn antwoorden op de Kamervragen van 31 mei 2007 (Kamervragen met antwoord 2006-2007 nr. 2036) uitgebreid op ingegaan.

4
Is het waar dat het inmiddels al meer dan twee jaar verboden is om antibiotica preventief in te zetten in de veehouderij? Zo ja, waarom wordt het preventief gebruik niet of onvol¬doende gecontroleerd zodat deze praktijk lijkt te blijven voortduren? Zo neen, waarom niet en waarom geeft de heer Coutinho van het Centrum voor Infectie Bestrijding wel die indruk?

Het gebruik van antibiotica als groeibevorderaar in veevoer is sinds 1 januari 2006 in heel Europa verboden. Er is geen verbod om antibiotica preventief in te zetten in de dierhoude¬rij. Voor mijn visie over het preventief gebruik van antibiotica in de dierhouderij verwijs ik u opnieuw naar de antwoorden op de Kamervragen van 31 mei 2007 en die van 26 juni 2007 (Kamervragen met antwoord 2006-2007, nr. 2182).

5
Deelt u de mening dat het preventief toepassen van antibiotica in de veehouderij zeer grote risico’s veroorzaakt die al hebben geleid tot een sterke toename in de resistentie tegen antibiotica bij dieren en mensen en dat deze resistentie alleen maar zal toenemen? Zo ja, bent u voornemens om de registratie, controle en handhaving ten aanzien van het voorkomen van het preventief inzetten van antibiotica in de veehouderij aan te scherpen? Zo neen, waarom niet?

Ik deel de mening dat het preventief toepassen van antibiotica in de dierhouderij risico’s kan veroorzaken en een bijdrage kan leveren aan een toename van antibioticaresistentie. Daarom financier ik ook meerdere onderzoeksprojecten die gegevens moeten opleveren op grond waarvan in de toekomst kosteneffectieve maatregelen opgesteld kunnen worden om deze ontwikkeling met betrekking tot antibioticaresistentie in de dierhouderij tegen te gaan.

In de Taskforce Antibioticaresistentie in de dierhouderij zullen afspraken gemaakt worden om samen met de sector maatregelen te treffen om te komen tot een meer verantwoord antibioticagebruik en een reductie van de antibioticaresistentie in de dierhouderij. Registratie, controle en handhaving van het gebruik van antibiotica zal zeker ter discussie komen.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg