Kamer­vragen aan de Minister President


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de Minister President

  1. Kent u het bericht “Duitse en Nederlandse ministers naar de rechter om stenendump, Greenpeace balanceert op het randje”?
  2. Is het juist dat minister Verburg de acties van Greenpeace “buitengewoon verwerpelijk”heeft genoemd en heeft gesteld dat “broodwinning en veiligheid van vissers in gevaar gebracht zouden worden”? Zo ja, acht u het juist dat een minister met haar oordeel vooruit loopt op een mogelijke gerechtelijke uitspraak, terwijl allerminst vast staat dat de acties in strijd met de wet zijn, zoals uit het artikel blijkt?
  3. Is het juist dat er overleg geweest is tussen minister Verburg en de Duitse staatssecretaris over het opleggen van dwangsommen? Acht u dergelijk overleg niet veeleer een taak voor het openbaar ministerie? Zo neen, waarom niet? Zo ja, vindt u dan dat minister Verburg buiten haar competentie treedt door het opleggen van dwangsommen te opperen?
  4. Acht u het zonder vergunning plaatsen van vogelverschrikkers door boeren of hoogzitten door jagers ook “buitengewoon verwerpelijk” als ingreep in de natuur, of bent u van mening dat het niet aan het kabinet is daarover oordelen uit te spreken? Waarin verschilt het geven van een mening over genoemde zaken van het geven van een oordeel over acties van Greenpeace waarvan de strafbaarheid geenszins is vastgesteld?
  5. Bent u bereid kabinetsleden te verzoeken terughoudendheid te betrachten bij het geven van waardeoordelen over het handelen van maatschappelijke organisaties wanneer er geen rechterlijke uitspraken zijn die aanleiding geven tot inhoudelijke waardeoordelen?

Antwoorddatum: 8 sep. 2008

Vraag 1
Kent u het bericht “Greenpeace balanceert op het randje”.

Antwoord 1
Ja.

Vraag 2
Is het waar dat minster Verburg de acties van Greenpeace “buitengewoon verwerpelijk” heeft genoemd en heeft gesteld dat “broodwinning en veiligheid van vissers in gevaar gebracht zouden worden”? Zo ja, acht u het juist dat een minister met haar oordeel vooruit loopt op een mogelijke gerechtelijke uitspraak, terwijl allerminst vaststaat dat de acties in strijd met de wet zijn zoals uit het artikel blijkt?

Antwoord 2
De minister van LNV heeft in de media haar afkeuring over deze acties uitgesproken. Met deze uitspraken heeft minister Verburg een waardeoordeel gegeven over de acties van Greenpeace. Het gaat hier niet om een oordeel over de strafbaarheid van deze activiteiten. Het staat een minister vrij op deze wijze afstand te nemen van een actie als deze, temeer waar de kwestie nog op geen enkele wijze “onder de rechter” is.

Vraag 3
Is het waar dat er overleg geweest is tussen minister Verburg en de Duitse staatssecretaris over het opleggen van dwangsommen? Acht u dergelijk overleg niet veeleer een taak voor het openbaar ministerie? Zo neen, waarom niet? Zo ja, vindt u dan dat minister Verburg buiten haar competentie treedt door het opleggen van dwangsommen te opperen?

Antwoord 3
Ja, maar dit overleg had als onderwerp de eventuele reactie van de Duitse overheid vanwege de acties van Greenpeace. Minister Verburg voerde dit overleg vanuit haar portefeuille- verantwoordelijkheid waartoe ook behoort de zorg voor de visserijsector.

Vraag 4
Acht u het zonder vergunning plaatsen van vogelverschrikkers door boeren of hoogzitten door jagers ook “buitengewoon verwerpelijk”a;s ingreep in de natuur, of bent u van mening dat het niet aan het kabinet is daarover oordelen uit te spreken? Waarin verschilt het geven van een mening over genoemde zaken van het geven van een oordeel over acties van Greenpeace waarvan de strafbaarheid geenszins is vastgesteld.

Antwoord 4
De vermelde voorbeelden zijn geenszins vergelijkbaar met de strekking en het mogelijke gevolg van een actie als die van Greenpeace.


Vraag 5
Bent u bereid kabinetsleden te verzoeken terughoudendheid te betrachten bij het geven van waardeoordelen over het handelen van maatschappelijke organisaties wanneer er geen rechterlijke uitspraken zijn die aanleidingen geven tot inhoudelijke waardeoordelen?

Antwoord 5
Zie antwoord bij 2