Opinie: Zwij­nen­jagers spelen hoog spel om passie te heroveren


10 oktober 2007

Het jagen op wilde zwijnen is de passie van een kleine groep Nederlanders. Er zijn slechts 600 jagers met een zwartwildbrevet om de drijfjacht op wilde zwijnen te beoefenen. Doorgaans leden van hof, adel en de top van het bedrijfsleven. Een wrede vorm van socializing, hooguit nuttig om te netwerken. Toen het wilde zwijn rond 1900 in Nederland was uitgestorven werden in opdracht van Prins Hendrik wagonladingen wilde zwijnen uit Pruisen gehaald en op de Veluwe als jachtbuit uitgezet.

Jarenlang werd via bijvoeren van slachtafval, mais en aardappelen de zwijnenpopulatie zo groot mogelijk gemaakt. Klachten van boeren over landbouwschade werden niet serieus genomen, hier speelden hogere belangen. De gemoederen liepen hoog op toen er rond de eeuwwisseling politieke discussie ontstond over een verbod op de zwijnendrijfjacht. De Oranjes waren niet gewend te buigen voor burgers en de toenmalige PvdA staatssecretaris Geke Faber hield dan ook steeds stug vol dat het opjagen van wilde zwijnen door drijvers in de richting van de wachtende jagers “het meest effectieve middel” was om de zwijnenpopulatie te reguleren.

Uit wetenschappelijk onderzoek van Alterra bleek echter dat niet de natuur, maar het stelselmatig bijvoeren zorgde voor een te hoge zwijnenstand. Dr. G. Groot Bruinderink van Alterra gaf daarbij aan dat de drijf- en drukjacht ineffectief een ineffectief middel is wat leidt tot grote onrust onder de dieren.

Grote terreinbeheerders zoals Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en de gemeente Nunspeet besloten daarop tot een verbod op drijf- en drukjacht in hun natuurgebieden. Een wettelijk verbod kon niet uitblijven, hoewel Hare Majesteit volgens de Volkskrant twee ministers had ontboden met de uitdrukkelijke opdracht om de drijfjacht geen strobreed in de weg te leggen.

Toen het maatschappelijk verzet aanzwol en de regering niet langer als dekmantel wilde fungeren voor een Koninklijke passie, werd het Hof een sjieke escape geboden: op eigen initiatief stoppen met de drijfjacht, vooruitlopend op een wettelijk verbod. Op 19 september 2001 liet het hof via www.koninklijkhuis.nl weten dat de Koninklijke familie vrijwillig zou stoppen met drijf- en drukjacht omdat die jachtvorm “niet effectief” zou zijn. Een maand later kondigde de minister een wettelijk verbod af.

Na wijziging van de politieke verhoudingen in 2002, werd in hof- en jagerskringen alles gedaan om herintroductie van de drijfjacht voor te bereiden. De examens voor overbodig geworden zwartwildbrevetten bleven doorgaan, overal in het jachtveld bleef massaal bijgevoerd worden ondanks het wettelijk verbod, er ontstonden op onverklaarbare wijze gaten in hekken die dorpen op de Veluwe moesten vrijwaren van zwijnenoverlast.

Het lukte de professionele jagers bij Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer steeds wel het voorgenomen aantal dieren af te schieten, maar in particuliere jachtvelden en op het Kroondomein werd de noodklok geluid en kwam de roep om de drukjacht te mogen invoeren. In 2004 verdween de stelling dat drukjacht “niet-effectief” zou zijn van de website van het Koninlijk huis en in 2005 schreef de Jagermeester van de Koningin dat er nu toch echt gekozen zou moeten worden voor terugkeer van drukjacht omdat de populatie te groot zou worden.

Uit alle feiten blijkt dat de “zwijnenoverlast” een door de plezierjagers gecreëerd probleem is, waarvan de bestrijding niet kan worden overgelaten aan belanghebbende amateurs. Het ligt immers niet voor de hand de euthanasiepraktijk in de medische sector te verpachten aan de hoogst biedende liefhebber die dat in z’n vrije tijd zou willen uitvoeren. Net zo min ligt het voor de hand de zwijnenoverlast te laten bestrijden door mensen die het doden van zwijnen zien als hun hoogste passie en daar grif geld voor betalen.

Het is niet een populatieprobleem onder zwijnen dat a.s. woensdag op de agenda van de Tweede kamer staat, maar de passie van 600 zeer invloedrijke jagers die de volksvertegenwoordiging naar hun pijpen wil laten dansen via een door henzelf veroorzaakt probleem. De pyromaan die vraagt om mee te mogen helpen blussen.

Het is interessant om te zien in hoeverre Christenunie en PvdA mee zullen gaan in het mogelijk maken van de passie van hof, adel en de top van het bedrijfsleven. Of kiezen voor dieren, natuur en milieu zoals hun verkiezingsprogramma’s beloven.

Marianne Thieme, fractievoorzitter Partij voor de Dieren. Gepubliceerd in de Stentor op 11 oktober 2007.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief