Opinie: Wets­voorstel seks met dieren is 19e eeuws


11 maart 2008

Vandaag spreekt de Kamer over het initiatiefwetsvoorstel om seks met dieren strafbaar te stellen. Een 19e-eeuwse aanpak die getuigt van een dubbele moraal. De seksuele integriteit van dieren mag op grote schaal aangetast worden om commerciële redenen, als er maar geen ‘ontuchtige’ gedachten bij ontwikkeld worden. Indiener Harm Evert Waalkens lijkt te solliciteren naar de titel Zedenbeschermer van het Jaar.

Nederland kent sinds 1886 rechtsbescherming van dieren. Als plicht voor de mens. Het schoppen van een hond zou andere mensen in hun zedelijke gevoelens kunnen kwetsen.
Een staatscommissie boog zich in 1870 over de vraag of tegenover de mensenplicht om dieren niet te mishandelen ook een dierenrecht zou kunnen staan om gevrijwaard te worden van mishandeling. Daar voelde de wetgever niets voor. Wezens zonder ziel (in die tijd behoorden vrouwen daar ook toe) konden geen rechtssubject zijn.

Het duurde tot 1980 toen een ambtenaar op eigen initiatief de nota Rijksoverheid en Dierenbescherming schreef. Hij introduceerde de intrinsieke waarde van dieren, de eigen waarde die ze hebben los van hun nut voor de mens.
De nota werd aangenomen door het parlement en daarmee kreeg de eigenwaarde van dieren een wettelijke verankering. Toch leidde de erkenning van de intrinsieke waarde nog niet tot werkelijke bescherming van dieren of de erkenning van dieren als rechtssubject. Flauwe tegenwerpingen dat dieren onmogelijk zelf naar de rechter zouden kunnen gaan werden gemakkelijk weerlegd. Ook zuigelingen zouden moeite hebben met de uitoefening van hun eigen rechten. Maar dat degradeert zie niet tot louter rechtsobject.

De vraag is of het Harm Evert Waalkens bij de indiening van het wetsvoorstel gaat om het veilig stellen van de seksuele integriteit van dieren of om het beschermen van de menselijke moraal? We moeten vaststellen dat de seksuele integriteit van dieren op grote schaal geschonden wordt. Elk jaar worden bij miljoenen biggen de ballen verwijderd, meestal onverdoofd. Wat betekent dat voor de seksuele integriteit?

De indiener van het wetsvoorstel is zich pijnlijk bewust van deze vraag, maar kiest niet voor de belangen van het dier. In het wetsvoorstel is de term “seksuele handelingen” vervangen door “ontuchtige handelingen”, zodat onder de delictsomschrijving alleen handelingen vallen met een seksuele strekking die in strijd zijn met een sociaal ethische norm. De vraag is hoe die sociaal ethische normen dan gedefinieerd zijn.
De heer Waalkens zegt dat “ook dieren recht hebben op strafrechtelijke bescherming tegen seksueel geaarde inbreuken op hun integriteit.”

De vraag is waarom dat dan niet opgaat voor andere inbreuken op de lichamelijke en seksuele integriteit van dieren. Waarom zou kunstmatige inseminatie (een miljoen nakomelingen voor stier Sunnyboy zonder dat hij ooit een koe heeft gedekt), embryo spoeling, het synchroniseren van bevallingen en castratie niet in strijd zijn met de seksuele integriteit van het dier?
Wat heeft een kuikentje aan een wettelijke erkenning van z’n intrinsieke waarde , wanneer het dier op de dag van z’n geboorte in handen van kuikensexers valt. Dertig miljoen haantjes worden elk jaar levend versnipperd wegens ‘economische onbruikbaarheid’.
Het getuigt van een dubbele moraal om alleen “onzedelijke handelingen” te verbieden, maar verder het veel grootschaliger seksueel misbruik van dieren ongestraft voortgang te laten vinden.

Dat brengt Waalkens bij de noodsprong vooral de zedelijkheid van mensen te willen beschermen.
In het wetsontwerp wordt geworsteld met de terminologie rond “ontuchtige handelingen”. Daaronder wordt in elk geval verstaan “het louter beroeren van de geslachtsdelen van het dier en de werkelijke geslachtsgemeenschap van mens met dier. Die handelingen zijn strafbaar, tenzij ze een ontuchtig karakter ontberen, zoals handelingen ten behoeve van de fok.
Daarmee maakt Waalkens het wel ‘fokking ingewikkeld’.
Iemand kan een dagtaak hebben aan het opwekken van zaadlozingen bij stieren, maar zonder ontuchtige gedachten kan hij zijn gang gaan.
Wie bepaalt wanneer het “beroeren van de geslachtsdelen van een dier” een “ontuchtig karakter” krijgt?

Wie dieren wil beschermen zal dat niet moeten doen via de lijn van een ontuchtdefinitie die gekoppeld is een de menselijke beleving van onzedelijkheid, maar via een heldere definitie van wat als seksueel misbruik gezien wordt.

Een wetgever die daarin consistentie betracht zal er niet omheen kunnen dat daarbij inbreuken op de seksuele integriteit van dieren in een bredere context geplaatst moeten worden dan de nu gekozen kleinburgerlijke insteek.
Het gaat er in het voorliggende wetsvoorstel niet om om de dieren te beschermen , maar om de viespeuken aan de schandpaal te nagelen.
De menselijke zedelijkheidsbeleving als uitgangspunt voor de bescherming van het dier. Dat plaatst de discussie rond het beschermen van dieren 122 jaar terug in de tijd.

Esther Ouwehand is lid van de Tweede kamer voor de Partij voor de Dieren.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief