Opinie: Voor een dier mag het niet uitmaken welk geloof z'n slachter heeft


19 april 2011

In Nederland tekent zich een grote parlementaire meerderheid af voor het wetsvoorstel van de Partij voor de Dieren om onverdoofd ritueel slachten te verbieden. Dat zou een geweldige doorbraak betekenen in de strijd om dieren met meer mededogen te behandelen. Nederland is het eerste land ter wereld met een Animal Rights Party in het parlement. Een partij met als uitgangspunten mededogen, duurzaamheid, persoonlijke vrijheid en persoonlijke verantwoordelijkheid in de zorg voor de planeet en al zijn bewoners.

Het is goed vast te stellen dat de voorschriften hoe met dieren omgegaan moet worden in boeken als de Koran en de Torah in belangrijke mate de intentie weerspiegelen om dieren met mededogen tegemoet te treden en dierlijke producten te produceren op een zodanige wijze dat die niet schadelijk is voor mensen en dieren.

Het feit dat de islam en de joodse traditie daarmee lang voorop liepen in een zorgvuldige omgang met dieren, neemt echter niet weg dat volgens de huidige inzichten aanpassing van de slachtmethoden mogelijk en noodzakelijk is. Gelovigen kunnen dieren niet langer duperen op basis van een tot duizenden jaren durende voorsprong op andere methoden. Juist daarmee zou de wet van de remmende voorsprong van toepassing worden. Wat volgens inzichten en mogelijkheden van 3.000 jaar geleden de beste slachtmethode was, hoeft dat niet vandaag te zijn op exact dezelfde wijze. Omdat er inmiddels goede verdovingstechnieken voorhanden zijn en meer kennis over de pijn- en stressbeleving van dieren tijdens het slachtproces – de meest dramatische gebeurtenis in een dierenleven- is het van belang alle dieren de garantie te bieden op een slacht met zo min mogelijk angst, pijn en stress.

In Nederland is dat ook een wettelijke verplichting die uitmondde in een wettelijk voorschrift dat alle dieren voorafgaand aan de slacht bedwelmd dienen te worden. Alleen voor de islamitische en Israëlitische slacht werd een uitzondering gemaakt op deze regel. Voor die uitzondering is geen maatschappelijk en politiek draagvlak meer in Nederland en in tal van andere landen. Turkije heeft bijvoorbeeld aangekondigd dat er vanaf het eind van dit jaar geen onverdoofde slacht meer mag plaatsvinden en het onverdoofd slachten is inmiddels al verboden in landen als Zwitserland, Oostenrijk, Denemarken, Finland, Noorwegen, Estland, IJsland en Nieuw-Zeeland.

Hoewel elke gelovige het recht heeft zijn eigen religieuze waarheid te beleven zoals hij wil, geeft dat niet het recht inbreuk te maken op de overtuiging van andere mensen of het welzijn van mens of dier. Het is aan de overheid om godsdienstvrijheid op die gronden waar nodig te limiteren. Men mag als gelovige over bijvoorbeeld homoseksualiteit denken zoals men wil, maar dat mag nooit leiden tot discriminatie van medeburgers. Men mag over vrouwenkiesrecht denken zoals men wil, maar dat heeft de Nederlandse overheid niet belet tot 1970 een opkomstplicht in te stellen voor mannen en vrouwen na instelling van het algemeen kiesrecht.

Het denken over de onverdoofde slacht is ook in religieuze kring gelukkig in beweging. Zoals in de verklaring van het toonaangevende Committee on Jewish Law and Standards of the Rabbinical Assembly gevestigd in New York. Dit Comité dat 1600 conservatieve rabbijnen vertegenwoordigt, heeft in 2001 in een paper “A stunning matter” verklaard dat “dat de Thora de toepassing van bedwelmen vooraf aan de shechita openlaat en derhalve er geen reden is om bedwelmen te verbieden.” Ook binnen de islamitische gemeenschap vindt de mogelijkheid en betekenis van de onverdoofde slacht steeds bredere erkenning.

Verwijzingen naar vervolgingen uit het verleden of discutabele onderzoeken uit een ver verleden dragen niet bij tot het voeren van een evenwichtige discussie. Wanneer zowel alle onafhankelijke wetenschappers aangeven dat verdoven leidt tot minder dierenleed als alle organisaties van veterinair deskundigen, kan en mag de onverdoofde slacht geen doorgang meer vinden.

De ontwikkeling van ethiek is een dynamisch proces en zeker niet het alleenrecht van religieus geinspireerden. Wanneer in de samenleving de zorg voor het dier een eigen positie ontwikkeld, dient dat ook zijn weerslag te krijgen in de politieke besluitvorming. Dat rechtvaardigt een verbod op het onverdoofd ritueel slachten, ondanks het feit dat een minderheid zich daartegen verzet.

Auteur: Marianne Thieme, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in de Tweede Kamer.

(dit artikel is geschreven op verzoek van de Wereldomroep)

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief