Standpunt PvdD initi­a­tief­wets­voorstel Waalkens


6 september 2007

De Tweede Kamer kan zich binnenkort buigen over een wetsvoorstel om seks met dieren te verbieden. De Partij voor de Dieren is blij met het initiatief van PvdA-kamerlid Waalkens. Nog geen jaar na haar aantreden in Den Haag wordt de rol van de Partij voor de Dieren als aanjager van de gevestigde politiek steeds duidelijker zichtbaar. Sinds november kunnen we niet alleen zelf actief allerlei dierenwelzijnsonderwerpen op de politieke agenda zetten, maar blijkt ook bij andere partijen de aandacht voor dierenwelzijn te zijn toegenomen. En dat is precies de bedoeling!

Het is goed dat er eindelijk een wetsvoorstel ligt waarmee kan worden opgetreden tegen seksuele handelingen met dieren en tegen het produceren, verspreiden en bezitten van dierenporno. Wel is het een gemiste kans dat dit wetsvoorstel als uitgangspunt heeft dat seks met dieren slechts onwenselijk is vanwege de aantasting van de goede zeden (dus uitgaat van het straffen van de dader), en niet uitgaat van de onwenselijkheid voor het dier.

De Partij voor de Dieren is van mening dat de intrinsieke waarde en de seksuele integriteit van het dier centraal zou moeten staan. Hierbij valt ook te denken aan het (onverdoofd) castreren van biggen, het kunstmatig insemineren van dieren en de rol van mensen bij de bevruchting en bevallingen van koeien. Om deze reden zou een verbod op seks met dieren niet alleen in het Wetboek van Strafrecht thuishoren, maar dient het ook in de Gezondheids- en welzijnswet voor Dieren te worden opgenomen.

Het argument dat dit niet mogelijk zou zijn omdat niet kan worden aangetoond dat dieren onder deze handelingen lijden, is wat ons betreft onzin. Wij gaan liever uit van het voorzorgsprincipe: zolang niet kan worden aangetoond dat het dier niet lijdt, moet je het niet doen. Probleem voor veel andere partijen is dat ze wel “de viezeriken” aan durven pakken, maar het niet aandurven de intrinsieke waarde van het dier (waarde van het dier los van het nut voor de mens) breder te erkennen. Dat zou namelijk ingrijpende gevolgen hebben voor met name de (intensieve) veehouderij. Want als de intrinsieke waarde van het dier echt erkend wordt en dieren niet alleen gezien worden als rechtsobject (zoals tafels, stoelen, fietsen) maar als rechtssubject (wezens die zelf rechten hebben), dan zou er veel meer veranderen in de omgang van mensen met dieren. Dan zou het niet langer voor lief genomen kunnen worden dat tientallen miljoenen haantjes levend versnipperd worden, dat dieren als letterlijke veestapels vervoerd worden alsof ze al dood zijn, dat dieren onverdoofd ontdaan worden van tanden, staarten, hoorns of ballen, kortom, dan zouden mensen rekening moeten gaan houden met dieren.

Zover gaat het wetsvoorstel van Waalkens nog lang niet. Het is een klein stapje op de goede weg, maar het getuigt wel van een enigszins dubbele moraal om op te komen tegen de viezeriken, maar de bescherming van dieren op andere fronten domweg niet te steunen. Zo stemde de gehele PvdA bijvoorbeeld tegen een motie die vroeg om bedreigde diersoorten als paling en kabeljauw te schrappen van het menu van het Kamerrestaurant en tegen moties die vroegen om een vermindering van het aantal proefdieren en een vergroting van het budget voor alternatieven voor proefdieren. Midas Dekkers omschreef het – licht provocerend als volgt: "Als je wordt betrapt terwijl je een paard van achteren neemt, moet je de gevangenis in, als je 500.000 kippen onder barbaarse omstandigheden in een hok stopt, krijg je een grote zak subsidie."

We zullen het wetsvoorstel van Waalkens steunen, maar we zullen alle partijen ook bij voortduring blijven herinneren dat ze een aanzienlijk grotere verplichting hebben om het leven van dieren draaglijk te houden en ze de mogelijkheid te bieden naar hun aard te leven. Economische motieven mogen, kunnen en zullen dat niet in de weg blijven staan.

Klik hier voor de Kamervragen van 5 februari 2007.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief