Opinie: Politiek is niet gediend van nieuw­komers


28 augustus 2006

Iedere Nederlander heeft gelijkelijk recht de leden van algemeen vertegenwoordigende organen te verkiezen alsmede tot lid van deze organen te worden verkozen, behoudens bij de wet gestelde beperkingen en uitzonderingen. Zo luidt artikel 4 van de grondwet. En dus maakt de zittende politiek dankbaar gebruik van de mogelijkheid om in de wet hindernissen op te werpen die het nieuwe politieke partijen moeilijk moeten maken een plaats in het parlement te veroveren. Een closed shop, die ten onrechte de indruk moet wekken van een open parlementaire democratie. Het vertrouwen in de zittende politiek blijkt volgens peilingen kleiner dan 20%, toch is de zittende kaste niet weg te denken en worden nieuwkomers succesvol geweerd. 60 Partijen schreven zich in bij de kiesraad, op voorhand staat vast dat er niet meer dan 2 of 3 nieuwkomers een serieuze kans zullen maken wegens gebrek aan middelen, medewerking, podium en door een overmaat aan opgeworpen barrières. De versnippering op rechts wordt ook met gejuich begroet vanuit de zittende politiek.

Recent onderzoek van TNS NIPO in opdracht van de Volkskrant wees uit dat 98,5% van de Nederlanders geen lid is van CDA, VVD, PVDA en D66, maar dat de bestuurlijke topbanen wel volledig onder de 1,5% die wél lid is verdeeld worden. Let maar eens op bij de vrijgekomen vacature van Commissaris van de Koningin in Utrecht. Een groepje van hooguit 30.000 Nederlanders kan alle bestuurlijke topbanen onderling verdelen. Burgemeestersposten, Commissaris van de Koninginposities, banen binnen de publieke omroep, ziekenhuizen, hoge gemeentelijke en provinciale ambtenarenbanen, posten op ministeries en directeurschappen van Zelfstandige Bestuursorganen, al snel goed voor minstens 2 Balkenendes, qua salaris. En vergeet de ambassadeursposten, de banen bij de Wereldbank, de VN, de NAVO en NGO’s die graag tegen de macht aanschurken niet. Bondscoach Marco van Basten heeft een groter reservoir aan kandidaten om het Nederlands elftal uit te selecteren dan beschikbaar is in de kaartenbak van ’s lands meest invloedrijke uitzendbureau dat vrijwel geheel handelt op basis van vriendjespolitiek.
Commissaris Wim Kok, uitvinder van de ‘exhibitionistische zelfverrijking’ verdient inmiddels in deeltijd 250.000€ via commissariaten die niet los gezien kunnen worden van z’n politieke carrière. De weg naar de top lijkt geplaveid met obligate praatjes.

Zittende politici hebben veel te verdedigen en doen dat door van het politieke en bestuurlijke bedrijf een onneembare vestingte maken. Daarom kiest de politiek er nu voor in ijltempo nieuwkomers de pas af te snijden door sponsoring van politieke partijen aan banden te leggen. “Om de verstrengeling van belangen te voorkomen”, zo luidt de persverklaring van minister Remkes. Een gotspe! De zittende politiek en de aan haar gelieerde banenmachine ís de vleesgeworden belangenverstrengeling. De politiek vult politieke en maatschappelijke sleutelposities in en krijgt in ruil alle medewerking bij het verwezenlijken van door de politiek gewenst beleid en verdediging van bestaande belangen.
De zittende partijen verdelen onderling €14.620.489,= ,een recente verhoging van 50% na forse eerdere verhogingen, en hebben geregeld dat ze daarbij maximale bestedingsvrijheid hebben. Ze mogen er óók de verkiezingscampagne mee financieren. En da’s makkelijk, wanneer je maar zo weinig eigen maatschappelijk draagvlak hebt dat het totaalbedrag aan eigen giften minder dan 10% van het subsidiebedrag bedraagt. Van elke Euro die een zittende politieke partij ter beschikking heeft, komt dus meer dan 90 cent van de overheid (de salarissen van politieke vertegenwoordigers en afdrachten daarvan aan de partij nog niet eens meegerekend!) en nog geen dubbeltje vanuit de eigen achterbannen. Voor elk lid van een jeugdvereniging (contributie 5€) ontvangen politieke partijen afhankelijk van hun omvang bedragen van 50€ of meer aan overheidssubsidie per lid.

Geen wonder dat de wet beperking sponsoring politieke partijen vooral snel door de kamer moet om nieuwkomers de pas af te snijden. Het uitgangspunt “geen giften groter dan €25.000” doet elke zittende politicus in het cachot belanden wanneer we de overheid als grootste giftgever meerekenen.
Subsidiëring van nieuwe politieke partijen zou wel het minste zijn om evenwicht te scheppen in de huidige situatie van een onaantastbare politieke elite. De Partij voor de Dieren behaalde in 2004 bij de Europese verkiezingen 3,2% van de stemmen. Maar subsidie, vergeet het maar. Alléén beperkingen en hinderpalen zoals borgsommen, ondersteuningsverklaringen in 12 provincies en ontmoediging van de fondsenwerving.
Zeker, Remkes wil aanloopkosten voor de verkiezingscampagne met terugwerkende kracht compenseren voor partijen die de slotgracht ondanks alle hindernissen overkomen op 22 november (die worden dan immers één van hen), maar het vergemakkelijken van toetreding van nieuwkomers gaat er bij de zittende politiek niet in. Ze hebben véél te verliezen en doen dat ongaarne!

Mr. Marianne Thieme, voorzitter Partij voor de Dieren

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief