Partij voor de Dieren roept op tot brede ethische discussie over embry­o­se­lectie


5 juni 2008

Rondom embryoselectie, ofwel pre-implantatie genetische diagnostiek, zijn nog teveel vragen onbeantwoord gebleven. Om deze reden heeft de Partij voor de Dieren vandaag in het Kamerdebat hierover opgeroepen tot een brede maatschappelijke en politieke discussie over de ethische gevolgen van het verruimen van de huidige praktijk.

Bij pre-implantatie genetische diagnostiek (PGD) worden embryo’s, tot stand gekomen na reageerbuisbevruchting, getest en geselecteerd op genetische afwijkingen voor overplaatsing in de baarmoeder. De techniek is op dit moment toegestaan als (een van) de betreffende wensouders belast is met een ernstige erfelijke aandoening die kan worden overgedragen op het kind en waarbij de ziekte zich met zekerheid zal openbaren. Embryoselectie wordt nogal eens gezien als een (simpel) alternatief voor reguliere prenatale diagnostiek, waarbij tot abortus kan worden besloten wanneer bij het embryo na bijvoorbeeld een vruchtwaterpunctie een (ernstige) genetische afwijking wordt ontdekt. Het Centrum voor Ethiek en Gezondheid wijst erop dat dit een misvatting is. De noodzakelijke IVF-behandeling is belastend voor de vrouw en de succeskans is een beperkende factor. Slechts 1 op de 6 behandelingen resulteert in een succesvolle zwangerschap.

Staatssecretaris Bussemaker van VWS schreef de Kamer vorige week dat de mogelijkheden voor embryoselectie zouden worden verruimd. Daarmee zou een nieuw pad worden ingeslagen op het gebied van de screening van embryo’s. Die brief is inmiddels, vanwege onenigheid binnen het kabinet, teruggetrokken.
De voorstellen van staatssecretaris Bussemaker zouden betekenen dat op het gebied van embryoselectie een nieuwe weg wordt ingeslagen. In de huidige praktijk wordt geselecteerd op basis van de zekerheid dat een ernstige erfelijke aandoening zich zal openbaren. De verruiming houdt in dat we overgaan naar selectie van embryo’s op basis van een risico op een ernstige erfelijke aandoening. De overgang van zekerheid naar risico is fundamenteel en betreft een onomkeerbare beslissing. De Partij voor de Dieren vindt dat we vanuit het voorzorgsprincipe zeer zorgvuldig moeten kijken naar de gevolgen die dat met zich meebrengt. De vraag naar steeds ruimere mogelijkheden voor embryoselectie is zeer begrijpelijk, maar kan verstrekkende gevolgen hebben.

Vandaag debatteerde de Tweede Kamer over de kwestie. Esther Ouwehand heeft gewezen op de ethische vragen die gemoeid zijn met de selectie van embryo’s op basis van risicoanalyses.

Met de overgang van zekerheid naar risico als criterium voor selectie begeven we ons met de PGD-techniek op een hellend vlak, zo vinden verschillende ethici. Hoe worden de risico’s ingeschat, en wanneer is de kans op een aandoening groot genoeg om selectie te rechtvaardigen? Professor Hans Galjaard, emeritus-hoogleraar humane genetica merkt op dat de ontwikkelingen in het DNA onderzoek er de komende jaren voor zullen zorgen dat we nog meer inzicht krijgen in genen en aanleg voor bepaalde ziekten en verhoogde risico’s. Wat betekent dat voor toekomstige discussies over selectiecriteria?

Frank Bosman, theoloog aan de universiteit van Tilburg merkt op dat het uiteindelijke criterium van de staatssecretaris, ‘ernstige erfelijke ziekten’ een zeer vloeibare waarde is, potentieel zonder einde. Het zou gaan om een beperkte lijst genetisch bepaalde ziekten, die in aanmerking komen voor preselectie van embryo's. Maar dit soort lijsten zal altijd onder druk staan. Wie mag die lijst opstellen? Wie bepaalt wat als ernstige, erfelijke ziekte wordt gekwalificeerd? En hoe gaan we om met de onvermijdelijke maatschappelijke en medische lobbygroepen die zich zullen willen inzetten om ook ‘hun’ ziekte op de lijst te krijgen?

De Partij voor de Dieren is niet principieel tegen embryoselectie, maar ziet belangrijke ethische dilemma’s die vragen om een breed maatschappelijk debat voorafgaand aan een beslissing over een eventuele verruiming van de mogelijkheden voor embryoselectie.

Lees hier onze bijdrage.

In eerdere debatten over medische ethiek heeft Esther Ouwehand al opgeroepen tot een tijdige ethische reflectie en maatschappelijk debat over nieuwe medische ontwikkelingen. Daarbij zou aandacht moeten zijn voor de brede maatschappelijke implicaties van het ontstaan van steeds meer keuzemogelijkheden ten aanzien van onze gezondheid. Zij wees daarbij op het signaal dat is afgegeven door het Centrum voor Ethiek en Gezondheid, dat de keuzevrijheid in de zorg een kiesplicht dreigt te worden, omdat het vaak niet meer mogelijk is om niet te kiezen. Dat staat op gespannen voet met het autonomiebeginsel, wat vraagt om een brede kritische benadering op medisch-wetenschappelijke ontwikkelingen. Klik hier voor de bijdrage aan het Algemeen Overleg Medische ethiek van 14 februari jl.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief