Partij voor de Dieren komt met slachttaks


Wie dieren slacht, mag zelf ook best een beetje bloeden

5 maart 2021

De Partij voor de Dieren heeft vandaag een initiatiefwet ingediend om het slachten van dieren te gaan belasten. Hiermee kan Nederland het eerste land ter wereld worden dat daadwerkelijk een heffing op het slachten van dieren invoert. Tweede Kamerlid Lammert van Raan: "Nederland is de tweede grootste exporteur van agrarische producten en houdt relatief heel veel dieren op een klein landoppervlak. Daardoor kampt ons land met een enorm stikstof-, mest- en klimaatprobleem. De maatschappelijke kosten daarvan, ongeveer €6 miljard per jaar, zijn nu niet in de consumentenprijs verwerkt en moeten dus uit publieke middelen betaald worden. Nederland is dus een logische plek dus voor deze primeur."

Sinds haar oprichting pleit de PvdD al voor het invoeren van een heffing op dierlijke producten. Die zal betaald worden op het moment dat de dieren worden afgevoerd voor de slacht. Omdat iedere diersoort een andere ecologische voetafdruk heeft, zal de belasting verschillen per dier. De initiatiefwet is vanaf vandaag opengesteld voor interconsultatie. Belangstellenden hebben vier weken de tijd om erop te reageren. Of de slachttaks, zoals de belasting gaat heten, zal zorgen voor een prijsverhoging voor consumenten, zal afhangen van de manier waarop de keten de belasting in de kostprijs verwerkt. "Wij willen dat de vervuiler betaalt, niet de consument. Momenteel worden de maatschappelijke kosten van de veehouderij afgewend op alle Nederlanders, dus ook op mensen die nooit vlees eten. Door een slachttaks in te voeren, wordt er een directe relatie gelegd tussen het slachten van dieren en de maatschappelijke kosten die het gevolg zijn van de veehouderij." In het verkiezingsprogramma van de Partij staat dat groenten en fruit goedkoper moeten worden door de btw terug te brengen naar nul.

Maatschappelijke kosten van vlees

Het Planbureau voor de Leefomgeving en onderzoeksbureau Ecorys hebben vastgesteld dat de milieuschade door de veeteelt in Nederland minimaal 6 tot 6,5 miljard euro bedraagt. De slachttaks berekent daarvan een beperkt deel door in de prijs van het dier. De schade die de Nederlandse vleesproductie- en consumptie toebrengt aan bijvoorbeeld Brazilië, is niet in de slachttaks meegenomen. Nederland is de grootste importeur van soja uit Brazilië en draagt daarmee bij aan het verdwijnen van het regenwoud. De soja wordt vervolgens aan Nederlandse koeien, geiten en varkens gevoerd. “De slachttaks is zo bezien dus buitengewoon mild”, zegt Van Raan. We berekenen met deze taks maar een vijfde deel door van de Nederlandse vervuilingskosten en houden de kosten in het buitenland erbuiten. Maar het is een begin.”

Nieuwe eetgewoonten

Met de initiatiefwet geeft de Partij voor de Dieren gehoor aan de steeds luidere roep om vlees zwaarder te belasten. Dat grote professionele investeerders in de Amerikaanse vleesindustrie ervan overtuigd zijn dat er vleesbelastingen zullen worden ingevoerd, geeft aan dat er in landen over de hele wereld wordt nagedacht over de eigen eetgewoonten. Steeds meer Nederlanders, inclusief politici van andere politieke partijen, vinden dat vlees nu te goedkoop is, zeker in vergelijking met gezonder eten zoals groenten en fruit. "Via deze heffing willen wij het slachten van dieren gaan belasten, zodat zowel producenten als consumenten verleid worden om minder vaak voor vlees en vaker voor plantaardige alternatieven te kiezen.”

Suikertaks in VK

De slachttaks kan een groot positief effect teweeg te brengen. Van Raan wijst daarbij op de suikertaks die in 2018 in het Verenigd Koninkrijk werd ingevoerd, om overgewicht terug te dringen. De resultaten zijn indrukwekkend. Veel frisdrankfabrikanten maakten inmiddels hun frisdrank minder zoet. “Groot succes dus. Dat is precies wat we ook willen bereiken met de slachttaks. Dat het veeboeren stimuleert om over te stappen op kleinschaliger, biologische landbouw waar ze hogere prijzen kunnen vragen voor hoogwaardige producten. En consumenten om vaker voor een plantaardig alternatief te kiezen.”