Partij voor de Dieren: 'Handhaaf verbod op walvis­jacht'


12 maart 2008

De Partij voor de Dieren heeft vandaag in een spoeddebat gepleit voor het handhaven van het moratorium op de walvisjacht. Het debat werd gevoerd vanwege de onderhandelingen in de Internationaal Walvis Comité (IWC) waar Nederland deel van uitmaakt. Het IWC maakt internationale afspraken over de bescherming van de walvis. Zo geldt er al sinds 1986 een verbod (moratorium) op de walvisjacht. Onder druk van walvisjagende landen Japan, Noorwegen en IJsland wordt er een uitzondering gemaakt voor de vangst voor wetenschappelijke doeleinden. Van die uitzondering wordt op grote schaal misbruik gemaakt. Onder het mom van de wetenschap worden ieder jaar zo’n 1800 walvissen gevangen in de feitelijk commerciële walvisvaart.

In plaats van handhaving van het bestaande verbod, heeft Minister Verburg een oud voorstel van Ierland uit de kast getrokken dat Japan toestaat in bepaalde gebieden op walvissen te jagen. Het voorstel behelst een 'gecontroleerde jacht' in de zogenaamde Economische Exclusieve Zones, de (kust)wateren van aan zee gelegen landen. In ruil voor het toestaan van deze 'beperkte' commerciële jacht zou de jacht voor wetenschappelijke doeleinden moeten ophouden en het aantal walvisreservaten moeten worden uitgebreid. De minister hoopt hierdoor Japan en andere walvisjagende landen aan tafel te kunnen houden. De Partij voor de Dieren vindt het onvoorstelbaar dat de minister overweegt om de commerciële walvisjacht officieel te heropenen en verzoekt de regering om in plaats daarvan economische sancties tegen Japan te treffen voor het overtreden van het nu geldende moratorium.

Japan lapt de internationale IWC-afspraken, Cites-regelgeving en het Antarctic Treaty aan zijn laars. Doordat het IWC geen controle uitoefent en geen sancties oplegt, trekt een land als Japan zich niets aan van de gestelde quota of vergunningen. De minister wil met het Ierse voorstel bereiken dat de walvisjacht door het IWC wordt gecontroleerd. De Partij voor de Dieren is van mening dat het IWC nú al moet controleren op bestaande verbod, en niet toe moet geven aan de slinkse spelletjes van Japan.

De aankondiging van de minister dat zij een voorstel om de commerciële jacht te heropenen wil steunen, tegen de wens van de IWC en 90% van de Nederlandse bevolking in, is voor de Partij voor de Dieren onbegrijpelijk. “Hoe kan de minister enerzijds aangeven dat zij de walvisjacht afwijst en anderszijds accepteren dat Japan zijn zin krijgt en weer ongestoord op walvissen kan jagen?”, aldus Esther Ouwehand. “De minister suggereert dat het Ierse voorstel een nieuw moratorium behelst, maar in feite betekent het het einde van het verbod op de walvisjacht.”

De bescherming van deze bedreigde diersoort zou de grootste zorg van de minister moeten zijn en niet de drang om Japan aan tafel te houden. De minister zou aldus over moeten gaan tot economische sancties, zij zou de Japanse ambassadeur op het matje moeten roepen voor het schenden van IWC afspraken en moeten pleiten voor handhaving en controle door het IWC, zoals gps-controle en patrouilles die de onrechtmatigheden van de walvisvaarders kunnen vastleggen.

Lees hier onze bijdrage aan het spoeddebat.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief