Offer­feest van start, vlees van ritueel geslachte dieren hele jaar door op bordje onwetende consument


9 januari 2006

Amsterdam, 10 januari 2006 - Vandaag begint het jaarlijkse offerfeest. Meer dan 80.000 dieren, vooral schapen, worden op "middeleeuwse" wijze geslacht. De maatschappelijke weerstand tegen het onverdoofd slachten van dieren is groot. Desalniettemin verdwijnt jaarlijks een aanzienlijke hoeveelheid vlees van ritueel geslachte dieren in de reguliere verkoopcircuits. Nietsvermoedende consumenten lopen het risico een stukje vlees aan te schaffen waar meer dierenleed aan kleeft dan zij weet van hebben. Minister Veerman schrijft in een brief aan de Partij voor de Dieren dat de informatievoorziening over de herkomst van het vlees bij de sector ligt. Hij weigert zelf maatregelen te treffen. De Produktschappen voor Vee, Vlees en Eieren laten de PvdD weten zich niet verantwoordelijk te voelen voor het juist informeren van de consument.

In het "Besluit doden van dieren" van het ministerie van Landbouw, waarin de slachtregels zijn opgenomen, wordt gesteld dat pijn bij dieren voorafgaand aan de slacht tot een minimum dient te worden beperkt. De minister schrijft: "Het slachten van dieren vindt plaats na voorafgaande bedwelming omdat daardoor met de grootste mate van zekerheid wordt voorkomen dat dier lijdt door pijn of stress." Op basis van artikel 6 van de grondwet -vrijheid van godsdienst- is echter bepaald dat dieren ook volgens de joodse of islamitische traditie geslacht mogen worden. Bij het ritueel slachten van schapen, runderen en geiten mag in Nederland de verdoving dus achterwege blijven.

Een uitzending van het RVU-programma Keuringsdienst van Waarde bracht eind 2004 aan het licht dat halalvlees, afkomstig van ritueel geslachte dieren, zonder nadere informatie over de herkomst geregeld in de reguliere schappen van de supermarkt belandt. Dierenwelzijnsregels worden hiermee niet alleen ondergeschikt gemaakt aan de vrijheid van godsdienst, maar tellen kennelijk ook niet als het gaat om economische motieven als het realiseren van afzet.

Ritueel slachten begint niet zelden met een reis op de achterbank of in de kofferbak van een auto naar het slachthuis. Jaarlijks deelt de Algemene Inspectie Dienst vele bekeuringen uit voor pijnlijk en stressvol vervoer van dieren. Tijdens steekproeven bij slachterijen is het ook ieder jaar weer raak. Lange wachtrijen waardoor de dieren onnodig lang moeten lijden, botte messen waardoor het schaap een pijnlijke en langzame dood sterft, dieren die niet goed vastgebonden worden met allerlei verwondingen als gevolg daarvan, kortom dierenwelzijn wordt totaal ondergeschikt gemaakt aan menselijke behoeftes.

De Partij voor de Dieren vindt dat een verbod op onverdoofd slachten niet langer kan uitblijven. De maatschappelijke weerstand tegen deze vorm van dierenmishandeling is groot. Steeds meer mensen zijn van mening dat het toebrengen van onnodig leed aan dieren omwille van rituelen niet acceptabel is.

Ritueel slachten zonder voorafgaande bedwelming van de dieren is ook onderwerp van discussie in Groot-Brittannie, Belgie tot zelfs in islamitische landen als Turkije. Ook de joodse rituele slacht is niet verheven boven kritiek. Deze methode veroorzaakt zo mogelijk nog meer leed, omdat volgens de overlevering de slager geen druk op het mes mag uitoefenen. Het doorsnijden van de hals van een groot rund wordt hierdoor een langdurige en voor het dier ondragelijke ervaring.

Onverdoofd slachten is in Nederland soepel geregeld, terwijl zelfs in sommige islamitische landen niet altijd (betaalbaar) onverdoofd geslacht vlees kan worden gekocht. Een belangrijk deel van de in Nederland onverdoofd geslachte dieren wordt dan ook geexporteerd.

Dierenleed is een Nederlands exportproduct. Nu al wordt in 20% van alle Nederlandse slachterijen onverdoofd geslacht, en niet al dat vlees belandt in de Nederlandse of buitenlandse schappen als halal of kosjer vlees. En ook het biefstukje van de lokale supermarkt kan dus afkomstig zijn van een dier dat zonder verdoving geslacht is.

In het productieproces is het niet altijd praktisch uitvoerbaar om onderscheid te maken tussen met of zonder verdoving geslacht. En daarom krijgen de dieren het nadeel van de twijfel, dan maar allemaal letterlijk met het mes op de keel. Marianne Thieme: "Overwegingen van politieke correctheid maakten dat tot voor kort werd vermeden om iets te zeggen over de onaanvaardbare manier waarop dieren onverdoofd worden geslacht. In feite is dat oneigenlijk; kritiek op de productie van foie gras wordt immers ook niet uitgelegd als een Francofobe houding."

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief