Opinie: Marrum. Het drama begint pas


6 november 2006

Ademloos heeft Nederland toegekeken hoe 120 paarden in doodsnood werden omringd door het water van de Friese kwelders. Hoe 20 paarden verdronken en 100 dieren het drama leken te overleven na 4 bange dagen en 3 uitzichtloze nachten.
Het heeft er op dit moment alle schijn van dan de 20 paarden die verdronken, beter af zijn dan hun soortgenoten die gered heetten te zijn.
Van hen staat het grootste deel op het punt om getransporteerd te worden naar Italiaanse slachthuizen om als salami terug te komen. Dat zou een bizarre anti-climax zijn van een heroïsche redding.

Het begon met een stroom van meldingen over het verleden van de eigenaar van de Marrumse paarden. Veelvuldig met de AID in aanraking geweest wegens terugkerende problemen met z’n dieren.Het was geen toeval dat de dieren nog ná 15 oktober in het buitendijks gebied stonden, waarvan it Fryske Gea én de eigenaar van de paarden wisten dat die plaats niet veilig was.
Desondanks grepen ze niet in , in weerwil van tientallen meldingen van verontruste burgers.
Toen de dieren vervolgens letterlijk geen kant meer op konden, kwam een grote reddingsoperatie op gang, die wereldwijd werd gevolgd. Groot was de opluchting toen de meeste dieren gered konden worden, groter nog de verbijstering toen bekend werd dat de dieren bestemd zijn voor de slacht in Italië en de ergste episode van hun leven nog voor de boeg hebben.

Elk jaar worden 100.000 paarden uit Oost- West- en Centraal Europa onder hemeltergende omstandigheden vervoerd naar Italiaanse slachthuizen. Zonder enig mededogen. Uit het verleden zijn berichten bekend van Oosteuropese transporteurs die voor de Italiaanse grens de paarden verminkten door hun ogen uit te steken, om de importwaarde van de dieren te verminderen en zo EU heffingen te ontlopen.
Veel van de slachthuizen zijn gevestigd op Sicilië , waardoor de reis tot wel 95 uur kan duren.
In volgepakte vrachtwagens, zonder de voorgeschreven rusttijden, vaak zonder gedrenkt te worden (de chauffeurs maken elkaar wijs dat het drinken tot koliek bij de paarden zou kunnen leiden wat maar voor oponthoud zou kunnen zorgen), ’s zomers in de bloedverzengende hitte, op weg naar slachthuizen waar de regels –zo die er zijn- met voeten getreden worden.

Het gaat om afgedankte renpaarden, manegepaarden, paarden van particulieren, trekpaarden en zelfs om voor de slacht gefokte dieren.
De kwelders van it Fryske Gea blijken gebruikt te worden als goedkope verzamelplaats voor een paardenkoper, die de dieren vervolgens op transport stelt naar de meest gruwelijke eindbestemming die je een dier kunt wensen.
Voor een paar honderd Euro zijn mensen bereid hun trouwe-metgezel- voor-jaren naar de paardenhel te laten afreizen. We noemen paarden edele dieren, maar de wijze waarop we met ze omgaan getuigt van het tegendeel.

De 100 overlevende paarden van Marrum hebben ons mededogen opgeroepen, toen we voor de TV meeleefden met hun redding. Zij kunnen het gezicht worden van het lot dat 100.000 soortgenoten elk jaar ondergaan, wanneer we ze nu écht redding bieden.
Een grote reddingsoperatie waarbij leger en politie ingezet werden en die door camerateams vanuit de hele wereld verslagen werd, zou het toppunt van hypocrisie zijn wanneer we het hoofd nu zouden afwenden en de dieren laten afvoeren naar een Italiaans slachthuis.
De paarden van Marrum verdienen een zorgeloze oude dag. Ze kunnen ons langdurig herinneren aan het houdverbod dat er moet komen voor dierenbeulen, aan de hypocrisie van zogenaamde natuurbeheerders die doen alsof hun neus bloedt terwijl ze meewerken met gruwelijkheden, aan de dubbele moraal die we jegens dieren aan de dag leggen door tranen van vreugde te huilen over hun redding en onze schouders op te halen over hun noodlot.

De paarden van Marrum zouden een doorbraak in ons denken teweeg kunnen brengen, zodat we eindelijk inzien wat we dieren aandoen.
We hebben onze veehouderij laten uitgroeien tot een vleesindustrie waarin we levende, intelligente dieren degraderen tot dingen.
We vinden onze lekkere trek en onze portemonnee voldoende reden om dieren uit te buiten, te laten creperen. Een fatsoenlijk leven voor dieren is 95% van de consumenten nog steeds te kostbaar.

Red de paarden van Marrum en denk na over onze omgang met alle andere levende wezens op de kleine planeet die we onbewoonbaar maken.
We laten dieren uitsterven, we transporteren onze veestapel alsof de dieren al dood zijn, we castreren biggetjes onverdoofd omdat dat de rookworst één cent goedkoper maakt, we versnipperen miljoenen levende eendagskuikens, we laten kippen letterlijk doodgroeien, we vergassen dieren voor hun pels en we houden koeien aan kettingen in stallen terwijl onze weiden leeg staan. We zijn zelfs bereid een wereldwijde pandemie te riskeren als gevolg van de extreme concentraties pluimvee die nodig zijn om ons goedkoop aan ‘drumsticks’ te helpen.
Wat zijn we voor barbaren als we alleen aan onszelf kunnen denken en het beschermen van dieren afdoen als valse sentimenten en emotionele uitwassen? Is geld het enige dat telt?

Kunnen we nog anders? De redding van de paarden van Marrum moet nog beginnen. Wie helpt?

Marianne Thieme, voorzitter van de Partij voor de Dieren

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief