Marianne in het zorgdebat: het gaat om geloof­waar­digheid, idealen en visie


19 december 2014

Het kabinet toont consequent een gebrek aan daadkracht en visie. Het regeringsbeleid bestaat uit niets dan vooruitschuiven en afschuiven. Lees hier Marianne Thieme's bijdrage aan het zorgdebat afgelopen nacht in de Tweede Kamer.

"Voorzitter,

Mijn fractie was blij toen het wetsvoorstel dat de vrije artsenkeuze drastisch inperkt, sneuvelde in de Eerste Kamer. Blij omdat het ongehoord is dat het recht om een eigen arts, zorgverlener of zorginstelling te kiezen wordt geschrapt, tenzij je het kan betalen. Een tweedeling, tussen mensen die zich dat kunnen veroorloven, en mensen die dat niet kunnen zou dan een feit geworden zijn.

Voorzitter, de Partij voor de Dieren heeft zowel in de Tweede als Eerste Kamer tegen het wetsvoorstel gestemd. Leidraad voor dat stemgedrag zijn onze partijbeginselen mededogen, duurzaamheid, persoonlijke vrijheid en persoonlijke verantwoordelijkheid.

De PvdA heeft zich in de vreemdste bochten gewrongen om haar steun aan het wetsvoorstel in lijn te brengen met hun verkiezingsleus ‘Stop de marktwerking in de zorg'.

PvdA-senatoren die zich wilden houden aan hun eigen partijbeginselen, wordt nu verweten dat zij zich niet gedroegen als kritiekloze uitvoerders van een zorgakkoord. Voorzitter, een dergelijke opstelling van het kabinet de afgelopen dagen richting de volksvertegenwoordigers is een gotspe.

Voorzitter, het was te verwachten. De Partij van de Arbeid en de VVD kozen ervoor samen te gaan regeren. Wetende dat ze ideologisch diametraal tegenover elkaar staan. De wens om op het pluche te zitten, is groter dan vast te houden aan de partijuitgangspunten en alleen te regeren met partijen die op principiële punten dichter bij de politieke kleur staan. Dit Kabinet, een synergie van water en vuur, moest er koste wat kost van komen, terwijl men ook wist dat het in de Eerste Kamer niet op een meerderheid kon rekenen. Het was kennelijk in het landsbelang om een dergelijk instabiel kabinet, zowel ideologisch als democratisch, te vormen.

Het kabinet toont, vanwege het gebrek aan visie, daadkracht in vooruitschuiven en afschuiven: moeilijke kwesties rondom zorg, onderwijs, landbouw en natuur worden over de schutting gegooid richting provincies en gemeenten. Politiekgevoelige kwesties worden niet in het parlement behandeld, maar in achterkamertjes afgedaan bij Algemene Maatregelen van Bestuur.

Om maar op het pluche te kunnen blijven zitten, is het Kabinet zelfs bereid om het parlement, de Eerste Kamer in het bijzonder, buitenspel te zetten. Als het nieuwe wetsvoorstel weer wordt verworpen in de Senaat, dan drukt het kabinet de inperking van de vrije artsenkeuze door via een AMvB. De akkoorden met de zorgverzekeraars staan dus boven een democratische legitimiteit voor het inperken van zo'n belangrijk patiëntenrecht. Ongehoord, voorzitter.

Voorzitter, honderdduizenden mensen die van die zorg afhankelijk zijn, zijn hun zorg niet meer zeker. In de gezondheidszorg staat niet langer de mens centraal maar de rekening. Mantelzorg is het nieuwe mantra in de door het Kabinet gewenste participatiesamenleving. Maar de coalitiepartijen zijn zelfs niet bereid om, na de crisis die ze zelf veroorzaakt heeft, de mantelzorg bij PGB-ers veilig te stellen met een noodwet die de tarieven voor niet-professionele zorg reguleert.

Voorzitter, we hebben te maken met een kabinet dat van de ene naar de andere ijsschots moet springen om geen nat pak te halen. Het is niet verwonderlijk dat tweederde van de kiezers geen vertrouwen heeft in dit kabinet. Wat we daarvan moeten leren, voorzitter, is dat politiek veel meer is dan managen en besluiten nemen. Politiek gaat over geloofwaardigheid en idealen en visie. En daar ontbreekt het aan.

We weten inmiddels hoe deze participatiepolitiek met gelegenheidsakkoordjes werkt. Het heeft maar één doel: Tijd kopen. Hopen op betere tijden, en intussen schuilen bij elkaar, ondanks gebrek aan politieke geestverwantschap.

Voorzitter, kiezers hebben geen vertrouwen in opportunistische politiek. Volgend jaar zijn er tenminste twee verkiezingen. Zodat niet alleen politici zich kunnen uitspreken over wat in het landsbelang is, maar ook de kiezers. In dat kader zal het u niet verbazen dat ik voorts van mening ben dat er een einde moet komen aan de bio-industrie."

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief